|
Turkije: Istanbul - Trabzon
Deze
bijna
rechte
kustlijn
van
1695
km
wordt
bewoond
door
volkeren
die
hun
tradities
en
gewoonten
hebben
weten
te
behouden
(en
hoe!),
en
vormt
een
wereld
apart.
Het
klimaat
is
er
mild
door
de
nabijheid
van
de
Zwarte
Zee.
Dicht
bij
de
kust,
die
door
het
Pontische
gebergte
van
de
Anatolische
hoogvlakte
wordt
gescheiden,
verdwijnen
de
droogte
en
de
verzengende
hitte
van
het
binnenland.
Het
verschil
is
extreem:
weelderige
bossen,
tabaksplantages
(in
Bafra
bijvoorbeeld)
theeplantages,
weidelandschappen…De
plantengroei
wordt
verder
naar
het
oosten
meer
tropische,
dankzij
de
overvloedige
neerslag.
De
bedwelmende
geuren
zullen
de
meest
saaie
piet
verleiden.
Ter
verduidelijking:
de
Zwarte
Zee
waar
je
op
uit
kijkt,
wordt
alleen
zo
genoemd
omdat
zwart
door
de
plaatselijke
bevolking
als
de
kleur
van
het
geluk
wordt
beschouwd.
Er
bestaat
een
kustweg
die
van
Istanbul
tot
de
Georgische
grens
loopt.
Eigenlijk
is
het
beter
te
spreken
over
kustwegen
in
het
meervoud.
Alleen
op
die
manier
krijg
je
een
juist
beeld
van
de
pracht
van
deze
weg
die
uit
Istanbul
vertrekt
en
waarlangs
de
zon
elke
dag
iets
vroeger
opkomt.
Het
eerste
deel
van
het
traject
gaat
langs
een
vaak
erg
kronkelige
en
weinig
bereden
weg
die,
eens
voorbij
Sinop,
plaatsmaakt
voor
een
nieuwere,
brede
weg
waarlangs
je
wel
duizend
keer
de
gelegenheid
krijgt
een
bergweggetje
in
te
slaan
en
te
wandelen
tussen
de
notenbomen,
theestruiken
of
tabakplantages.
Ver
van
het
massatoerisme
aan
de
Middellandse
zeekust
maak
je
een
reis
door
een
overweldigende
natuur,
op
zoek
naar
historische
overblijfselen,
gaande
van
de
Genuezen
over
de
Byzantijnen,
Seldjoeken,
christelijke,
Georgische,
Armeense
of
Griekse
volkeren
tot
de
oprichting
van
de
Turkse
eenheidsstaat.
Zo
hebben
de
Grieken
bijvoorbeeld
het
beroemde
Sumelaklooster
nagelaten.
Je
vindt
er
echter
ook
talrijke
kerken
die
nog
weinig
bekend
en
onterecht
verwaarloosd
erfgoed
vormen.
Zondag 17 mei.
Half
negen
komt
Tim
om
ons
naar
Düsseldorf
te
brengen.
Als
we,
op
de
autobaan,
uitkijken
naar
een
tankstation
duurt
dat
erg
lang.
Ongeveer
160
km
lang
geen
tankstation!!
Helaas
is
dat
te
lang
en
houdt
de
auto
er
500
meter
voor
het
vliegveld
ermee
op.
Het
regent
pijpenstelen.
Ik
ren
naar
de
luchthaven
en
regel
een
jerrycan
benzine.
Zo
rustig
als
ik
normaal
ben
zo
zenuwachtig
ben
ik
nu.
Gelukkig
zijn
we
ruim
op
tijd
van
huis
gegaan
en
zijn
er
vriendelijke
mensen
die
ons
helpen.
Dan
nog
met
de
fietsen
door
de
douane.
We
hebben
veel
zware
dingen
als
handbagage
mee
dus
hoeven
we
niet
bij
te
betalen
voor
overgewicht.
Lekker
eten
aan
boord
van
de
Turkisch
Airlines.
We
hebben
formulieren
gekregen
met
vragen
als:
bent
u
ziek?
Wat
is
uw
temperatuur?
Dit
in
verband
met
de
Varkensgriep.
Alle
personeel
op
het
vliegveld
van
Istanbul
draagt
mondkapjes.
De
fietsen
liggen
al
in
de
hal
en
zijn
goed
aangekomen.
Dan
het
ritueel
van
fietsen
uitpakken
en
afmonteren,
banden
oppompen
en
bagage
erop.
We
fietsen
om
21
uur
door
donker,
maar
lekker
warm
Istanbul
naar
ons
pension.
Nog
een
beetje
onwennig
wiebelend
door
de
zware
fietstassen.
Hetzelfde
pension
waar
we
vorig
jaar
aan
het
einde
van
de
vakantie
een
paar
dagen
logeerden
bij
Isaac
Frenkel,
de
eigenaar.
Hij
is
helaas
ernstig
ziek,
maar
we
zullen
hem
morgen
ontmoeten.
Maandag 18 mei.
Zon,
27
graden.
Ontbijt
op
het
terras
met
omelet,
tomaat
en
olijven.
Daarna
ontmoeten
we
Isaac.
Sterk
vermagert.
We
herkennen
hem
met
enige
moeite.
Hij
is
twee
keer
gevallen
en
heeft
zijn
rug
beschadigd
en
is
geopereerd
en
knapt
langzaam
op,
maar
met
zijn
80
jaar
gaat
dat
niet
zo
snel.
Zijn
zoons,
Davıd
en
Aziz
(uit
Amerika
en
Izmir)
zijn
met
hun
families
naar
Istanbul
gekomen
om
het
pension
te
runnen.
Het
levert
generatiestrijd
op.
maar
voor
ons
zijn
ze
gastvrij
en
het
pension
voelt
vertrouwd.
Vergane
glorie,
afgebladderde
muren,
verwarming
uit
de
jaren
30?
maar
schoon
is
het
wel.
We
gaan
met
de
trein
naar
de
oude
stad,
slenteren
over
de
Egyptische
bazaar,
over
de
Galata
brug
over
de
Gouden
Hoorn
en
snuiven
de
vislucht
van
de
eettentjes
op.
Er
staat
een
flinke
bries
en
de
boten
deinen
op
de
golven
van
de
Bosporus.
Weer
terug
nemen
we
een
korte
les
Turks
van
David
en
zien
we
een
Duits
echtpaar
arriveren
op
de
fiets!
's
Avonds
eten
bij
Ana,
waar
we
vorig
jaar
ook
waren,
traditioneel
Turks
eten.
Dan
zien
we
het
Duitse
stel
op
het
terras
zitten
en
we
maken
een
praatje.
Het
zijn
leeftijdgenoten:
Thea
en
Guido.
Ze
hebben
als
einddoel:
Baku
ın
Azerbıjan.
Dinsdag 19 mei.
Zon,
harde
wind.
24
graden.
Na
ontbijt
en
gezellige
gesprekken,
nemen
we
weer
de
trein
naar
de
stad.
Het
is
een
oude
gammele
trein,
het
is
25
km,
het
duurt
30
min
en
kost
70
cent.
Dan
nemen
we
de
boot
over
de
Bosporus
naar
het
Aziatische
deel
van
Istanbul.
Het
waait
flink
en
het
is
druk.
19
mei
is
nationale
sportdag
en
iedereen
is
vrij.
De
Turkse
rode
vlag
met
halve
maan
hangt
uit
vele
ramen.
We
stappen
in
een
Dolmuç
(klein
busje
waar
ongeveer
8
mensen
in
gaan)
en
laten
ons
naar
een
ander
stadsdeel
rijden.
Vandaar
lopen
we
zo,n
twee
uur
lang
langs
het
water
door
een
park
en
een
woonwijk
om
uiteindelijk
bij
het
zomerpaleis
van
de
toenmalige
Sultan
Ahmed
;
Beijerbiji
uit
te
komen.
We
kunnen
nog
net
aansluiten
bij
een
Engelstalige
rondleiding.
Prachtige
kroonluchters
met
kleuren
en
elk
hoekje
van
de
kamers
gedecoreerd
met
erg
warme
kleuren
en
exotische
beschilderingen.
Alle
klokken
(in
alle
paleizen
overigens)
staan
stil
om
vijf
over
negen,
het
tijdstip
waarop
de
Sultan
in
1948
is
overleden.
Terug
in
Europa
verwennen
we
onszelf
met
chai
(thee)
en
koffie
met
baklava
in
een
soort
banketbakkerswinkel.
Ik
slaap
weer
slecht.
Woensdag
20
mei.
Bewolkt,
20
graden.
Istanbul
-
Polonezköy.
55
km.
Afscheid
van
de
broers
Frenkel.
We
fietsen
zoveel
mogelijk
langs
de
kustlijn.
De
grote
weg
is
niet
extreem
druk,
maar
hoe
dichter
we
bij
de
binnenstad
komen
wordt
het
steeds
drukker.
Langs
Topkapi,
de
blauwe
moskee
en
de
Aya
Sophia,
over
de
Galata
brug
en
verder
naar
het
noorden.
De
stad
van
zuidwest
naar
noordoost
is
40
km,
dus
dat
duurt
even.
Er
zijn
geen
andere
fietsers.
De
veerpont
brengt
ons
naar
de
overkant
en
dan
onze
eerste
helling.
Een
pittige!!
Ook
hebben
we
de
hele
dag
flink
tegenwind.
Nog
een
stuk
over
de
autoweg
en
daarna
buigen
we
af
richting
Polonezköy
waar
een
camping
zou
zijn.
Bij
navraag
blijkt
die
er
niet
te
zijn.
Wel
staan
er
tientallen
bordjes
met
"pension"
dus
onderdak
zal
geen
probleem
opleveren,
ware
het
niet,
vertelde
een
Duitse
inwoner
ons,
dat
deze
"pensions"
bezocht
worden
door
heren
uit
Istanbul
in
gezelschap
van
een
"bepaald
soort
vrouwen".
Ok,
dan
dus
niet
in
zo'n
pensioen.
Een
hotel
is
er
ook.
Vanwege
slaapgebrek
ben
ik
flink
verkouden
en
heb
keelpijn.
Donderdag 21 mei. Zon, 28 graden. Polonezköy - Şile. 52 km.
Na
een
nacht
met
veel
gesnotter
en
genies
(van
mij)
vertrekken
we
toch
maar
weer
(pas
om
tien
uur).
Veelal
door
bossen.
Het
is
een
armoedig
gebied
met
veel
rommelige
erven.
Veel
slaperige,
vodderige
honden.
Er
zijn
gemene
klimmen
en
het
wegdek
is
meestal
slecht.
Goed
opletten
dus.
Brood
kopen
we
bij
een
winkeltje
vol
"jandarma"
omdat
er
is
ingebroken.
Om
een
uur
of
vier
bereiken
we
de
Zwarte
Zee.
Onderweg
kopen
we
wat
bij
een
winkeltje
aan
de
straat
en "converseren"
we
zo
goed
en
zo
kwaad
als
het
kan
over
de
route
en
de
kinderen
en
krijgen
thee
aangeboden.
Het
is
een
rommelige
kust.
We
rijden
naar
het
oosten
en
zoeken
bij
de
stad
Şile
een
van
de
drie
campings
die
hier
volgens
ons
boekje
zouden
zijn,
maar
niemand
weet
waar.
Dus
maar
weer
een
goedkoop
hotelletje
opgezocht
voor
35
euro
inclusief
ontbijt
en
ook
nog
uitzicht
op
zee.
We
eten
ook
al
voor
een
prikkie
(nog
geen
tien
euro
samen)
bij
een
lokaal
eethuis
met
uitzicht
op
de
ondergaande
zon
boven
de
zee
en
begeleidt
door
het
roepen
en
fluiten
van
een
grijze
roodstaart
papagaai.
Om
half
negen
(half
acht
Nederlandse
tijd)
is
het
donker.
Vrijdag
22
mei.
Half
bewolkt.
21
graden.
Rustdag
(not
a
foot
on
the
pedal)
Helaas
heeft
mijn
verkoudheid
zich
lelijk
genesteld
en
heb
ik
pijn
op
mijn
borst.
Hoesten
doet
pijn.
Gezien
de
ervaring
in
Italië,
ga
ik
nu
naar
direct
naar
een
dokter
die
een
flinke
infectie
constateert
en
mij
een
zak
vol
pillen
voorschrijft.
We
blijven
dus
maar
hier.
Ik
rust
en
Theo
gaat
iets
eten
en
brood
en
fruit
halen.
Lekkere
abrikozen
en
heerlijke
aardbeien.
Şile
is
een
gezellig
stadje
met
gemoedelijke
mensen
op
straat
en
we
voelen
ons
hier
wel
goed.
Hopelijk
kunnen
we
morgen
of
overmorgen
weer
verder.
De
fietsen
staan
pontificaal
in
de
hal
van
het
hotel.
We
eten
ansjovis
(wel
40!),
red
mullet
en
sla
met
dikke
stukken
peper
die
branden
in
mijn
keel.
Zaterdag 23 mei. zon 30 graden. Rustdag.
We
besluiten
ook
vandaag
nog
hier
te
blijven
in
Şile.
Ik
voel
me
nog
niet
sterk
genoeg
om
te
gaan
fietsen.
Al
wel
een
stuk
beter
dan
gister.
Wel
moeten
we
verhuizen
naar
een
andere
kamer
omdat
het
hier
in
het
weekend
drukker
is
vanwege
toeristen
uit
Istanbul.
De
kamer
is
gereserveerd
voor
een
familie
van
vier
mensen.
Na
een
goed
ontbijt
gaan
we
lopen.
Het
is
lekker
warm
en
we
lopen
langs
de
kust
naar
de
vuurtoren.
We
lopen
langs
vele
vissersbootjes.
Een
paar
mannen
zitten
netten
te
boeten.
De
zee
ruikt
zilt
en
de
netten
stinken.
We
eten
in
restaurant
Panorama
hoog
boven
zee
met
weer
een
sprookjesachtige
zonsondergang.
Şile
is
gebouwd
op
een
uitstekende
punt
van
het
land
dus
er
is
bijna
overal
zee.
Het
is
een
zeer
gemoedelijk
stadje
met
zeer
vriendelijke
mensen.
We
doen
een
wasje
en
onze
kamer
hangt
vol
wasgoed.
Kortom
we
vermaken
ons
goed
en
ik
sterk
lekker
aan.
Zondag
24
mei.
Bewolkt,
later
zon.
23
graden.
Şile
-
Ağva
45
km.
Zeven
uur
op.
Het
is
grijs
buiten.
Er
was
vannacht
een
flink
onweer
en
stevige
buien.
Als
we
vertrekken
is
het
droog.
We
moeten
rustig
aan
doen
want
mijn
longen
doen
nog
pijn.
Ağva
ligt
ongeveer
45
km
verder
maar
o
wat
valt
het
tegen.
De
klimmen
zijn
gemeen
steil
en
afdalingen
lijken
er
haast
niet
te
zijn.
De
weg
is
slecht,
zit
vol
gaten
waar
je
beter
niet
in
kunt
rijden.
Vrolijk
toeterende
auto's
met
mensen
die
ons
aanmoedigen.
We
picknicken
onder
een
pijnboom
met
uitzicht
op
de
zee
waar
stevige
golven
zijn.
Aan
de
overkant
van
de
straat
staat
een
huis
wat
totaal
gedecoreerd
is
met
mozaïek
tegeltjes.
Tegen
vijf
uur
arriveren
we
ın
Ağva
waar
ook
weer
geen
camping
is
dus
nemen
we "
motel
Famuk"
dat
ons
door
de
"Trotter"
wordt
aanbevolen
als
gemoedelijk
en
goedkoop.
Maandag
25
mei.
Zon,
af
en
toe
bewolkt.
27
graden.
Ağve
-
Kandira.
45
km.
We
willen
graag
vroeg
weg,
maar
moeten
wachten
tot
meneer
Famuk
om
kwart
over
negen
eerst
nog
brood
moet
halen
en
thee
bestellen
bij
de
buren.
We
zijn
de
straat
nog
niet
uit
en
we
zien
een
ander
koppel
met
bepakte
fietsen.
Nederlanders
rond
de
zestig
die
nota
bene
ook
van
Istanbul
naar
Trabzon
fietsen.
We
praten
wat
en
gaan
ieder
ons
weegs.
Wij
een
stuk
langs
de
Yeşilçay,
de "groene
rivier".
We
zien
wel
waarom.
Het
is
prachtig
weer
en
eigenlijk
voor
het
eerst
deze
vakantie
komt
bij
mij
het
grote
genieten
pas.
De
afgelopen
dagen
door
de
uitloop
van
de
grote
stad,
veel
verkeer,
veel
bossen,
vielen
een
beetje
tegen.
Nu
wordt
het
landschap
opener,
dus
veel
vergezichten,
het
lijkt
een
mix
van
Toscane
en
Griekenland.
In
plaats
van
olijfbomen,
hier
hazelnootboompjes.
Geen
enorme
graanvelden,
maar
veel
kleine
akkertjes.
Veel
mensen
werken
op
het
land
en
groeten
ons
vrolijk.
De
oudere
dames
hebben
allemaal
de
traditionele
pofbroek
en
hoofddoek.
De
bevolking
is
overwegend
arm.
Stokoude
huisjes,
vaak
nog
van
hout.
Open
karren
met
tractortjes
of
zelfs
paarden
ervoor.
Eén
boer
met
kleinzoon
stopte
voor
ons
dom
te
vragen
of
we
mee
wilden
in
de
kar
omdat
de
weg
zo
omhoog
ging.
O,
zo
vriendelijke
vrouwen
met
stalletjes
langs
de
velden
waar
we
heerlijke
aardbeien
hebben
gekocht.
De
vogels
zijn
weer
hoorbaar
en
we
stoppen
regelmatig.
Toch
ook
om
uit
te
hijgen
van
het
klimmen.
Ik
ben
nog
steeds
verkouden
en
niet
fit.
Toch
halen
we
ons
doel
van
vandaag:
Kandira.
Om
half
vijf.
Een
stoffig
stadje
dat
we
door
de
winkeltjes
en
de
drukte
doet
denken
aan
Afrika.
Er
is 1
hotel.
Een
ouderwets
ding
waar
alles
oud
is
maar
wel
schoon
en
maar
twintig
euro
kost.
De
fietsen
mogen
we
de
steile
trap
op
zeulen
en
bij
de
receptie
neerzetten.
Dinsdag
26
mei.
Zon
en
wolken
23
graden.
Kandıra
-
Karasu.
61
km.
Tegen
acht
uur
fietsen
we
weer
verder.
Het
is
zonnig
en
fris
en
het
landschap
is
prachtig.
De
mooiste
dag
tot
nu
toe.
Wel
hard
werken
omdat
de
heuvels
pittig
zijn.
De
dorpen
liggen
hier,
in
tegenstelling
tot
bijvoorbeeld
Italië
in
een
dal.
De
route
loopt
niet
langs
de
kust
dus
weer
veel
boerendorpen
waar
schoolkinderen
in
uniform
lopen
die
ons
heel
enthousiast
begroeten.
Kleine
kinderen
rennen
uit
huis
om
naar
ons
te
zwaaien.
Koffie
drinken
we
voor
50
cent
in
een
theehuis
vol
mannen.
We
kopen
er
bij
een
venter
een
Şimit
bij
(een
ringvormig
broodje
met
veel
sesamzaad).
Voor
de
lunch
rijden
we
een
landweggetje
langs
een
riviertje
in
om
te
picknicken.
De
zandweg
is
haast
nog
drukker
dan
de
asfaltweg.
Er
wordt
hooi
geoogst
en
de
tractoren
met
meterhoog
opgestapeld
hooipakken
rijden
stapvoets
over
het
met
diepe
geulen
uitgesleten
pad
langs
de
rivier.
Iedereen
groet,
lacht
en
wil
weten
waar
we
vandaan
komen.
"Alleman?"
(Duitsland?),
vraagt
men
vaak.
Nee,
Hollanda!
zeggen
wij
dan.
Uiteindelijk
komen
we
weer
bij
de
kust
waar
we
nog
een
saaie
15
km.
moeten
naar
Karasu.
Inktzwarte
wolken
hangen
boven
de
zee.
Het
begint
te
stormen
en
te
onweren.
Ook
de
regen
blijft
ons
niet
bespaart.
Als
we
bij
een
bushokje
willen
schuilen
wenken
een
paar
mannen
ons
vanuit
een
klein
houten
gebouwtje
dat
we
binnen
mogen
komen.
We
worden
met
handen
schudden
welkom
geheten
in
het
kleine
kantoor/schaftkeetje
van
een
bedrijf
dat
marmer
bewerkt
voor
grafzerken,
keukenbladen
en
vensterbanken.
We
krijgen
thee
(Çay)
terwijl
de
regen
neerklettert
op
het
dak
en "converseren"
grappig
met
behulp
van
ons
woordenboekje.
Als
de
zon
doorbreekt
rijden
we
door
de
plassen
de
stad
in
en
vragen
iemand
naar
een
pension
of
hotel.
De
man
blijkt
twintig
jaar
in
Geleen
gewoond
te
hebben
en
wil
graag
Nederlands
praten.
Hij
heeft
een
leegstaande
ruimte
waar
de
fietsen
mogen
staan
en
hij
brengt
ons
naar
een
hotel
waar
we
voor
15
euro
een
kamer
kunnen
krijgen.
Hij
vraagt
of
we
's
avonds
bij
hem
en
zijn
vrouw
koffie
komen
drinken
maar
eerst
moeten
we
met
z'n
vieren
eten
in
een
lokaal
eethuis.
Ze
bestellen
een
grote
schotel
vol
Turkse
specialiteiten
(zie
foto).
Veel
vlees
(rund,
kip,
lam)
rijst
en
pizza-achtig
brood.
Erg
lekker!
Daarna
nemen
ze
ons
mee
in
de
auto
naar
het
zomerhuis
('s
winters
wonen
ze
in
een
andere
stad),
een
etage
op
de
tweede
verdieping
met
uitzicht
op
zee.
Zijn
collega
met
vrouw
en
kind
wonen
bij
hen
in.
Zoals
in
elk
Turks
huishouden
moeten
we
bij
binnenkomst
de
schoenen
uit
doen
en
krijgen
we
sloffen
om
aan
te
doen.
Noten
en
fruit
komen
op
tafel
en
we
praten
via
de
webcam
met
hun
in
Nederland
wonende
zoon.
Vader
Reçeb
(spreek
uit:
Retjep)
vertelt
trots
dat
de
zoon
op
de
universiteit
economie
heeft
gestudeerd
en
bij
de
ABNAMRO
werkt.
Om
half
twaalf
brengt
Reçeb
ons
weer
naar
het
hotel.
Woensdag
27
mei.
Zonnig
24
graden.
Karasu
-
Akçakoca.
45
km.
Verder
gaat
het
weer.
Een
saaie,
drukke
weg
langs
de
zee.
Onnoemelijk
veel
vuil,
kapotte
flessen
en
plastic
troep.
Maar
de
weg
is
wel
vlak
en
dat
hebben
we
nog
niet
eerder
meegemaakt.
Het
schiet
dan
ook
flink
op.
Na
een
Hollandse
Nescafé
in
de
berm,
gaat
de
weg
over
een
rivier.
Een
auto
stopt
op
de
brug
naast
ons
(midden
op
de
snelweg!),
zet
de
alarmlichten
aan
en
een
vrouw
stapt
proestend
van
het
lachen
uit.
Waarom
ze
zo
lacht
weten
wij
niet,
maar
ze
komt
op
ons
af
en
de
andere
mensen
stappen
ook
uit.
Wat
we
toch
doen
met
die
zware,
grote
fietsen
en
waarvandaan
en
waarnaartoe?
We
moeten
op
de
foto
en
dan
vertrekken
ze
weer,
lachend,
zwaaiend
en
toeterend.
Nu
gaat
de
weg
landinwaarts
en
moeten
we
weer
flink
klimmen.
Zo
steil
(ruim
15%!)
dat
we
veel
moeten
afstappen
en
de
fietsen
meesleuren.
Het
is
heerlijk
weer.
Zon
en
ongeveer
24
graden
met
een
lekker
koel
windje.
Dan
komen
we
aan
in
Akçakoca.
We
hebben
gelezen
dat
er
een
mooie
camping
moet
zijn.
De
camping
Tezel
(www.tezelcamping.com)
is
niet
mooi,
nee
hij
is
prachtig!
Heel
on-Turks,
met
kleine
terrasjes
groen
gras
met
madeliefjes.
Het
is
vlak
boven
zee
en
het
uitzicht
is
prachtig
over
zee
en
de
kust
verderop.
De
eigenaar
is
ook
erg
trots.
Voor
het
eerst
deze
vakantie
zetten
we
de
tent
op
en
genieten
van
het
uitzicht.
Donderdag
28
mei.
Zon
en
licht
bewolkt.
24
graden.
Rust\wasdag.
Heerlijk
geslapen
in
de
tent.
Ik
geniet
van
het
prachtige
plekje,
het
mooie
gras
en
de
zee.
Val
na
het
ontbijt
prompt
weer
in
slaap
en
na
de
lunch
ook
weer.
Zet
alleen
de
wasmachine,
die
we
mogen
gebruiken,
aan.
Slaap
uren
buiten
op
een
matje.
Aan
het
einde
van
de
middag
fietsen
we
even
naar
het
stadje.
Er
is
een
hele
bijzondere
zwart\witte
moskee
en
een
bedrijvig
haventje.
Toeristen
zijn
hier
niet
te
zien.
We
kopen
een
lekkere
meloen
en
groente
om
te
koken.
Hebben
de
route
voor
morgen
bekeken
en
besluiten
om
na
nog
een
eindje
langs
de
kust,
het
binnenland
in
te
gaan
richting
Safranbolu
wat
zeer
de
moeite
waard
schijnt
te
zijn.
Het
is
zo'n
160
km
de
bergen
in
dus
we
zullen
er
zeker
drie
dagen
over
doen.
Vrijdag
29
mei.
zon
23
graden.
Ondanks
dat
we
ons
voorbereiden
om
te
vertrekken,
voel
ik
me
niet
goed. Pijn
op
m'n
borst\longen.
Hoesten
en
neusverkouden.
Er
sluimert
angst
om
nog
zieker
te
worden
als
ik
weer
grote
inspanningen
moet
leveren.
We
besluiten
te
blijven
en
vragen
de
baas
van
de
camping
om
een
dokter.
Hij
is
vastbesloten
om
ons
naar
het
ziekenhuis
te
brengen
en
om
als
tolk
mee
te
gaan.
We
gaan
door
de
urgentie
ingang
en
komen
direct
in
contact
met
een
arts
die
na
onderzoek
bronchitis
constateert.
Ik
moet
aan
de
zuurstof
(!!)
terwijl
Theo
de
inschrijving
regelt
en
de
medicijnen
haalt.
Ik
krijg
spullen
mee
voor
10
injecties.
Een
ander
soort
antibiotica
dan
de
vorige
keer.
Een
injectie
wordt
direct
toegediend
en
de
andere
gaan
in
een
zak
mee,
samen
met
een
(vies)
drankje
en
pijnstillers.
De
baas
van
de
camping
brengt
ons
weer
terug
en
we
drinken
thee
met
hem.
Hij
spreekt
vloeiend
Frans
omdat
hij
20
jaar
leraar
Frans
was
in
Grenoble.
Nu
heeft
hij
sinds
drie
jaar
het
hotel\restaurant\camping
overgenomen
van
zijn
overleden
vader.
De
rest
van
de
dag
slapen
we
heel
veel.
's
Avonds
drinken
we
koffie
en
wijn
bij
Nederlanders
die
hier
met
de
camper
aankwamen.
Zaterdag
30
mei.
Zon
23-30
graden.
Het
is
hier
heerlijk
slapen
met
het
geluid
van
ritselende
vijgenboombladeren
en
het
ritmisch
ruisen
van
de
zee.
Af
en
toe
een
ronkend
vissersbootje
dat
in
alle
vroegte
vertrekt.
Als
we
wakker
worden,
rits
ik
de
tent
open
en
kijk
naar
de
strakblauwe
lucht,
de
boompjes
en
de
prachtig
grijsblauwe
zee.
Een
constant
zacht
gezoem
van
de
bijen
die
alle
madeliefjes
bijlangs
gaan
en
het
getjilp
van
vogels.
De
moskee
staat
ver
weg
dus
we
horen
die
op
gezette
tijden
in
de
verte.
Verder
is
de
temperatuur
perfect:
zo'n
23/24
graden
en
het
zonnetje
waar
we
in
kunnen
zitten
zonder
te
warm
te
worden;
kortom:
waarom
zouden
we
hier
weg
gaan?
Aan
de
andere
kant
hebben
we
uitzicht
op
het
restaurant.
Daar
komt
een
gezelschap
van
100
mensen
eten
vanavond
dus
het
personeel
is
druk
bezig
met
extra
tafels
neerzetten
e.d.
We
besluiten
om
na
het
ziekenhuis
(om
weer
een
injectie
te
halen)
met
de
bus
zuidwaarts
naar
Düzce
te
gaan.
Na
wat
eten
stappen
we
in
een
bus
en
laten
we
ons
door
het
prachtige
landschap
rijden.
In
de
bus
treffen
we
een
Nederlands-Turkse
vrouw
die
in
Heemskerk
woont.
Het
is
maar
35
km,
maar
het
wordt
erg
warm
en
de
stad
is
niets
aan.
Zodat
we
na
wat
fruit
eten
in
de
schaduw
van
de
moskee
en
een
korte
wandeling,
de
bus
al
gauw
weer
terug
nemen.
Toch
is
het
al
weer
bijna
vijf
uur
voordat
we
terug
zijn,
opgelucht
lopen
we
weer
in
het
zee
windje
naar
de
camping.
Als
we
er
bijna
zijn
zien
we
twee
bepakte
fietsen
op
de
stoep
staan.
Een
jong
stel,
hij
Belg
-
zij
Spaans,
horen
er
bij.
We
raken
natuurlijk
aan
de
praat
en
ze
gaan
mee
op
onze
camping
staan.
We
nodigen
ze
uit
voor
het
eten.
Ze
hebben
een
jaar
vrij
en
gespaard
om
zover
mogelijk
te
fietsen
en
hopen
Nepal
te
bereiken.
Ze
wonen
samen
in
Noord
Spanje
(zie
www.camminus.blogspot.com)
Zondag
31
mei.
zon
25
graden.
Gisteravond,
toen
we
samen
met
het
Spaanse
stel
na
het
internetcafé
weer
bij
de
tent
kwamen,
was
er
op
het
terras
waar
we
op
uit
kijken
een
diner
voor
zo'n
honderd
gasten.
Gouveneurs
en
andere
bollebozen.
Er
werd
life
traditionele
Turkse
muziek
gebracht.
Niet
mijn
favoriete
smaak
maar
in
deze
omgeving,
zo
boven
de
zee,
wel
bijzonder
om
te
horen.
Ondanks
de
muziek
en
al
de
mensen
die
zijn
vertrokken
met
auto's
en
bussen,
viel
ik
direct
in
slaap.
Vanmorgen
het
fiets-stel
uitgezwaaid
en
weer
de
korte
wandeling
naar
het
ziekenhuis
voor
mijn
shot.
Als
we
daarna
nog
door
het
stadje
slenteren,
komen
we
een
man
tegen
die
we
gister
in
Dücze
spraken.
Hij
nodigt
ons
uit
voor
thee
en
laat
ons
de
moskee
van
binnen
zien.
Ik
vraag
of
er
wel
vrouwen
mogen
komen
en
daarop
antwoord
hij:
'Je
mag
overal
komen.
Je
bent
overal
welkom,
met
of
zonder
hoofddoek.
Mijn
religie
zegt
dat
je
iedereen
moet
helpen
en
voor
iedereen
gastvrij
moet
zijn.'
Hij
vraagt
of
we,
als
we
weer
eens
hier
komen,
hem
dan
bellen
en
dan
kunnen
we
bij
hem
en
zijn
vrouw
logeren
zodat
we
geen
hotel
hoeven
nemen.
Ook
al
is
het
veertien
dagen.
Hij
benadrukte
dat
het
niets
kost
en
dat
hij
ruimte
genoeg
heeft.
Dan
wil
hij
ook
graag
op
de
foto
met
Theo
(niet
met
mij...:))
Dit
is
toch
ook
wel
de
sfeer
die
we
hier
overal
proeven.
Je
voelt
gewoon
dat
het
hier
goed
is
en
dat
je
nergens
bang
voor
hoeft
te
zijn.
's
Middags
lezen,
koken
en
pakken
want
we
gaan
morgen
toch
echt
verder.
Nog
even
genieten
van
deze
prachtige
plek
en
het
heerlijke
weer.
Maandag
1
juni.
Zon
26
graden.
Akçakoca
-
Armupucuk.
(10
km
t.o.v.
Ereğli)
58
km.
Eindelijk
kunnen
we
verder
fietsen.
Ik
voel
me
weer
fit
en
hoest
nauwelijks
meer.
Eerst
nog
even
naar
het
ziekenhuis
en
dan
gaan
we
noordoostwaarts.
Na
10
km.
drinken
we
thee
bij
een
klein
café.
De
jonge
vrouw
die
er
werkt,
brengt
ons
ongevraagd
heerlijke
zelfgemaakte
chocolade
cake
met
room,
die
we
niet
mogen
betalen.
Vier
glaasjes
thee
en
twee
repen
kosten
1,50
euro.
Ook
gisteravond
in
een
internetcafé
waar
we
anderhalf
uur
zaten
te
internetten,
mochten
we
de
80
cent
die
het
kostte
niet
betalen!
De
kustweg
naar
Ereğli
is
onverwacht
vlak.
Hij
slingert
vlak
langs
de
zee
en
er
is
tamelijk
veel
verkeer.
Het
schiet
lekker
op.
We
smeren
een
broodje
op
een
bankje
in
het
stadspark
van
Alapli
waar
de
fietsen
weer
veel
bekijks
hebben
en
wij
veel
aanspraak.
De
grote
stad
Ereğli
heeft
grote
scheepswerven
waar
we
vlak
langs
fietsen.
Een
drukte
van
belang
en
veel
stank
en
denderende
vrachtwagens.
Na
Ereğli
gaan
we
van
de
grote
weg
af
en
rijden
een
kleine
weg
omhoog.
Na
58
km
vinden
we
een
plekje
waar
we
de
tent
opzetten.
Hoog
boven
zee
en
aan
de
andere
kant
van
het
dal
is
een
dorpje
waarvan
de
geluiden
(honden,
kinderen,
de
moskee)
tot
ons
doordringen.
Heel
veel
muggen,
dus
de
DEET
is
niet
voor
niets
mee.
Een
heerlijke
douche
met
een
fles
water,
goulash
eten
(gevriesdroogde
maaltijd
van
Hans
van
der
Meulen),
koffie
drinken
en
om
negen
uur
is
het
donker
dus
gaan
we
maar
slapen
onder
de
bewaking
van
vier
grazende
koeien.
Dinsdag
2
juni.
Zon
35
graden.
48
km.
Armupucuk
–
Zonduldak.
Na
een
krampachtige
nacht
vanwege
het
door
Marianne
uitgezochte
plekje
met
aflopende
ondergrond
vol
gaten
en
bobbels,
zijn
we
vroeg
wakker.
De
zon
ook
al.
Het
wordt
een
warme
dag.
Hoezo
regen
en
kou
aan
de
Zwarte
Zee?
(volgens
de
reisgidsen).
Onze
kaart
is
een
van
de
beste
van
Turkije
maar
toch
niet
zo
goed
om
ons
door
de
boerenweggetjes
te
leiden,
dus
moeten
we
het
zelf
uitzoeken.
Dat
resulteert
in
omwegen
en
deze
zijn
helaas
ook
erg
steil
en
voornamelijk
omhoog!
Wasbord,
gravel,
keien
en
zand.
Niets
aan
wegdek
wordt
ons
bespaard
vandaag.
Mijn
conditie
is
nog
slecht
en
mijn
humeur
wordt
nog
slechter
en
bereikt
het
absolute
nulpunt.
Zeker
nu
we
vermoeiende
rondjes
rijden
naar
mijn
idee
en
roep:
‘Ik
wil
nooit
meer
naar
Turkije!’.
Gelukkig
komt
ook
hier
een
eind
aan
als
we
de
goede
weg
opdraaien.
Theo
doet
mij
inzien
dat
mopperen
niet
helpt
en
we
er
het
beste
van
moeten
maken.
Na
nog
een
paar
stevige
klimmen
over
de
grote
weg,
gaan
we
opeens
13
km
achterelkaar
naar
beneden.
De
weg
is
niet
goed
en
we
moeten
goed
opletten.
Ook
is
er
best
veel
verkeer.
Weer
bij
de
zee
aangekomen
zien
we
een
bord
“ziekenhuis”.
Hoog
boven
de
rotsen
zien
we
het
grote
gebouw
van
het
Academisch
ziekenhuis
liggen.
De
fietsen
laten
we
beneden
staan
en
we
sjokken
naar
boven.
Op
de
Açil
Servic
(eerste
hulp)
wil
ik
iemand
vragen
mij
een
injectie
antibiotica
toe
te
dienen.
Wel
10
mensen
bemoeien
zich
ermee
tot
dat
een
jongeman
in
leger
uniform
die
goed
Engels
spreekt
zich
over
ons
ontfermd.
Eerst
moeten
we
20
lire
betalen
maar
later
wordt
dat
ingetrokken.
Uiteindelijk
krijg
ik
mijn
prik
achter
mooie
roze
gordijntjes
met
kraaltjes.
Ondanks
dat
dit
een
nieuw
ziekenhuis
is,
doet
het
nog
wat
primitief
aan.
De
soldaat
geeft
ons
ook
nog
een
adres
van
een
goedkoop
hotel
in
de
stad
waar
hij
tevreden
over
was.
We
fietsen
de
laatste
12
km
naar
de
stad
Zoduldak
met
onderweg
nog
4
donkere,
gelukkig
niet
al
te
lange
tunnels.
Zoduldag,
een
middelgrote
stad
langs
de
zee,
doet
gezellig
aan.
Een
beetje
rommelig
en
chaotisch
(zoals
elke
Turkse
stad),
maar
we
worden
direct
vriendelijk
geholpen
om
de
weg
naar
het
hotel
te
vinden.
De
fietsen
mogen
in
een
naastgelegen
afgesloten
pand
staan
en
we
kunnen
eindelijk
heerlijk
(koud!)
douchen.
We
gaan
uit
eten
in
een
traditioneel
Turks
restaurant
en
tijdens
het
gebed
uit
de
moskee
zitten
we
hier
weer
in
een
Internetcafé.
Woensdag
3
juni.
Zon
35
graden!
Zonduldag
-
Bartin.
35
km
per
trein,
48
km
fietsen.
We
informeren
naar
de
mogelijkheid
om
met
een
bus
een
stuk
verder
te
reizen
omdat
we
vanwege
mijn
ziek
zijn
nogal
achter
op
schema
raken.
Na
veel
rondvragen,
elke
keer
als
we
ergens
iets
vragen,
komen
weer
veel
mannen
zich
ermee
bemoeien
en
worden
we
van
het
ene
busstation
naar
het
andere
gestuurd.
Uiteindelijk
begrijpen
we
dat
er
geen
grote
bus
gaat
naar
Amasra,
waar
we
naartoe
willen.
Als
we
toch
maar
gaan
fietsen
(het
is
echt
erg
warm)
zien
we
een
treintje
rijden.
We
staan
wat
te
overleggen
en
prompt
komt
er
weer
iemand
die
vraagt
of
we
hulp
nodig
hebben,
hij
spreekt
Frans,
en
hij
wijst
ons
de
weg
naar
het
station.
Ook
daar
worden
we
ongevraagd
verder
geholpen
door
4
schooljongens
van
een
jaar
of
zestien.
De
trein
gaat
pas
over
2
uren
en
ook
niet
ver,
maar
ach,
het
is
weer
eens
wat
anders.
We
zetten
de
fietsen
op
het
perron
en
lopen
de
stad
weer
in.
De
jongens
willen
op
onze
fietsen
passen.
Onder
de
hete
zon
slenteren
we
het
gezellige
stadje
weer
in.
Het
doet
me
toch
steeds
sterk
aan
Afrika
denken.
Een
bijzonder
klein
winkeltje
(ongeveer
4
vierkante
meter)
trekt
mijn
aandacht.
Alsof
er
40
jaar
niets
veranderd
en
niets
verkocht
is.
Oude
stoffige
lappen,
stapels
derdehands
boeken
en
andere
rommeltjes.
Ik
wil
graag
een
foto
maken
maar
durf
niet
goed.
Dan
komt
er
een
man
die
ons
aanspreekt
in
goed
Engels.
Toch
nog
moeizaam
te
volgen
omdat
zijn
accent
sterk
is
en
een
voortand
mist
waardoor
hij
slist.
Hij
biedt
ons
een
kruk
aan
buiten
voor
de
winkel
en
laat
thee
komen.
Waarschijnlijk
heeft
hij
alle
boeken
in
zijn
winkeltje
gelezen
en
nog
veel
meer,
want
de
man,
Ibrahim
heet
hij
(zie
foto)
weet
heel
erg
veel.
We
hebben
een
lang
en
interessant
gesprek
over
Turken,
religie,
politiek,
kunst
en
vooral
geschiedenis.
Verrassend
hoe
iemand
die
er
zo
shabby
uitziet,
zo
wijs,
beschaafd
en
belezen
is (weer
een
van
onze
vooroordelen...).
Ruim
een
uur
was
zo
verstreken.
We
nemen
afscheid,
kopen
fruit
en
brood
voor
in
de
trein.
Veel
handen
van
de
jongens
met
de
fietsen,
zodat
ze
bijna
de
trein
in
zweven.
Ruim
een
meter
hoog
moeten
ze
door
de
smalle
deur
van
de
trein.
Een
kaartje
kost
1
euro
en
de
fiets
mag
gratis
mee!!
In
een
coupé
vol
schooljeugd
die
gaan
zwemmen
een
paar
haltes
verder,
moeten
we
weer
heel
wat
vragen
beantwoorden.
Onze
naam,
leeftijd,
beroep,
wat
we
van
Turkije
vinden
enz.
enz.
Ze
stappen
uit
en
wij
moeten
3
haltes
verder
er
uit.
Als
we
aankomen,
stopt
de
trein
als
onze
deur
nog
niet
boven
het
perron
is
en
daar
kunnen
we
onmogelijk
de
fietsen
uitladen.
De
trein
rijdt
verder.
Gelukkig
komt
de
conducteur
en
snapt
dat
we
eruit
willen.
Hij
helpt
ons
zelfs
en
dan
staan
we
op
een
klein
stoffig
stationnetje
in
de
hete
zon.
Er
komt
net
een
jonge
vrouw
aan
lopen,
gebogen
onder
het
gewicht
van
manden
vol
groente.
Ze
legt
de
groente
in
een
waterbassin
(overal
zijn
tappunten
voor
bronwater
te
vinden
met
een
opvangbak.
Je
kan
het
veilig
drinken
in
tegenstelling
tot
kraanwater
wat
eerst
gekookt
moet
worden.)
Het
station
ligt
aan
de
grote
wegen
we
stappen
op
de
fiets
om
drie
uur.
Het
is
een
brede
vierbaans
autoweg
met
brede
vluchtstroken
en
er
is
heel
weinig
verkeer.
Het
schiet
lekker
op
want
de
weg
is
grotendeels
vlak.
De
omgeving
niet,
die
is
heuvelachtig
en
erg
mooi.
Donkere
wolken
pakken
zich
samen
en
de
hitte
wordt
verdreven
door
een
onweersbui.
We
schuilen
weer
eens
in
een
golfplaten
bushokje.
Handig
dingen
toch!!
De
bui
duurt
niet
lang
en
binnen
drie
uur
flink
doorkarren
zijn
we
45
km
verder,
in
Bartin.
Ook
weer
een
erg
mooi,
gemoedelijk
stadje
vol
aardige,
behulpzame
mensen.
Hoe
oostelijker
we
komen,
hoe
minder
het
mogelijk
is
om
bier
of
wijn
te
krijgen.
In
restaurants
al
helemaal
niet
meer.
Zelfs
de
koffie
is
moeilijk
te
krijgen,
alleen
thee.
In
de
nacht
regent
het
veel
en
er
is
veel
stadslawaai
waardoor
slapen
wat
moeilijk
gaat.
Gelukkig
is
het
de
volgende
morgen
helemaal
droog.
Donderdag
4
juni.
Zon
half
bewolkt.
25
graden.
Bartın
–
Amasra.
28
km.
Na
het
ontbijt
laten
we
ons
met
de
taxi
naar
het
ziekenhuis
brengen
door
de
nog
natte
straten.
Zo,
nu
gaat
het
ineens
super
makkelijk.
Er
wordt
direct
een
zuster
geroepen
die
me
onmiddellijk
begrijpt
dankzij
mijn
ingestudeerde
Turkse
zin
en
geeft
me (voor
het
eerst
pijnloos)
mijn
prik.
Volgens
plan
rijden
we
naar
Amasra
aan
zee.
Het
is
niet
ver
maar
de
weg
gaat
genadeloos,
om
ons
te
plagen,
over
de
allerhoogste
top
die
er
vlak
voor
de
kust
te
vinden
is...
Onderweg
eten
we
aardbeien
bij
een
gezellig
groepje
vrouwen
en
Engels
sprekende
jongeman
die
een
toeristische
opleiding
doet.
Een
oude
man
die
ook
komt
kijken,
blijkt
tijdens
het
gesprek
slechts
58
jaar
oud
te
zijn.
Ik
had
hem
in
de
zeventig
geschat.
donkerbruin,
diep
doorgroeft
gelaat.
De
weg
daalt
tegen
twee
uur
af
naar
Amasra.
Een
bekend
oud
stadje
wat
tamelijk
toeristisch
is.
Het
is
dus
nog
vroeg
en
we
twijfelen
of
we
nog
verder
zullen
fietsen.
Er
is
hier
weer
geen
camping
en
in
het
wild
kamperen
gaat
hier
even
niet
lukken
omdat
de
rotsen
uit
zee
omhoog
komen
en
er
geen
stukje
vlak
is.
We
vinden
een
leuk
pension
waar
ze
ook
een
machine
was
draaien
voor
ons
en
we
gaan
nog
een
stukje
wandelen.
Het
dorp
is
gebouwd
op
een
rotsig
schiereilandje
en
heeft
twee
kleine
baaien
met
een
haven.
Er
zijn
ontelbare
souvenirwinkeltjes.
Als
we
na
het
eten
net
weer
op
onze
kamer
zijn,
wordt
er
aan
de
deur
geklopt
en
een
Belgische
jongeman
heeft
onze
fietsen
op
de
binnenplaats
zien
staan
en
komt
wat
ervaringen
uitwisselen.
In
zijn
dagboek
staat
geschreven
over
de
top
die
ook
hij
vandaag
moest
bedwingen:
'Vanmiddag
ging
ik
dood
..!'
Zo
zwaar
vond
hij
het.
Hij
gaat
morgen
dezelfde
kant
opfietsen
dus
misschien
zien
we
elkaar
nog.
(www.toonopdelappen.be)
Vrijdag
5
juni.
Zon
half
bewolkt.
33
graden.
Amasra
–
Kurucaşile.
48
km.
Net
voor
de
wekker
ging,
begint
het
te
regenen.
De
dochter
van
de
hoteleigenaar
heeft
voor
ons
een
was
gedraaid
en
die
hangt
buiten.
Ik
vlieg
naar
buiten
en
haal
het
binnen
nog
net
voordat
het
drijfnat
is.
Ik
leg
uit
dat
ik
naar
een
dokterspost
moet
en
vraag
naar
de
weg.
Na
het
ontbijt
pakken
we
alles
op
de
fiets
en
rijden
daarlangs.
Als
we
aankomen
komt
er
iemand
uit
de
apotheek
en
wijst
waar
we
zijn
moeten.
Ook
binnen
in
de
vooroorlogse
dokterspost
staat
een
vriendelijke
zuster
klaar
die
al
weet
waarvoor
we
komen.
Er
was
al
gebeld
door
de
hotelman
!!
Dan
begint
de
eerste
klim
naar
boven.
De
weg
van
Amasra
naar
Sinop
(325
km)
is
berucht
om
zijn
vele
steile
bergen,
die
uitlopers
naar
de
Zwarte
Zee
hebben.
Steeds
gemiddeld
2,5
km
naar
boven
en
weer
steil
naar
beneden
met
een
gemiddeld
stijgingspercentage
van
7 %
en
dat
is
veel.
De
waarschuwingen
kloppen.
Het
is
erg
zwaar
maar
de
beloningen
zijn
elke
keer
grandioos.
Wat
een
uitzichten.
Wat
een
prachtige
natuur
met
volop
vogels
en
bloemen.
Ruim
negen
keer
moeten
we
tussen
de
twee
en
vier
km
klimmen
en
ook
weer
dalen,
maar
we
hebben
goede
benen
en
het
gaat
goed.
De
brem
en
tijm
ruikt
lekker
en
soms
staat
er
een
lekker
windje
van
zee.
Regelmatig
ontmoeten
we
koeien,
met
of
zonder
begeleiding,
die
soms
midden
op
de
weg
staan.
Ook
zien
we
regelmatig
koeien
op
het
strand
!!
Echte
zwart-witte
Hollandse
koeien,
een
vreemd
gezicht.
Als
we
onze
lunch
maken
naast
een
huis,
komt
er
een
vrouwtje
naar
boven.
We
groeten
haar
en
ze
geeft
ons
een
bosje
bosuitjes.
Ze
gebaart
dat
we
de
tafel
en
stoelen
in
de
tuin
mogen
gebruiken
en
dat
we
groente
uit
haar
tuin
mogen
halen
als
we
dat
willen.
Ze
wordt
wat
verlegen
als
we
vragen
of
we
een
foto
mogen
maken,
maar
het
mag
wel.
Zo
hebben
we
elke
dag
meerdere
ontmoetingen
en
gesprekjes.
Als
we
staan
uit
te
hijgen
boven
aan
een
klim,
komt
ineens
de
Belgische
Toon
van
gisteravond
ons
achterop.
Omdat
wij
een
plekje
gaan
zoeken
om
onze
tent
op
te
zetten,
vraagt
hij
of
hij
bij
ons
mag
staan.
Na
lang
zoeken
en
als
het
bijna
donker
is,
vinden
we
een
geschikte
plaats
vlak
voor
een
dorp.
We
maken
gauw
kamp
en
koken
onder
het
licht
van
de
maan
(ongeveer
negen
uur
=
acht
uur
Nederlandse
tijd)
en
babbelen
nog
een
tijdje
gezellig
na.
Toon
trakteert
op
echte
EFES
bier,
fruit
en
cake.
Zaterdag
6
juni.
Zon
34
graden.
Kurucaşil
–
Sakali.
50
km.
De
zon
brandt
ons
al
meedogenloos
uit
de
tent
om
zeven
uur.
We
ontbijten
provisorisch
met
z’n
drieën
en
pakken
ons
boeltje
weer
op.
We
nemen
afscheid
van
Toon
die
in
zijn
eigen
tempo
verder
gaat.
Nu
weer
een
dokterspost
zoeken.
Dat
is
weer
een
makkie.
Langs
onze
route
staat
de H
op
een
bord.
Een
lieve
zuster
prikt
mij
in
een
mum
van
tijd
en
met
een
glimlach.
Deze
zorg
is
hier
gratis
!!
En
verder
gaan
we
weer,
vol
goede
moed,
beginnen
we
met
de
eerste
klim
van
ruim
10
%.
We
nemen
de
tijd
om
koffie
te
maken
in
de
berm,
we
zijn
tenslotte
op
vakantie
:-).
Er
zijn
erg
weinig
dorpjes
onderweg
en
die
zijn
erg
klein
zodat
er
geen
gelegenheid
is
om
een
terrasje
te
pakken.
Dat
gaat
hier
trouwens
sowieso
niet
makkelijk.
Dat
missen
we
wel.
In
Italië
of
Griekenland
was
dat
nooit
een
probleem.
Aangekomen
in
Cide,
wat
een
lang
strand
heeft,
kunnen
we
voor
het
eerst
gaan
zwemmen.
Het
water
is
koud
maar
helder
en
het
is
heerlijk
om
af
te
koelen
na
het
zweten.
Het
water
is
licht
zilt
omdat
de
Zwarte
Zee
(Karadeniz
zoals
die
hier
heet)
een
binnen
zee
is
met
alleen
de
Bosporus
als
verbinding
met
het
zoute
water.
Lekker
afgekoeld
fietsen
we
nog
zo'n
acht
kilometer
als
we
willen
gaan
lunchen.
Voor
het
eettentje
waar
we
voor
kiezen,
staat
een
bekende
fiets
met
gele
tassen.
Jawel,
Toon
zit
er
ook!!
Een
welverdiende
Durum
maaltijd
smaakt
heerlijk.
Dan
kunnen
we
even
vooruit.
Weer
een
zware
klauterpartij.
Zeker
drie
kilometer
moeten
we
naar
boven
lopen
en
de
fiets
wordt
steeds
zwaarder.
Schitterende
uitzichten
over
de
uitlopers
in
zee.
Alles
groen,
groen
en
nog
eens
groen.
Gemengde
loofbomen,
cipressen
en
pijnbomen.
Ook
nu
weer
worden
we
regelmatig
aangesproken
bijvoorbeeld
in
het
Duits,
altijd
door
mannen
die
in
Duitsland
hebben
gewerkt.
Het
is
half
zes
en
we
willen
stoppen.
De
boerendorpjes
zijn
klein
en
armoedig
en
toeristen
zijn
hier
niet
of
nauwelijks,
dus
geen
camping
en
geen
hotel.
In
een
dorp
vragen
we
of
we
de
tent
er
mogen
opzetten.
Men
verwijst
ons
naar
een
klein
weggetje
langs
de
rivier
naar
het
strand.
Daar
kunnen
we
kamperen
maar
eerst
wordt
ons
thee
aangeboden.
Te
midden
van
een
hele
groep
mensen
die
daar
gezellig
bij
elkaar
zitten.
Er
wordt
ons
zelfs
een
lift
aangeboden,
maar
helaas
gaat
hij
niet
echt
de
goede
kant
op.
Mijn
telefoon
accu
is
bijna
leeg
en
die
mag
even
aan
het
stroom.
Iedereen
is
uitermate
lief
en
aardig.
Men
benadrukt
ook
vele
malen
dat
het
hier
echt
veilig
is
en
dat
we
rustig
kunnen
kamperen
zonder
dat
ons
iets
zal
overkomen.
Na
de
tent
opgezet
te
hebben
op
het
strand
gaan
we
weer
zwemmen
in
plaats
van
douchen
tijdens
zonsondergang.
Luid
worden
we
getrakteerd
op
een
urenlang
concert!
Honderden
kwakende
kikkers
in
de
rivier
onder
een
heldere
sterrenhemel.
Zondag
7
juni.
Zon
34
graden.
Sakali
-
Ilyasbey.
42
km.
Weer
een
warme
dag.
We
kruipen
uit
de
tent
en
zien
niets
anders
dan
het
strand
en
de
zee.
Als
we
zitten
te
ontbijten
komt
een
vader
met
een
zoon
van
een
jaar
of
10
langslopen.
De
jongen
draagt
een
plastic
tas.
Ik
vraag:"Balik?"
(vis?).
Ja!
Hij
komt
naar
ons
toe
hollen
en
laat
de
vangst
trots
zien.
Veertien
visjes,
zegt
hij
!!
Wat
stijf
van
het
fietsen
van
gister,
laden
we
alles
weer
op
de
fiets
en
begint
er
een
vergelijkbare
dag
als
gister.
Veel
klimmen,
veel
lopen.
Het
wegdek
is
slecht
en
smal,
maar
er
is
bijna
geen
verkeer.
Men
is
voorzichtig
en
rijdt
ruim
om
ons
heen.
Op
sommige
plaatsen
wordt
er
aan
de
weg
gewerkt
en
rijden
we
over
gravel
en
gruis.
Ook
vandaag
overvalt
ons
af
en
toe
het
gevoel
dat
het
te
zwaar
is
voor
ons.
We
staan
wat
onder
tijdsdruk
omdat
we
veel
dagen
verloren
hebben
door
mijn
ziek
zijn.
We
hebben
nog
tien
dagen
en
ons
doel
Trabzon
is
700
km
verder.
Dat
gaan
we
lang
niet
halen
met
ons
tempo
van
45
km
per
dag,
maar
sneller
gaat
niet.
We
trappen
van
9
tot
19
uur
en
pauzeren
niet
langer
dan
nodig
is,
We
zullen
een
lift
van
en
truck
moeten
zien
te
regelen
omdat
grote
bussen
waar
onze
fietsen
in
kunnen
hier
niet
schijnen
te
rijden.
Regelmatig
vullen
we
onze
flessen
met
bronwater
bij
de
tappunten.
Daar
kunnen
we
ons
hoofd
even
onder
de
kraan
houden
en
onze
handdoek
en
petten
nat
maken
tegen
de
brandende
zon.
Een
auto
met
een
jong
stel
passeert
ons.
De
man
steekt
zijn
duim
op
en
roept
"Cool"
en
"Respect!!"
Zo,
daar
zweven
we
weer
even
van.
Hoe
oostelijker
we
komen,
hoe
armoediger
de
dorpjes
en
hoe
verder
uit
elkaar.
Gezellige
terrasjes
zijn
er
niet
meer.
Als
we
iets
willen
drinken,
kopen
we
dat
bij
een
winkeltje.
We
zijn
wel
aardig
aan
het
eind
van
ons
Latijn
als
we
tegen
zeven
uur
in
een
zeer
armoedig
dorp
vragen
om
een
hotel.
Ja,
er
is
een
hotel!!
We
worden
geleid
naar
een
huis
en
men
laat
ons
boven
de
kamers
zien.
Het
ruikt
er
alsof
er
in
geen
tien
jaar
iemand
was.
Enkele
kamers
met
ijzeren
bedden
en
een
stoel.
Verder
niets.
Een
peertje
aan
het
plafond
wat
het
niet
doet,
maar
er
wordt
een
nieuwe
gebracht.
Doorgebogen
houten
plafond.
Een
badkamer
met
een
stinkende
hurk
toilet
voor
alle
kamers.
Er
is
gelukkig
wel
warm
water
om
te
douchen
en
het
beddengoed
ziet
er
oud
maar
schoon
uit.
Het
kost
8
euro
pp
per
nacht.
Er
is
ook
een
restaurant,
roepen
ze
trots,
maar
als
we
daar
na
het
douchen
naartoe
gaan
blijkt
het
gesloten.
Nou
ja,
dan
maar
een
potje
koken
op
de
kamer.
Ook
hier
zitten
we
weer
naast
een
rivier
met
heel
veel
luid
kwakende
kikkers
en
zoals
overal,
veel
blaffende
honden.
Maandag
8
juni.
Zon
35
graden.
Bus
Ilyasbey
naar
Inebolu.
We
ontbijten
op
de
kamer
want
dat
kan
hier
niet
anders.
Als
we
vragen
of
we
met
een
auto
mee
kunnen
richting
Sinop
wordt
er
gebeld
en
gerend.
We
moeten
haast
maken
schijnt
het.
Er
komt
in
pick-up
truck
voorrijden
en
alle
tassen
en
de
fietsen
worden
achterop
de
auto
gedeponeerd.
Waarom
er
zo
veel
haast
is,
weten
we
niet,
maar
onze
thee
die
we
net
kregen
blijft
achter
op
het
tafeltje.
Met
een
flinke
vaart
rijden
we
richting
Sinop.
Wij
achterin,
twee
mannen
voorin.
Het
gaat
wel
heel
erg
hard
met
alle
bochten
en
gaten
in
de
weg.
Na
een
minuut
of
10
stappen
we
achter
een
kleine
personenbus
die
aan
de
kant
van
de
weg
geparkeerd
staat.
Vlug,
vlug,
alle
tassen
worden
verhuisd
en
de
fietsen
in
het
smalle
gangpad
van
het
busje
gepropt.
Ze
hebben
dus
de
chauffeur
van
de
bus
gebeld
om
op
ons
te
wachten
!
Maak
dat
maar
eens
mee
in
Nederland.
Met
ons
meegerekend,
zijn
er 6
passagiers.
Ik
zit
op
de
achterbank
en
dat
is
niet
goed
als
je
gauw
wagenziek
wordt.
Na
45
km
hobbelen,
bergje
op,
bergje
af,
en
voortdurend
bochten
maken
met
de
afgrond
naar
de
zee
links
van
me
en
geen
zicht
vooruit
omdat
ik
met
mijn
hoofd
tegen
het
plafond
zit,
ben
ik
blij
dat
we
er
zijn
zonder
dat
ik
een
kotszakje
hoef
te
gebruiken.
Het
ging
net
goed.
Nu
zijn
we
in
Inebolu.
Een
geweldig
leuk
stadje,
ook
weer
aan
zee.
We
kunnen
het
niet
genoeg
herhalen
hoe
vriendelijk
de
mensen
hier
zijn.
Het
is
een
gemeende
gastvrijheid
zonder
commerciële
bijbedoelingen.
Men
geeft
alleen.
Thee,
eten,
handen,
praatjes.
We
vinden
een
goedkoop
motel
aan
zee
en
gaan
lekker
weer
zwemmen.
Er
zijn
nu
golven
omdat
het
best
flink
waait.
Het
strand
bestaat
hier
uit
pebbles,
grote
en
kleine
platte
stenen.
Er
zijn
bijna
geen
andere
zwemmers.
We
zwemmen
met
onze
Teva
sandalen
omdat
we
daarmee
goed
de
zee
in
kunnen
lopen.
's
Avonds
enkele
uren
in
een
internetcafé.
We
moeten
veel
verhalen
uittypen
en
honderden
foto's
uitzoeken.
Ook
leuk
werk
hoor.
Dinsdag
9
juni.
Zon
35
graden.
Bus
Inebolu
-
Sinop.
"Het
ontbijt
wordt
buiten
geserveerd"
zegt
het
meisje
van
de
receptie.
Als
we
binnen
in
het
restaurant
kijken,
begrijpen
we
waarom.
Een
ravage
is
het
er.
Volle
tafels
met
glazen
en
bierflesjes.
Een
jongeman
ligt
te
slapen
op
een
paar
stoelen.
Op
de
vloer
verdere
resten
van
een
feestje,
blijkbaar.
Er
is
hier
in
Inebolu
4
dagen
een
herdenking
van
het
feit
dat
er
88
jaar
geleden
de
Franse
oorlogsfregatten
vanuit
de
Bosporus
hierheen
kwamen.
We
zien
vanuit
onze
terrasje
7
enorme
marine
fregatten
en
een
onderzeeboot
op
zee
naderen
en
horen
saluutschoten.
We
gaan
wandelen
omdat
we
tot
drie
uur
de
tijd
hebben
voordat
de
bus
naar
Sinop
vertrekt.
We
moeten
wel
met
de
bus;
Sinop
is
ruim
drie
dagen
fietsen
en
die
tijd
ontbreekt
ons
gewoon.
In
het
centrum
is
het
een
drukte
van
belang.
De
herdenking
lijkt
een
beetje
op
onze
4
mei.
Met
veel
ceremonieel
zien
we
marine
officieren
en
matrozen
in
het
gelid
staan
met
geweren
en
indrukwekkende
dolken
aan
de
riem.
Een
toespraak
door
een
hoge
piet
die
werd
voorgereden
in
een
geblindeerde
Mercedes
met
4
sterren
als
nummerbord
en
het
volkslied
werd
gespeeld
door
een
militair
muziekcorps,
waarbij
de
toeschouwers
meezingen.
De
president
komt
per
helikopter.
Verder
kleurrijke
markten
met
veel
fruit,
groente,
pannen,
potten
en
kleren.
Bij
de
visman
accepteren
we
de
thee
die
ons
weer
eens
wordt
aangeboden.
We
eten
in
een
razend
druk
eethuis
waar
we
voor
de
eerste
keer
een
Engelse
vertaling
op
de
menukaart
vinden
en
eten
een
lekker
stoofpotje
met
pilav
rijst.
Terug
bij
de
busterminal
worden
de
fietsen
in
het
busje
gepropt
en
rijdt
de
behulpzame
chauffeur
samen
met
een
paar
medepassagiers
naar
Sinop
dat
150
km
verder
ligt.
Het
duurt
3,5
uur
en
we
moeten
een
keer
overstappen.
Sinop
is
een
schiereiland
dat
al
duizenden
jaren
als
haven
wordt
gebruikt
en
al
diverse
keren
veroverd
is.
Een
van
de
laatste
keren
in
1854
door
de
Russen
(het
begin
van
de
Krimoorlog)
en
in
1919
heeft
Ataturk
de
Grieken
weggejaagd.
Vooral
de
Russen
hebben
hier
flink
huisgehouden
dus
veel
van
de
historie
is
verdwenen.
Nu
is
er
een
grote
basis
van
de
NAVO.
We
vinden
door
de
Lonely
Planet
gids
een
goed
verzorgd
"apartotel",
een
motel
met
huisjes
aan
zee.
Hier
blijven
we
twee
dagen.
Donderdag
gaan
we
weer
fietsen.
Woensdag
10
juni.
Zon
38
graden.
Sinop.
Ochtend
lezend
doorgebracht.
's
Middags
Sinop
verkend
en
Theo
laat
zich
door
een
barbier
scheren.
Alexander
de
Grote
kwam
Sinop
veroveren
en
kwam
de
arme
wijsgeer
Diogenes
van
Sinope
tegen,
die
de
eigenaardigheid
had
om
in
een
grote
ton
te
wonen
met
zijn
hond.
Alexander
de
Grote
zei
tot
hem
dat
hij
een
wens
mocht
doen
waarop
Diogenes
zei:
Don't
overshadow
me'
(ga
uit
mijn
zon,
oftewel:
laat
me
in
mijn
waarde).
We
hebben
gezwommen
en
Theo
heeft
zitten
praten
met
enkele
heren
uit
Ankara
en
de
baas
en
haar
man
en
kregen
Raki
aangeboden
op
een
kleine
pier
in
zee.
's
Avonds
mogen
we
de
laptop
gebruiken
van
de
zoon
van
de
eigenaar.
Hij
komt
hem
zelfs
afleveren
in
ons
appartement.
Donderdag
11
juni.
Zon
38
graden.
Sinop
-
Yakakent.
85
km.
We
ontbijten
weer
in
het
Zuid
Amerikaans
aandoend
restaurant
met
golvend
plafond
bedekt
met
matten
van
stroken
hout.
Helemaal
in
het
rond
gebouwd
met
grote
ramen
die
uitkijken
op
de
prachtige
tuin
en
zee.
We
rekenen
af
en
fietsen
het
schiereiland
weer
af.
Dan
komen
we
op
de
grote
weg.
Een
saaie
brede
weg
met
veel
verkeer.
De
omgeving
is
echter
prachtig.
Niet
meer
zo
extreem
steil
en
vol
bossen,
maar
open
met
veel
akkers.
Steeds
weer
uitzicht
op
zee.
De
vrachtwagens
en
auto's
toeteren
voortdurend
naar
ons.
Soms
is
dit
een
"Pas
op,
ik
kom
er
aan"
toeter,
soms
"Ga
aan
de
kant",
maar
meestal
wordt
er
vlak
naast
op
de
claxon
gedrukt,
ook
door
tegenliggers
en
is
het
een
"Hallo
!"
en
er
wordt
gelachen
en
gezwaaid.
Ook
roepen
ze
soms
nog
uit
het
raam
"
Hoş
Geldeniz!"
(Welkom).
Erg
leuk
allemaal,
eerst
schrik
je
je
steeds
een
hoedje,
maar
het
went
wel
dat
getoeter.
Het
plan
was
nog
enkele
dagen
landinwaarts
te
fietsen
om
het
rustige
platteland
nog
te
ondervinden.
De
nadelen
zijn
echter:
de
tijdsdruk,
we
willen
ook
nog
graag
een
paar
dagen
in
de
omgeving
van
Trabzon
zijn.
De
onzekerheid
of
er
een
veerboot
is
over
het
enorme
stuwmeer
Altınkaya
(als
dat
niet
zo
is,
moeten
we
zo'n
75
km
omfietsen).
Het
is
een
lastig
dilemma,
maar
we
kiezen
ervoor
om
door
te
fietsen
langs
zee.
De
weg
wordt
gelukkig
smaller
en
landelijker.
Een
paar
keer
picknicken
we
en
zwemmen
we
weer
heerlijk
in
de
zilte
heldere
zee.
Van
dit
water
ga
je
niet
plakken
!!
Het
schiet
lekker
op
en
na
vijf
uur
wordt
het
wat
koeler.
Als
we
gaan
uitkijken
naar
een
kampeerplek
wordt
de
omgeving
net
weer
veel
steiler.
Zo
steil,
dat
er
geen
geschikte
plek
te
vinden
is.
Een
paar
keer
proberen
we
het,
maar
we
willen
perse
uit
het
zicht
van
de
weg
staan
en
dat
lukt
niet!!
Tenslotte
rijden
we
door
en
door,
tot
we
(in
het
donker
al)
op
een
grote
weg
vlak
aan
zee
komen.
Het
is
ook
weer
een
weg
waar
aan
gewerkt
wordt
en
wordt
vierbaans.
Jammer,
zo
verdwijnen
alle
leuke
landelijke
wegen.
Het
is
inmiddels
pikdonker
en
na
negenen.
Enorme
vrachtwagens
van
een
grote
fabriek
rijden
af
en
aan.
Uiteindelijk
arriveren
we
tegen
tien
uur
in
het
stadje
Yakakent
waar
we
een
hotelletje
vinden
en
heerlijk
kunnen
douchen
!!
Hierna
koken
we
ons
eten
rond
half
elf
op
het
balkon
met
de
ruisende
branding
op
30
meter
afstand.
Vrijdag
12
juni.
Zon
39
graden.
Yakakent
-
Bafra
38
km.
Na 8
uur
bijna
bewusteloos
geslapen
te
hebben,
pakken
we
de
tassen
weer
eens
in
en
fietsen
we
na
het
ontbijt
weer
verder.
Het
is
nog
warmer
dan
anders.
Het
asfalt
zuigt
en
plakt.
De
weg
is
erg
slecht,
smal
en
honderden
trucks
daveren
langs
ons
heen.
Meestal
moeten
we
op
de
hobbelige
gravelstrook
naast
de
weg
rijden
om
de
elkaar
passeerde
vrachtwagens
de
ruimte
te
geven.
Griezelig
is
het,
vooral
als
het
tegemoet
komende
verkeer
elkaar
inhaalt.
Soms
worden
gezandstraald
en
moeten
we
het
stuur
stevig
vasthouden
om
niet
de
straat
opgezogen
te
worden.
Twee
keer
zien
we
een
truck
over
de
weg
dweilen
vanwege
het
zachte,
opgestroopte
asfalt
als
gevolg
van
de
hitte.
Na
een
kilometer
of
twintig
houden
we
het
voor
gezien
en
gaan
een
landweggetje
in
wat
volgens
de
kaart
later
weer
op
de
hoofdweg
komt.
Al
na
vijftig
meter
horen
we
niets
meer
van
de
grote
weg.
Een
verademing
!!
Ook
wat
betreft
de
omgeving,
direct
worden
we
weer
opgenomen
in
het
boerenland
met
hardwerkende
vrouwen
en
mannen
op
tractoren,
brommertjes
en
fietsjes.
De
wind
is
warm,
we
zitten
zo'n
25
km
van
zee.
Bij
een
kantoorgebouw
van
een
landbouw
coöperatie
worden
we
gewenkt.
De
ambtenaar
biedt
ons
thee
aan.
In
zijn
mooie,
beetje
verwaarloosde
kantoor,
neemt
hij
plaats
achter
zijn
bureau
onder
het
eeuwige
portret
van
Atatürk.
We
zitten
tegenover
hem
en
krijgen
van
zijn
secretaresse
(of
vrouw??)
heerlijke
koffie,
een
bord
vol
heerlijke
kersen,
chocolade
koekjes
en
sesam
zoutjes.
Een
moeizaam
"gesprek"
(omdat
er
geen
woord
over
de
grens
wordt
gesproken)
volgt
met
de
bekende
vragen
en
wedervragen.
We
zweten
peentjes
in
het
hete
kantoortje
op
de
plastic
stoelen,
maar
de
man
geniet
van
de
afwisseling
in
zijn,
volgens
mij,
saaie
bestaan.
Terug
op
de
hoofdweg,
komen
we
al
gauw
in
de
stad
Bafra
waar
we
een
internet
café
induiken
om
foto's
uit
te
zoeken
maar
ook
om
de
hitte
even
te
ontlopen.
Er
is
airco.
Als
we
klaar
zijn
is
het
bijna
zes
uur
en
we
besluiten
in
Bafra
te
blijven.
Morgen
de
laatste
50
km
naar
Samsun.
Waarschijnlijk
de
laatste
fietsdag,
want
in
Samsun
nemen
we
de
bus
naar
Trabzon.
Het
plan
was
met
de
boot
te
gaan,
maar
die
schijnt
niet
meer
te
varen.
Na
een
korte
wandeling
door
het
erg
drukke
Bafra,
eten
we
heerlijk
in
een
eethuis.
We
betalen
12,50
Turkse
lires,
nog
geen
6
euro
voor
alles!!.
Sla,
baklava
en
thee
krijgen
we
voor
niets,
vergezeld
van
een
lieve
lach
!!
Zaterdag
13
juni.
Zon,
later
regen.
38°C.
Bafra
-
Samsum,
52
km.
Samsun
-
Trabzon
350
km
(bus)
Half
zeven
op.
Eindelijk
een
hotel
waar
we
vroeg
kunnen
ontbijten.
Gelukkig
is
de
weg
beter
dan
gister,
breder
en
iets
minder
druk.
Het
is
zaterdag.
Wel
erg
warm.
Met
een
stevige
wind
in
de
rug
vliegen
we
naar
Samson.
Onderweg
nog
één
keer
zwemmen
in
de
Zwarte
Zee.
Ondanks
dat
we
nog
ergens
een
tosti
eten,
rijden
we
al
om
13
uur,
na
vijftig
km
fietsen,
Samsun
binnen.
Aan
de
rand
van
de (grote)
stad
zien
we
al
een
Metro
kantoortje.
Metro:
één
van
de
grote
busmaatschappijen
die
lange
afstanden
rijden.
B.v.
van
Samsun
via
Trabzon
naar
Erzurum
en
Van.
Toch
wel
een
afstand
van
ruim
900
km!De
eerstvolgende
bus
vertrekt
om
14.30
kunnen
ze
ons
met
veel
handen-
en
voetenwerk
vertellen.
Men
spreekt
geen
woord
Engels,
Duits
of
Frans,
maar
we
moeten
nog
wel
ruim
10
km
fietsen
door
de
stad.
We
racen
dus
naar
de
bus
terminal
die
vlak
buiten
de
stad
ligt.
Als
we
die
bus
halen,
zijn
we
namelijk
al
om
half
negen
's
avonds
in
Samsun.
Aangekomen
bij
het
busstation
blijkt
dat
de
bus
van
half
drie
vol
is
en
moeten
we
wachten
tot
17
uur.
Nou
ja,
dan
hebben
we
alle
tijd
om
de
fietsen
te
prepareren
(stuur
plat,
trappers
er
af,
zak
over
het
stuur
met
de
kabels)
zodat
ze
zo
min
mogelijk
ruimte
innemen
en
beschermd
zijn.
De
bus
terminal
is
heel
erg
groot
en
heeft
wat
van
een
vliegveld
met
winkeltjes,
restaurants
en
meer
dan
40
perrons
voor
de
bussen.
Het
is
er
brandschoon
want
een
heel
peloton
schoonmakers
loopt
de
hele
dag
te
poetsen.
Zo
blijft
iedereen
aan
het
werk
!!
Een
kaartje
naar
Samsun
(380
km)
kost
slechts
12
euro
inclusief
fietsen.
Het
is 6
uur
rijden.
De
fietsen
kunnen
zelfs
rechtop
onderin
de
bagage
ruimte
en
we
worden
tijdens
de
reis
met
koffie,
thee
e.d.
Theo
heeft
weer
enorm
veel
bekijks
bij
het
sleutelen
aan
de
fietsen.
Als
ik
klaar
ben
met
kaartjes
kopen
(waar
zelfs
een
paspoort
nodig
is)
staan
er
wel
30
mannen
te
kijken.
Vaak
leuk,
zo
veel
aandacht,
maar
ik
word
er
soms
ook
wel
eens
kriebelig
van.
Theo
geniet
er
volop
van.
We
zijn
net
klaar,
als
het
enorm
gaat
regenen.
Wat
een
geluk,
drie
weken
warm
en
droog
en
de
fietsen
nog
geen
half
uur
ontmanteld
en
dan
opeens
regen.
Klokslag
17
uur
rijden
we
weg.
De
TV's
gaan
onmiddellijk
aan.
Leuk
om
nu
eens
vanuit
de
bus
het
landschap
voorbij
te
zien
gaan
en
jammer
dat
het
halverwege
de
rit
donker
wordt.
Het
regent
eigenlijk
de
hele
weg.
Trabzon
is
het
eindstation
van
onze
reis.
De
voorlaatste
stad
voor
de
Georgische
grens.
Onderweg
zijn
we
regelmatig
gewaarschuwd
voor
Oost
Turkije.
"Bepaalde
mensen"
zouden
hier
niet
te
vertrouwen
zijn
en
we
moeten
vooral
goed
uitkijken,
drukt
men
ons
op
het
hart.
Hier
echter
waarschuwde
men
ons
echter
voor
bijvoorbeeld
de
mensen
in
Istanbul.
Les:
men
wantrouwt
vaak
onbekenden.
We
worden
o,
zo
vriendelijk,
pal
voor
een
straatje
uit
de
bus
geholpen
waar
wel
10
hotelletjes
op
een
rij
zijn.
Handen
schudden
met
maar
liefst
zes
mannen
(personeel
in
de
bus)
en
zwaaiend
nemen
we
afscheid
in
het
donker.
Het
is
tegen
half
twaalf
als
we
onze
zeer
matige
kamer
betrekken
van
2 x
3
meter.
Het
stinkt
er
naar
kamfer
en
uitlaatgassen
want
het
raam
grenst
aan
de
snelweg.
De
fietsen
mogen
wel
keurig
achter
de
driezitsbank
in
de
lounge
staan.
Zondag
14
juni.
Bewolkt
en
regen.
18
graden.
Trabzon
-
Bayburt.
Auto
220
km.
Het
is
flink
afgekoeld.
Na
drie
weken
hitte,
voelt
het
heerlijk
fris
buiten.
We
vertrekken
uit
het
nare
hotel
en
rijden
naar
het
centrum.
In
onze
reisgidsen
stond
Hotel
Nur
als
goed
en
goedkoop
aangeprezen.
Daar
lopen
we
al
gauw
tegenaan.
Aan
de
Engelssprekende
jongeman
die
naar
buiten
komt
vragen
we
of
het
mogelijk
is
de
fietsen
daar
te
stallen
en
dat
kan.
Hartelijke
ontvangst.
De
kamer
moet
nog
schoongemaakt
en
ondertussen
krijgen
we
koffie
en
maken
een
praatje
met
de
eigenaar
die
wat
Duits
spreekt.
Ook
hij
heeft
natuurlijk
in
Duitsland
"gearbeitet".
In
Bremen.
Hij
woont
buiten
de
stad
in
een
dorp
waar
hij
ook
nog
een
hazelnotenplantage
heeft.
We
pakken
onze
bagage
om
omdat
we
een
paar
dagen
met
een
auto
gaan
reizen.
Het
is
zondag,
dus
het
is
niet
druk.
Trabzon
heeft
een
grote
haven
met
veel
industrie
en
tegen
de
hellingen
zien
we
veel
hoogbouw
in
de
buitenwijken.
De
flats
hebben
vaak
een
kleurtje
zodat
het
een
fleurig
gezicht
is.
omdat
we
oostelijker
komen,
verandert
de
sfeer
in
de
steden
toch
iets.
Men
is
aardig,
maar
toch
iets
gereserveerder
en
niet
zo
nieuwsgierig
meer.
Een
beetje
argwaan
lezen
we
in
de
gezichten
of
is
dat
verbeelding??
De
grens
met
Armenië,
Iran
en
Georgië
is
vlakbij.
Met
een
dolmuş
busje
rijden
we
naar
het
vliegveld
net
buiten
de
stad,
waar
een
Avis
autoverhuurvestiging
zou
zijn.
Bij
navraag
worden
we
naar
de
ingang
van
de
luchthaven
verwezen.
Daar
laat
de
beveiliging
ons
eerst
door
de
bekende
poortjes
gaan
met
de
bagage.
We
snappen
er
niets
van
en
proberen
uit
te
leggen
dat
we
niet
met
het
vliegtuig
gaan
maar
alleen
een
auto
willen
huren!!
Maar
nee,
Theo
piept
door
het
poortje
en
wordt
uitgebreid
gefouilleerd.
Elk
ritslipje
van
zijn
afritsbroek
piept.
Er
zijn
er
wel
8.
Vijf,
strak
in
het
uniform
gestoken
beveiligingmensen
bemoeien
zich
ermee.
Niemand
spreekt
ook
maar
'n
woord
Engels.
Theo
probeert
met
broem-broem
geluiden
en
stuur
gebaren
duidelijk
te
maken
wat
we
willen.
Dan
begrijpen
ze
het
eindelijk
en
moeten
we
gewoon
een
trap
naar
beneden
waar
kantoortjes
van
autoverhuurbedrijven
zijn
en
je
gewoon
van
binnen
naar
buiten
kan
lopen
en
andersom.
Onze
tassen
zijn
gescreend
en
er
is
niets
ontdekt.
Toch
heb
ik
een
flink
mes
bij
me
om
broodjes
en
fruit
te
snijden.....
We
huren
een
Fiat
Albea
en
rijden
al
gauw
over
de
Turkse
wegen.
Men
rijdt
dan
wel
niet
zo
strak
in
het
gelid
als
bij
ons,
maar
niet
hard,
zeer
voorkomend,
goed
anticiperend,
totaal
zonder
agressie
en
houdt
afstand.
Prettig
om
te
rijden
hier.
We
rijden
al
direct
de
bergen
in
langs
woest
stromende
riviertjes.
Het
is
grauw
en
sputtert
zelfs
wat.
Na
25
km
krijgen
we
de
afslag
naar
het
Sumola
klooster.
Een
smalle
weg
20
km
omhoog.
Op
de
plaatjes
ziet
het
klooster
er
onwerkelijk
sprookjesachtig
uit.
De
weg
er
naar
toe
is
dat
ook
zeker
ondanks
de
regen
en
de
mist
die
ervoor
zorgt
dat
we
totaal
geen
uitzicht
hebben.
De
overblijfselen
van
het
gebouw
vallen
een
beetje
tegen.
Het
is
er
druk.
Veel
gezinnen
trekken
erop
uit
op
zondag.
Met
mooie
slofjes
van
stof
en
lange
rokken
en
jassen
lopen
giechelende
vrouwen
op
het
glibberige
vol
wortelstronken
smalle
steile
pad.
Er
is
veel
gerestaureerd,
maar
niet
zo
mooi
naar
onze
smaak.
Via
dezelfde
weg
terug
naar
de
hoofdweg
en
omhoog
gaat
het.
Een
mooie
pas
werd
ons
beloofd.
maar
we
rijden
in
de
wolken,
het
regent
en
we
zien
dus
weinig
anders
dan
de
meest
dichtbijzijnde,
wel
imposante
rotsformaties
langs
de
weg.
Naar
beneden
rijdend
wordt
het
helderder
en
veranderd
het
landschap
in
een
glooiende
steppe.
De
Anatolische
hoogvlakte
is
prachtig
in
allerlei
kleuren
groen
en
bruin
met
in
de
lagere
delen
populieren.
Het
is
zeer
rustig
op
de
weg
dus
we
kunnen
regelmatig
stoppen
om
uit
de
auto
te
stappen.
Aangekomen
in
Bayburt,
de
provincie
hoofdstad,
zoeken
we
onderdak.
De
sfeer
voelt
hier
ook
strenger,
ondanks
dat
men
ons
overal
vriendelijk
ontvangt.
Een
onverwacht
prima
hotel.
Maandag
15
juni.
Zwaar
bewolkt
en
regen.
17
graden.
Bayburt
–
Erzurum.
Auto
110
km.
Toch
vreemd
om
een
auto
voor
de
deur
te
hebben
en
zo
weg
te
rijden.
Er
is
hier
in
Bayburt
een
enorm
oud
fort
uit
het
jaar
1000.
Tenminste,
de
overblijfselen
ervan.
Via
binnendoor
straatjes
rijden
we
erheen.
Bayburt
is
een
zeer
behoudende
Islamitische
stad.
Zwaar
gesluierde
vrouwen
of
met
burka.
Sommige
dames
hebben
doeken
om
van
grijsbruine
stugge
stof.
Het
lijkt
wel
jute.
Later
leren
we
dat
het
handgeweven
stof
is
van
hele
dunne
draden
ruwe
schapenwol.(zie
foto).
Het
fort
was
gigantisch
groot
en
grotendeels
gerestaureerd.
Schitterend
uitzicht
over
de
stad.
We
rijden
door
het
magnifieke
landschap
door
richting
Erzurum.
het
is
fris,
zwaar
bewolkt
maar
af
en
toe
breekt
even
het
zonnetje
door.
Gelukkig
is
het
nu
helder
als
we
een
alpine-achtige
pas
rijden.
Op
diverse
plaatsen
ligt
nog
sneeuw.
De
paar
kleine
gehuchten
onderweg
zijn
extreem
arm.
een
geitenhoeder
heeft
zijn
geiten
verzameld
en
een
vrouw
melkt
ze.
In
een
dorp
onderweg
kopen
we
brood
en
willen
graag
ook
boter.
De
man
stuurt
zijn
zoon
op
pad
om
echte
boter
te
halen
en
hij
komt
terug
met
een
flinke
klont
in
een
plastic
zak.
Waarschijnlijk
is
het
van
geitenmelk
want
het
heeft
een
sterke
smaak.
Wel
20
mannen
zien
we
werken
aan
een
hoogspanningsmast.
Hoog
in
de
mast,
die
half
af
is,
zitten
een
paar
mannen
-
ondanks
het
onweer
en
zonder
zekering.
Dat
moet
de
Arbo
dienst
zien
in
Nederland
!!
Om
drie
uur
arriveren
we
tijdens
een
flink
onweer
in
Erzurum.
Na
wat
rondrijden,
parkeren
we
de
auto
op
een
herkenbare
plek
en
laten
ons
met
een
taxi
naar
het
hotel
brengen
waar
we
zijn
willen.
Superdeluxe
hotel
met
marmeren
badkamer
en
aparte
zitkamer.
Ook
dito
prijs:
45
euro
incl.
ontbijt.
De
historisch
belangrijkste
gebouwen
bevinden
zich
hier
in
een
straat.
We
gaan
ze
bekijken.
Oude
moskeeën
en
Koran
scholen.
Bij
de
laatste
worden
we
aangesproken
door
een
Duits
sprekende
man
die
ons
wat
verteld
over
de
moskee.
Hij
leidt
ons
naar
de
zijkant
en
laat
een
aanliggend
huis
zien.
Een
heel
oud
huis
van
zijn
buurman,
een
oude
man
die
er
alleen
woont.
We
mogen
binnen
komen
en
foto's
maken.
Wij
vinden
het
natuurlijk
bar
interessant.
Daarna
biedt
hij
ons
thee
aan
in
zijn
winkel,
wat
een
tapijtwinkel
blijkt
te
zijn.
Dan
voelen
we
de
bui
al
hangen
en
ja
hoor,
hij
begint
zijn
tapijten
aan
te
prijzen.
Een
bekende
verkoop
truc
waar
wij
nooit
in
zouden
trappen....
maar
het
is
hem
toch
gelukt!!
Alleen
wij
kopen
niets
en
gaan
zo
snel
mogelijk
weer
weg
met
een
smoes.
Eten
doen
we
in
een
heel
bijzondere
gelegenheid.
Een
doolhofachtig
oud
gebouw
helemaal
volgestouwd
met
oude
spulletjes
en
tapijten
waarin
veel
hoekjes
zijn
gecreëerd
om
te
eten.
We
moeten
onze
schoenen
uit
doen
en
krijgen
sloffen.
Theo
krijgt
plastic
bescherm
hoesjes
voor
zijn
schoenen
want
zijn
maat
hebben
ze
niet...
(zie
www.erzurumevleri.com)
Dinsdag
16
juni.
Erzurum
–
Trabzon.
Zon,
later
bewolkt,
tussen
0 en
20
graden.
325
km
per
auto.
Erzurum.
Ik
had
verwacht
een
totaal
andere
stad
aan
te
treffen.
Een
zanderige,
exotische,
bijzondere
stad.
Het
was
echter
een
tamelijk
saaie
gewone
grote
stad.
Met
het
verschil
dat
je
rondom
steeds
de
zachtgroene
en
bruine
bergen
ziet
(Erzurum
ligt
in
een
kilometers
breed
dal)
en
bijna
alle
vrouwen
gesluierd
zijn,
zelfs
in
de
etalage
(zie
foto
bij
maandag).
Het
ontbijt
krijgen
we
op
de
bovenste
etage
van
het
hotel
met
een
prachtig
uitzicht
rondom.
Met
de
taxi
gaan
we
weer
naar
onze
auto,
die
we
op
een
veilige
plek
neergezet
hebben.
In
de
binnenstad
is
het
waanzinnig
druk
en
de
auto's
staan
dubbel
geparkeerd
ook
waar
een
stopverbod
staat.
Vandaag
gaan
we
via
een
andere
route
terug
naar
Trabzon.
Een
onbeschrijfelijke
mooie
weg
voert
ons
langzaam
maar
zeker
omhoog.
via
schitterende
dalen
met
veel
snel
stromende
beekjes.
groene
velden
met
veel
bloemen.
populieren
en
kleine
dorpjes
met
huisjes
van
klei,
steen
en
golfplaten.
Het
is
prachtig
weer.
Zonnig
met
mooie
witte
wolken.
Om
de
paar
kilometer
stoppen
we
om
uit
te
stappen
en
te
luisteren
naar
de
koekoek
en
de
wind
te
voelen.
O,
wat
zou
ik
nu
graag
hier
willen
fietsen!!
Nou
ja,
wie
weet.
Het
komt
op
mijn,
toch
al
lange,
lijst
te
staan.
Het
landschap
wordt
ruiger.
Hellingen
vol
stenen,
puinwaaiers
en
de
eerste
sneeuw
is
zichtbaar.
Een
paard
en
wagen
met
man
en
vrouw.
Als
ik
aan
de
man
een
vragend
gebaar
maak
of
ik
een
foto
mag
maken,
duikt
de
vrouw
weg
achter
de
kar,
maar
ik
was
net
eerder
met
afdrukken.
De
man
vraagt
of
we
een
sigaret
hebben,
maar
daar
kunnen
we
hem
niet
aan
helpen.
De
huisjes
onderweg
zijn
krotten
in
onze
ogen.
De
eerste
meter
vaak
keien
met
leem
ertussen,
daarop
een
laag
stammen,
planken
of
takken.
Dan
een
dak
van
golfplaten
of
zelfs
alleen
een
plastic
zeil.
Men
heeft
groentetuinen,
koeien
en
geiten.
Na
elke
top
komen
we
in
een
nieuw
dal
wat
er
weer
anders
uit
ziet.
Orchideeën,
kamperfoelie
struiken
en
velden
vol
gele,
witte
en
paarse
bloemen.
We
kopen
brood,
kaas
en
fruit
in
een
groter
dorp
waar
een
winkel
is.
Mensen
staren
ons
aan
alsof
we
maanmannetjes
zijn.
Toeristen
komen
hier
niet
veel.
Na
zo'n
180
km,
hoog
in
de
bergen
(2500-3000
m.),
waar
het
steeds
smaller
wordt
en
we
door
kloven
rijden
met
enorme
rotsformaties
links
en
rechts,
zien
we
nevel
op
komen.
De
wolken
zakken
en
al
gauw
zitten
we
in
potdichte
mist.
Verraderlijk,
hoe
het
weer
zo
snel
kan
veranderen.
Flink
koud
wordt
het
ook
en
we
rijden
zelfs
langs
de
sneeuw
(tot
1,5
meter
hoog)!!
Het
heeft
de
afgelopen
dagen
flink
geregend
en
daardoor
zijn
de
rotsen
gaan
schuiven.
Op
veel
plaatsen
is
de
halve
weg
bedolven
onder
enorme
stenen
en
puin.
Op
verschillende
plaatsen
zijn
mannen
al
bezig
met
bulldozers.
Daar
moeten
we
langs
manoeuvreren.
Samen
met
veel
en
diepe
gaten
in
de
weg,
maakt
dat
we
alert
moeten
rijden
en
veel
sturen.
Op
de
lange
weg
naar
beneden,
wordt
het
weer
helder
en
drukker.
We
komen
in
het
gebied
waar
thee
verbouwd
wordt.
Op
elke
stukje
grond
staan
thee
struikjes.
Kleine
veldjes
van
een
paar
vierkante
meter
tot
hele
berghellingen
vol.
Vrouwen
lopen
met
kleden
die
met
de
punten
aan
elkaar
geknoopt
zijn
en
volgestopt
met
theebladeren.
Vrachtwagens
met
hoog
opgestapelde
zakken
thee
en
verwerkingsfabriekjes
overal.
Veel
bedrijvigheid
dus.
Langs
de
weg
zien
we
veel
tunnels
haaks
op
de
weg
de
berg
in
lopen
waar
vrachtwagens
en
shovels
in
en
uit
rijden,
die
dan
half
over
de
weg
rijden.
Zijn
het
kopermijnen??
Wel
navraag
gedaan,
maar
we
weten
het
nog
niet
zeker.
De
weg
is
daardoor
heel
slecht
geworden,
veel
modder
en
gaten.
Onze
mooie
splinternieuwe
Fiat
ziet
roodbruin
van
de
modder.
Na
totaal
675
km
leveren
we
de
auto
weer
in.
Het
was
een
fantastische
dag
!
Woensdag
17
juni.
Zon
25
graden.
Deze
dag
hebben
we
voor
het
reisklaar
maken
van
de
fietsen
en
de
bagage.
We
kopen
breed
tape
en
vragen
kartonnen
dozen
bij
de
supermarkt.
Ze
verwijzen
ons
naar
de
container
waar
ze
net
wat
dozen
in
gedaan
hebben,
dus
staan
wij
in
de
container
te
grabbelen
onder
belangstelling
van
voorbijgangers...
ach,
die
arme
toeristen
toch!!
Ook
veel
geïnteresseerde
mannen
bij
het
inpakken
van
de
fietsen.
De
aardige
jongeman,
Emrah,
van
de
receptie
rijdt
ook
een
rondje
op
Theo's
fiets.
Zijn
collega
wil
de
fiets
wel
kopen,
maar
als
hij
hoort
dat
die
net
zo
veel
kost
als
zijn
tweedehands
auto,
gaat
de
verkoop
niet
door.
Verder
gaan
we
de
stad
in
om
wat
rond
te
kijken
en
te
winkelen.
Het
laatste
geld
opmaken.
Theo
bezoekt
nog
de
kapper
voor
een
uitgebreide
behandeling.
Daarna
op
de
foto
met
Emrah.
We
eten
baklava
en
vreemd
ijs
(gemaakt
van
honing,
dus
stroperig,
het
lijkt
wel
toffee
ijs)
en
Theo
drinkt
weer
Turkse
koffie
die
speciaal
voor
hem
gehaald
wordt
bij
de
buren.
Dat
gebeurt
hier
wel
vaker.
Als
we
vragen
om
iets
wat
ze
niet
hebben,
zeggen
ze 'goed'
en
halen
ze
het
voor
ons.
We
maken
de
laatste
zonsondergang
mee
in
Turkije
terwijl
we
weer
in 'ons'
internet
café
zitten.
We
moeten
vroeg
gaan
slapen
want
om
half
zes
worden
we
beneden
in
de
hal
van
het
hotel
verwacht.
Emrah
heeft
vervoer
geregeld
voor
de
fietsen
en
ons
vliegtuig
vertrekt
om
7.05
uur.
Donderdag
18
juni
zon
en
ruim
28
graden.
Vijf
uur
gaat
de
wekker.
De
auto
die
onze
fietsen
naar
het
vliegveld
zou
brengen
is
er
niet.
De
man
van
het
hotel
belt
met
een
vriend
en
wij
moeten
“vijf
minuten”
wachten!
Dat
is
niet
leuk.
Het
is
kwart
voor
zes
en
hoewel
het
vliegveld
vlak
bij
is,
begin
ik
al
wat
benauwd
te
worden.
Gelukkig
komt
er
toch
al
gauw
iemand
(de
zoon
van
de
eigenaar
van
het
hotel)
met
het
busje
van
de
buurman
die
een
supermarktje
heeft.
De
fietsen
worden
gauw
tussen
allemaal
kratjes
met
waterflessen
gezet
en
we
worden
netjes
voor
de
hoofdingang
van
het
vliegveld
afgezet.
We
vliegen
in
twee
uur
van
Trabzon
naar
Istanbul
(afstand
ruim
1695
km)
waar
we
moeten
overstappen.
Omdat
we
vijf
uur
de
tijd
hebben,
gaan
we
met
een
taxi
naar
Pension
Yesilkoy,
om
te
vragen
hoe
het
met
de
oude
meneer
Frenkel
gaat.
Helaas
gaat
het
erg
slecht
met
hem
en
kunnen
we
hem
niet
zien.
Wel
zijn
zoon
Aziz
waar
we
gezellig
mee
praten.
Daarna
gaan
we
een
wandeling
maken
langs
de
kust.
Het
is
heerlijk
weer
en
dis
is
beter
dan
vijf
uur
lang
op
een
vliegveld
hangen.
Op
de
terugweg
naar
het
pension,
komen
we
nota
bene
langs
een
heel
oude
katholieke
kerk.
De
enige
in
heel
Turkije
die
wij
gezien
hebben.
We
gaan
even
naar
binnen
en
worden
aangesproken
door
een
hoogbejaarde
man.
Hij
verteld
dat
hij
een
Franciscanermonnik
is
en
al
95
jaar!
Geboren
in
Italië
en
al
in
1938
naar
Turkije
gekomen.
Hij
was
erbij
toen
het
vredesverdrag
met
Rusland
(na
de
tweede
wereldoorlog)
werd
ondertekend
in
Istanbul.
Er
stond
destijds
een
houtenhuis
op
de
plek
waar
nu
een
parkeerterrein
is.
We
bekijken
de
kerk,
die
sober
maar
mooi
is.
Ander
detail
is
dat
er
veel
kerkgangers
zijn
volgens
de
monnik.
Deze
mensen
zijn
vanwege
hun
geloof
uit
Oost
Turkije
gevlucht
naar
Istanbul.
We
nemen
afscheid
in
het
pension
en
gaan
weer
naar
het
vliegveld.
Op
onze
tickets
(instapkaarten),
die
we
in
Trabzon
al
kregen,
staat
dat
wij
bij
gate
223
moeten
zijn,
aan
de
uiterste
westkant.
Als
we
na
de
paspoortcontrole
aan
boord
willen
gaan,
blijkt
dat
het
gatenummer
is
veranderd
en
bijna
zitten
we
in
het
vliegtuig
van
Hannover.
We
moeten
nu
naar
gate
209
en
deze
blijkt
helemaal
aan
de
Oostkant
van
de
luchthaven
te
liggen,
dit
ruim
een
kilometer
lopen/rennen!
Er
wordt
al
op
ons
gewacht.
Dat
was
effe
spannend……..!!
De
vlucht
gaat
prima
en
in
Düsseldorf
komt
netjes
all
bagage
en
de
fietsen
aan
bij
hert
afhaalpunt.
We
nemen
de
trein
naar
Meppen
waar
Tim
ons
komt
halen.
Om
ongeveer
half
tien
zijn
we
weer
thuis.
We
kunnen
wel
stellen
dat
we
een
fantastische
reis
gehad
hebben.
Ondanks
wat
tegenslag
als
ziekte
en
extreem
steile
hellingen,
hebben
we
ons
doel
gehaald,
veel
avonturen
beleefd,
heel
veel
mensen
ontmoet
en
geleerd
van
de
cultuur
en
vooral
van
de
ongelofelijke
gastvrijheid
en
vriendelijkheid
van
de
mensen.
Wat
feitjes
op
een
rij:
* 24
keer
in
een
hotel
geslapen.
* 8
keer
in
de
tent.
* 5
keer
zelf
gekookt
* 5
keer
expeditie
maaltijden
gegeten.
* 22
keer
in
eethuisjes
gegeten.
*
800
kilometer
gefietst
(waarvan
waarschijnlijk
wel
40
km
gelopen).
* 15
fietsdagen
gehad.
* drie
dagen
heeft
het
geregend
(waarvan
we
twee
dagen
in
de
auto
reden)
* 29
dagen
met
mooi
weer.
* 1
dag
met
mist
en
sneeuw
* 8
ziekenhuizen
bezocht
* 2
dokters
geconsulteerd
* 32
broden
gegeten.
* 48
cola
en
36
Fanta
gedronken
* 0
lekke
banden
* 12
keer
de
ketting
eraf...............
* 24
keer
een
internetcafé
bezocht.
Wetenswaardigheden:
PASTA
Als
je
hier
om
pasta
vraagt,
krijg
je
gebak!
De "pastanesi"
is
een
banketbakker.
De
taarten
zijn
prachtig
gedecoreerd
en
er
is
baklava
in
veel
soorten.
IMAM
In
Şile
logeerden
we
tegenover
de
moskee,
dus
nog
geen
dertig
meter
ervandaan.
Het
was
wel
even
schrikken
toen
's
nachts
om
vijf
uur
de
Imaam
ons
goedemorgen
brulde
door
mega
versterkers.
Zo
vijf
minuten
lang
roept
hij
tot
AAAALAAAAH
!!!
Met
zoveel
decibellen
dat
een
discotheek
er
jaloers
op
zou
zijn...
Dit
wordt
diverse
keren
per
dag
herhaald.
De
imam
zingt
overal
anders.
De
ene
natuurlijk
mooier
dan
de
andere.
We
beginnen
het
zelf
ook
mooi
te
vinden.
Eerst
horen
we
hem
op
steeds
dezelfde
tijd,
nu
op
verschillende
tijden,
vijf
keer
per
dag.
KOEIEN
Koeien
zie
je
hier
niet
alleen
in
de
weilanden,
maar
langs
de
kant
van
de
weg
en
ook
regelmatig
midden
op
de
weg.
Of
zelfs
op
het
strand
langs
de
zee!
TOETSENBORD
Het
Turkse
toetsenbord
heeft
een
paar
lastige
afwijkingen
in
vergelijking
met
de
Nederlandse.
Op
de
plek
van
de i
zit
de ı
zonder
punt.
De i
zit
rechts
van
de
l.
Op
de
plaats
van
de .
zit
de ç
en
de
punt
zit
onder
de
enter
toets.
Ook
de
komma
zit
verstopt
en
de
trema's
kan
ik
niet
vinden.
Het
kan
dus
voorkomen
dat
er
vreemde
foutjes
zitten
in
ons
verslag.
BUSHOKJES
De
meeste
bushokjes
zijn
hier
heel
eenvoudig.
De
Nederlandse
zijn
vaak
van
glad
met
verlichting,
die
regelmatig
vernield
worden.
Hier
zijn
ze
van
beton
of
van
golfplaten
met
een
houten
bankje
dat
niet
in
brand
gestoken
wordt
of
gesloopt.
Sommige
zijn
vast
al
meer
dan
honderd
jaar
oud.
ROOKVERBOD
Op
31
mei
j.l.
(wij
waren
hier
al)
is
in
Turkije
het
rookverbod
in
horecagelegenheden
ingegaan.
Men
houdt
zich
er
geloof
ik
goed
aan
en
overal
hangen
affiches.
BEDDEN
De
matrassen
zijn
hier
keihard.
Onze
slaapmatjes
voor
in
de
tent
zijn
zachter.
Ook
kennen
ze
geen
hoeslakens.
Altijd
gewone
lakens
en
vaak
ouderwetse
wollen
dekens.
Slechts
drie
keer
troffen
we
dekbedden
aan.
ONTBIJT
Het
ontbijt
bestaat
uit:
Turks
brood
(erg
lekker,
maar
wit),
een
schaaltje
olijven,
plakjes
tomaat,
kaas
(geitenkaas
en
koeienkaas),
plakjes
komkommer,
soms
een
plakje
worst,
kersenjam
en
aardbeienjam
(altijd
dezelfde,
hele
dunne
jam
die
van
je
brood
afdrupt),
honing
en
thee.
BIER
Hoe
verder
oostwaarts
hoe
minder
bier
er
verkrijgbaar
is.
In
de
restaurants
al
helemaal
niet
meer.
Je
moet
bier
halen
in
een
winkeltje
waar
een
bord
"Efes"
buiten
hangt,
het
meest
gangbare
Turkse
bier.
KAMFERBALLEN
In
een
hotel
vonden
we
het
erg
muf
ruiken,
maar
dat
kwam
door
4
kamferballetjes
die
in
de
afvoer
van
de
wastafel
lagen.
Waarschijnlijk
tegen
riool
luchtjes.
PRIJZEN
De
kosten
van
levensonderhoud
zijn
hier
erg
laag.
Minder
dan
de
helft
tot
een
derde
van
de
kosten
bij
ons.
Een
brood
kost
0,25
euro,
koffie
in
een
café
0,50
euro,
thee
0,20
euro,
blikje
cola
0,50
euro,
ontbijt
2,50
euro,
diner
5 -
8
euro,
hotel
25 -
40
euro.
Hierbij
moeten
we
zeggen
dat
dat
niet
zo
is
in
Istanbul,
maar
op
onze
route
langs
de
Zwarte
zee.
SLOFFEN
Net
zoals
wij
bij
een
Turkse
familie
sloffen
kregen
om
aan
te
doen
toen
we
daar
op
bezoek
waren,
staan
er
in
alle
hotelkamers
twee
paar
sloffen
klaar.
Soms
een
soort
plastic
Zweedse
muilen,
maar
meestal
wegwerp
exemplaren
van
viltachtig
papier.
TURKSE
KRAAI
Overal
zagen
we
een
soort
kraaien
die
ik
in
Nederland
nog
nooit
heb
gezien.
Wij
noemen
ze
maar
Turkse
Kraaien.
ETEN
In
een
"lokantasi"
(lokaal
eethuisje)
kom
je
binnen
en
de
keuken
is
dan
direct
bij
de
deur.
Er
staat
een
vitrine
met
schalen
en
bakken
met
gerechten
die
die
dag
verkrijgbaar
zijn.
Je
krijgt
uitleg
wat
het
is
en
kan
dan
aanwijzen
wat
je
wilt
eten.
Wij
ontdekten
dat
eigenlijk
pas
aan
het
einde
van
de
vakantie.
In
het
begin
gingen
we
netjes
aan
een
tafeltje
zitten
om
dan
moeizaam
het
menu
te
ontcijferen
en
vervolgens
te
horen
dat
er
veel
gerechten
niet
verkrijgbaar
waren
die
dag.
Er
zijn
vaak
stoofpotjes
met
lamsvlees
of
rundvlees.
Ook
veel
kebab
van
lam
of
kip.
Verder
rijst,
bonen,
tomaten,
wortelen,
aubergine
en
courgette.
Pide
is
een
soort
deeg
gerecht
en
lijkt
een
beetje
op
pizza.
Als
nagerecht
is
er
vaak
baklava,
rijstpudding,
yoghurt.
Alles
zelfgemaakt.
Men
drinkt
vooral
water
maar
ook
cola,
fanta
en
ayran
(karnemelk).
De
karnemelk
zit
meestal
in
plastic
bekertjes
maar
wordt
ook
wel
eens
vers
geserveerd.
TAAL
Dankzij
David
en
ons
Turkse
woordenboek
kunnen
we
al
aardig
wat
woordjes
Turks.
Bijna
niemand
spreekt
Engels
of
Duits
en
ons
Turks
gehakkel
wordt
met
vrolijk
gelach
toch
echt
begrepen
!!
Zo
heb
ik
de
dokter
uit
kunnen
leggen
waar
ik
last
van
had
en
worden
we
soms
behoed
voor
eten
wat
we
liever
niet
op
ons
bord
willen
hebben.
We
kunnen
begroeten,
bedanken
en
afrekenen.
Water
=
Su
Brood
=
ekmek
Bedankt
=
teçekuler.
MARKT
Natuurlijk
is
de
markt
altijd
een
geliefd
foto
object.
Vele
foto's
hebben
we
gemaakt,
hoewel
het
moeilijk
blijft
de
dames
met
hoofddoekjes
te
fotograferen.
Vooral
bij
de
stalletjes
langs
de
weg
vinden
we
wel
foto-bereidwillige
vrouwen.
Ook
veel
venters
op
de
weg
met
karretjes
en
manden.
Simit
broodjes
zijn
vaak
lekker.
In
een
cirkel
gebakken
broodjes
met
veel
sesamzaadjes.
TRUCKS
Veel
trucks
in
Turkije.
Zeker
de
helft
van
de
auto's
zijn
trucks
of
busjes.
De
trucks
vervoeren
van
alles
en
zijn
meestal
open
bakjes,
pickup
trucks.
Ze
zien
er
soms
kleurig
uit
met
strepen
en
beschilderingen.
Vaak
langzaam
de
helling
omhoog
met
flinke
zwarte
rookwolken.
WATERBRON
Op
veel
plaatsen
langs
de
weg
staan
muurtjes
met
een
kraan
of
slang.
Soms
met
een
opvangbak
eronder.
Er
komt
helder
schoon
water
uit
dat
je
gewoon
kan
drinken.
Het
is
meer
betrouwbaar
dan
kraanwater.
Het
kraanwater
kan
je
wel
gebruiken
om
te
koken.
Soms
zijn
de
waterplaatsen
van
marmeren
platen
met
inscripties,
soms
gewoon
een
klein
slangetje
uit
de
rots
met
een
emmer
eronder.
Het
is
voor
ons
heerlijk
om
af
te
koelen,
hoofd
en
handen
af
te
spoelen.
We
vullen
onze
flessen
ermee.
BUSJES
Het
openbaar
vervoer
in
Turkije
is
goed
geregeld
en
spotgoedkoop.
Er
zijn
de
dolmus
busjes,
kleine
personenbusjes
die
kleine
afstanden
afleggen.
Grote
hoeveelheden
schoolbusjes
(OKUL
TASATI)
die
de
kinderen
van
het
platteland
van
en
naar
school
brengen.
Dan
zijn
er
de
grotere,
luxe
bussen
die
grotere
afstanden
afleggen
(tot
100
km
ongeveer).
Tenslotte
zijn
er
mega
bussen.
Dit
zijn
luxe
tourbussen
voor
50
mensen.
Er
kan
veel
bagage
onderin
en
er
zijn
vier
mannen
aan
boord.
Twee
chauffeurs,
1
man
voor
de
papieren
en
het
regelen
en 1
jongen
voor
de
bediening.
Hij
brengt
koffie,
thee
of
frisdrank.
Deze
bussen
leggen
grote
afstanden
af
door
het
hele
land.
De
bus
waar
wij
mee
reisden,
ging
van
Samsun
naar
Van,
een
afstand
van
zo'n
900
km.
|