Maandag 16 mei 2011. Zuidhorn (regen 16 gr.) – Malaga (zon 23 gr.). 9 km.
Rustig vertrekken we vanuit een regenachtig Zuidhorn naar Eelde. Gwen en Igor brengen ons naar het vliegveld. De fietsen zijn zorgvuldig in dozen verpakt, maar moeten er van de douane weer uit voor controle. Niet eerder vertrok ik vanuit Eelde, maar het is ideaal.
Om 19 uur zijn we in Malaga. Op de bagageband arriveert eerst ons speciale fietspompje dat vast zat aan de fiets van Theo in de doos!!! De schrik slaat ons om het hart: dat voorspelt niet veel goeds.. Beide fietsen komen echter keurig aan op een aparte, speciale bagageband en met fietspomp!! Het blijkt dat “onze” fietspomp van iemand anders was. Een rollator wellicht? Waarschijnlijk één van de vele overwinteraars van de Costa del Sol die in het vliegtuig zaten.
Na een uurtje sleutelen en bagage laden, fietsen we weer wat onwennig wiebelend door de zware tassen over de snelweg (er is geen andere weg!!) het vliegveld af. Na 8 km. arriveren we in het besproken hotel. Zowaar direct gevonden! De fietsen mogen in een keurige ruimte staan.
Dinsdag 17 mei. Malaga. Half bewolkt + zon. 25 graden.
Vandaag “sight seeing” in Malaga. Veel gelopen. Best aardig. Picasso museum, haven, oude binnenstad, kasteel op de berg met mooi uitzicht. Paar terrasjes. Allemaal ‘gedaan’. Camping gas en andere boodschappen gedaan voor morgen.
Woensdag 18 mei. Malaga – Alozaina. Tussen zon en regen 18 gr. 59 km.
Het is zwaar bewolkt als we vertrekken uit Malaga, uitgezwaaid door een aardige hotel meneer. Altijd lastig om een grote stad uit te fietsen. Het aantal fietsen dat we hier zagen is nul ! Men is er dus totaal niet op ingespeeld. Er gaan twee wegen de goede kant op – allebei auto snelwegen. Met een lijf vol adrenaline en ware doodsverachting rijden we de oprit op en rijden over de zeer drukke zesbaans A7. We drukken ons bijna tegen de vangrail aan, maar daar ligt regelmatig glas. Twee keer passeert ons een auto van de Guardia Civil en ik vrees dat ze ons van de weg af sturen of op de bon slingeren, maar nee, het is kennelijk toegestaan. Na 8 kilometer kunnen we eindelijk deze weg af. Hier, in de Sierra Nevada, hoort het heet te zijn en droog !! We zijn echter blij dat het niet te heet is en zelfs zwaar bewolkt, maar jammer is het wel voor de uitzichten die soms in nevel gehuld zijn. Zielsgelukkig voel ik me, weer op de fiets een nieuw avontuur tegemoet!!
Na 60 km. arriveren we in de stromende regen in Alozaina, waar we na enig zoeken en vragen in ons beste Spaans een pension vinden, waar we onze natte spullen kunnen drogen, warm douchen en onze pijnlijke spieren rust geven.
Donderdag 19 mei. Alozaina – Ronda. Zwaar bew. en regen. 16 graden. 45 km.
Afgelopen nacht heeft het vele uren geplensd. Gelukkig is het droog als we vertrekken. Direct in het dorp al moeten we flink omhoog. We gaan over twee passen vandaag. Het is een doorgaande route maar gelukkig zijn er niet al te veel auto’s. Ze nemen ook de ruimte om ons te passeren. Over de eerste 9 kilometer doen we twee uur. We zijn nog niet gewend aan het klimmen, doen dus rustig aan en nemen de tijd om om ons heen te kijken. Dat doen we met plezier want het is hier prachtig! Door de donkere lucht en nevel zal het minder mooi zijn als wanneer de zon schijnt, maar dit is ook bijzonder. De dreigende wolken met hier en daar een zonnige plek beneden in het dal. Het wordt een dag van regenjas aan / regenjas uit. Af en toe even felle zon, dan weer gietregen. Langzaam maar zeker komen we hoger en hoger. De eerste pas is op 820 meter. Slechts twee dorpen komen we onderweg tegen. De bewoners zijn afstandelijk en negeren ons. Geen gezellige praatjes zoals in Turkije en Frankrijk.
Na een kleine afdaling begint het klimmen naar de tweede pas, naar 1190 meter. Onderweg komen we de eerste fietsers tegen. Vier Duitsers die van Lissabon naar Malaga fietsen. Onze lunch maken we op een bankje in een dorp. De bakker maakt hier voornamelijk stokbrood en kleine, harde broden. Veel geitenkaas is er te koop. De winkels zijn moeilijk herkenbaar. Weinig reclame op de gevel en gesloten deuren, of heel donker binnen. Groepjes mannen rond het café en groepjes mollige vrouwen met bezems praten op straat. Nou ja, praten, schreeuwen noem ik het maar. Bijna iedereen praat hier zo hard dat het bijna agressief klinkt en we bang zijn dat men hier ruzie staat te maken.
Ook de tocht naar de tweede pas is met wisselend weer. De wind wordt harder en kouder, maar gelukkig in de rug. Het landschap wordt ruiger en de bomen verdwijnen. Rotsen, struikjes en gras. Geen huizen meer. Geiten horen we mekkeren en hun bellen klinken over de bergen. Het is al half zeven en we moeten nog hoger en hoger. Volgens de hoogte meter van Theo moeten we nog 100 meter stijgen als er toch ineens het verlossende bord komt “Puerto del Viento 1190 meter”. Prompt daarna volgt de afdaling. Eerst door de ijskoude striemende regen (het is 12 graden) , maar als we lager komen, voelen we het warmer worden. De zon breekt door en het landschap verandert weer naar groener, zonniger en vriendelijker. Na de heerlijke afdaling, waarin onze natte spullen al gauw droog gewaaid zijn, komen we tegen acht uur aan in Ronda.
Vrijdag 20 mei. Ronda. Half bewolkt, regen/zon. 19 graden.
Luie ochtend. Foto’s op laptop gezet, verhalen geschreven. Als we de stad in willen gaat het weer regenen. De drukke lange winkelstraat is groot maar niets aan. De oude stad ligt op een soort eiland dat te bereiken is via een zeer oude brug over een kloof van 150 meter diep. De kloof en de oude stad zijn adembenemend mooi !! We lopen de hele middag van het ene idyllische witte pleintje naar het andere door oude steegjes met spierwit ververfde huizen. Overal tussendoor schitterend uitzicht over de bergen op de achtergrond.
A.s. zondag zijn er locale verkiezingen in Spanje en overal zijn spandoeken, posters, toeterende reclame auto’s en folderende mensen om stemmen te werven. We zien ze in elk dorp en elke stad.
Zaterdag 21 mei. Ronda / Grazalema. zon en wolken. 24 gr. 35 km. 168 totaal.
Eindelijk strakblauwe lucht! De eerste 16 km. over een provinciale weg. richting Sevilla. Drukte valt wel mee. Het is een fantastische route vandaag. Heel klein rijden we door het geweldige berglandschap. De zon, bloemen, vogels, heerlijk geurende brem. Omdat we deze omgeving zo mooi vinden, hebben we besloten een omweg te maken over Grazalema. Het zijn extra kilometers en een paar passen, maar dat hebben we er graag voor over. Mijn hart stroomt over van blijdschap en geluk om hier te zijn en dit te voelen. Bij Grazalema, een van de mooiste witte dorpen van Andalusie, is een camping op 950 m. hoogte. Eindelijk weer kamperen !!
Zondag 22 mei. Grazalema – Arcos de la Frontera. Zon 30 gr. 50 km. tot. 218.
Een paar tips voor de route krijgen we van een jonge Amerikaanse jongen die hier ook op de camping is. De hele nacht blafte er een hond vlakbij wat mijn nachtrust behoorlijk verstoorde. Theo slaapt overal doorheen.
We rijden nog één pas vandaag. Het is prachtig weer en er zijn veel race fietsers en motoren op de weg op deze vrije zondag. Het is weer volop genieten ondanks het klimwerk. De afdaling is wel 18 km. Na El Bosque volgt een wat saaie, brede weg maar de omgeving is prachtig. Grote agaven, pijnbomen, velden jonge zonnebloemen en gouden korenvelden. Op de bestemming Arcos de la Frontera is helaas de camping nog niet open. Daarom moeten we het stadje in. Dat wil zeggen: twee kilometer naar boven lopen via smalle straatjes, overigens heel mooi geplaveid met kiezelsteentjes in patronen, met een stijging van ongeveer 25% !! Een mega zware klus, maar de beloning is zoet. Een prachtig hotel in een middeleeuws huis met schitterende kamers en een dak terras, uitkijkend over de omgeving. Zie: www.lacasagrande.net.
Maandag 23 mei. Arcos – Cabesas de san Juan. 51 km. Totaal 269.
Cabezas – Sevilla: trein.
Omdat we niet wisten dat we in deze stad (Arcos de la Frontera) zouden komen, wisten we ook niet wat ons te wachten stond. Als we na het ontbijt met de fiets nóg verder naar boven lopen, komen we in het oude centrum, met als middelpunt de kathedraal (die overigens als enige niet wit is). Het is één van de vele stadjes die door Moslims gesticht zijn en dus een Arabische achtergrond hebben. Je ziet nog veel Oosterse invloeden in de bouw en b.v. de tegels.
We fietsen vandaag via een rustige weg naar het noorden. Als we de weg zoeken, komt er een motoragent langs en vraagt of we iets zoeken. “Ja, de weg naar Espera!@”. “Follow me”, horen wij vanonder zijn helm in keurig Engels. We moeten racen om hem en zijn collega bij te houden, maar ze leiden ons keurig naar de goede weg. “Have a nice trip!”en weg zijn ze weer..
Het is heet, erg heet. De zon brandt meedogenloos en er is bijna geen schaduw. Geen bomen, geen huizen. De weg trilt in de verte en zelfs de vogels zijn stil. Het landschap wordt langzaam maar zeker wat vlakker. Eerst nog pittige bultjes, dan glooiende heuvels. We rijden richting Sevilla en het land zal straks moerassig worden met veel industrie dorpen. Niet veel aan, dus we besluiten de laatste 70 km. per trein te doen. Een station, ergens in the middle of nowhere, waar de trein van Jerez naar Sevilla zal stoppen. We komen er aan met al knalrode schouders en kuiten. Het is vijf uur maar nog 33 gr. Op een onduidelijk bord op het totaal verlaten stationnetje staat dat de volgende trein om 21.45 zal gaan. Pfff… bijna 5 uur wachten dus! Het alternatief is nog 35 km rijden naar een plaats waar de trein vaker stopt, maar dan zijn we ook weer ruim twee uur verder. We installeren ons dus op een betonnen bankje in de schaduw. Enkele treinen razen voorbij. Er is niemand op het station en alles is dicht. Een vrouw die de trein naar Jerez net mist, vertelt ons dat er om 20 uur ook een trein komt. Dat scheelt!Een prachtige trein met een brede, lage instap, airco en een aardige conducteur. De fietsen mogen gratis mee.
Vlak voor het donker vinden we een klein pension en gaan ’s avonds nog tapas eten op een terras met een zwoel windje.
Dinsdag 24 mei. Sevilla. Zon 36 graden.
Zoals je een stad het beste kan bekijken: lopen, lopen en lopen. Ik vind het een stad die voelt als Parijs: chique, oud, prachtige gebouwen, statige lanen, gezellige straatjes en smalle steegjes, maar dan op z’n Spaans. Veel kleuren: okergeel, steenrood, wit en groen overheersen.
De brede rivier Rio Guardaira met mooie bruggen, parken, paleizen en de kathedraal. Maar de smalle straatjes vinden we het mooist. Soms maar 1 meter breed met hoge huizen die prachtig versierd zijn en geverfd.
Bloedheet is het. Het groen knipperende uithangbord bij de “Pharmacia” geeft 36 graden aan. De zon geeft een schroeiend gevoel, maar tussen de huizen in de schaduw is het te doen.
Regelmatig een terrasje met een windje en een koel glas sangria, olijfjes en een stukje brood.
Woensdag 25 mei. Sevilla – El Rocio Zon 32 graden. 68 km. 337 km.
Nog iets moois aan Sevilla: er zijn fietspaden ! Langs de binnenste rondweg en in de stad zijn groen geasfalteerde routes aangelegd. Er wordt druk gebruik van gemaakt. Via zo’n fietspad fietsen we de halve stad nog rond. Buiten het centrum zijn de meest prachtige parken met enorme exotische bomen en paleizen. We verlaten de stad weer eens over een snelweg en na wat gezoek vinden we de route naar het zuid-westen.
Wennen we al aan de hitte? Of is het echt minder warm? We rijden lange, rechte wegen die wat op en neer gaan met eindeloze olijf- en perzikboomgaarden en oleanders. Zo eindeloos dat het bijna saai wordt..
In El Rocio zien we een camping met zwembad en dat kunnen we niet weerstaan. Voor het eerst deze vakantie zwemmen we en het is héérlijk na zo’n dag !!
Donderdag 26 mei. Regen/zon. 30 graden. El Rocio - Huelva 72 km. Tot. 409
El Rocio blijkt een zeer apart dorp. We wanen ons in het wilde westen, als in een cowboy dorp inclusief hekken om paarden aan vast te maken, brede gele zandwegen en veranda’s.
Het is grijs en het regent een beetje. De tent hebben we nat moeten inpakken. Als we aankomen bij de kust van de Atlantische Oceaan is het droog en wordt het warmer. Onderweg zien we veel aardbeien kwekerijen. Lange witte plastic tunnels. We ruiken het sterk, lekker ! Er zijn tientallen vrouwen aan het plukken en met kratten sjouwen. Ook rijden we langs kilometers lange sinaasappel plantages. De weg langs de kust is ongeveer een halve kilometer van zee. Die zien we dus niet. We zien wel veel, heel veel pijnbomen, eucalyptus struiken en zand duinen. Het schijnt dat hier ook lynxen voorkomen. Wij zien alleen vogels. Veel ooievaars en heel mooie blauwe vogels met een lange staart en een blauwe “hoed”. Moet nog nakijken wat dat voor vogel is. De lunch maken we aan het strand, dat we voor ons alleen hebben ! Heerlijk zwemmen we in de zee en slapen wat op het strand. Een compleet ander beeld is het zo’n twee uur later als we de stad Huelva naderen. Enorm grote industrie gebieden waar we langs fietsen. Tussen de haven met mega schepen en kranen en aan de andere kant raffinaderijen of zo. Zeker 10 kilometer stank, lawaai en veel trucks. In Huelva vinden we een prima goedkoop hotelletje en eten lekker buiten een soort visschotel, gefrituurde inktvis, salade met geitenkaas en asperge rolletjes met spinazie. En natuurlijk sangria dat ik zelfs lekker vind!! Zo lekker dat ik maar moeizaam naar het hotel terug kan lopen… :-)
Vrijdag 27 mei. Huelva – Vila Real (Portugal) . Zon 34 gr. 67 km. Tot. 476 km.
We verlaten het drukke Huelva via een fietsroute die ik thuis al uitzocht op internet (leve Google Earth !!). Prachtig fietspad i.p.v. de overvolle autoweg. Een klein gebied vol heide en vennen. Bij de zee onze eerste koffie, die hier overigens (bijna) overal erg lekker is. Door een rivier, waar geen brug over is, kunnen we niet verder langs de kust. We proberen nog wel een bootje te regelen, maar die vaart alleen naar het strand aan de overkant en dan moeten we nog 2 km. lopen over het strand. Dát zien we even niet zitten met zware fietsen. Weer landinwaarts dus, langs een drukke weg. We willen vandaag door naar Ayamonte dat op de grens met Portugal ligt en blijven dus deze weg vervolgen. Theo wijst mij er op dat de omgeving eigenlijk best mooi is, maar ik heb er geen oog voor door de hitte, het constante ieiejoem, ieiejoem van auto’s en het klimmen-dalen, klimmen-dalen. We springen onderweg nog wel even in een waterpartij-kunstwerk bij een kantoor. Dát is lekker. Met een natte handdoek in de nek en een natte pet op is het weer even vol te houden.
In Ayamonte (leuke, schone stad) nemen we de boot naar Portugal (Vila Real). Geen puf meer om naar een camping te zoeken en rijden. Een lieve jonge vrouw die met haar kindje aan het wandelen is, brengt ons naar een pension. Terwijl we staan in te schrijven en de fietsen in de patio zetten, raken we aan de praat met een Nederlands stel dat hier woont. Zij heeft een beautysalon en hij organiseert excursies naar een oude kopermijn (www.montegordo-online-webs.com). Ze nodigen ons uit om een fado concert bij te wonen deze avond en vertellen over de route naar het noorden voor morgen. De fado zanger is een succes, we hebben een gezellige avond en een CD gekocht (www.pedro-viola.com) . Ook hier hebben ze Sangria. De Sangria verkopen ze alleen per liter, maar dat is geen probleem. Zelfs niet voor mij… Tegen middernacht gaan we als eerste weg. De terrasjes zijn nog stampvol, zelfs met kleine kinderen! De nacht is zwoel. Als we het hotelletje binnenkomen, zien we de klok op 23 uur staan…. Het blijkt in Portugal een uur eerder te zijn!!
Zaterdag 28 mei. Vila Real – Mértola. Zon 32 gr. 80 km. Totaal 556.
Vanwege het tijdsverschil vertrekken we lekker vroeg. Veel Spanjaarden en Portugezen zijn erg dik. Geen wonder. Fietsen en lopen doet men niet en bij het ontbijt is altijd veel gebak (met room en chocola) en gefrituurde zoetigheden.
De lucht is weer strakblauw als we over de kasseien het dorp uit hobbelen. We hebben de route aangepast. Niet, zoals gepland, langs de kust naar Tavira en dán naar het noorden, maar nu al direct naar het noorden. Geen zee meer dus deze vakantie ):. Omdat we van de kust komen, klimmen we stevig vandaag. Eerst langs een saaie, tamelijk drukke weg. Later, na een afslag, komt eindelijk het landschap waar we eigenlijk zo lang op gewacht hebben. Stille, landelijke weggetjes met de zware geur van eucalyptus en tijm. Veel vogel gekwetter. Waren het bijeneters? Verder stilte, behalve het gesuis van onze banden op het hete asfalt. Een cafeetje – heerlijke koffie en zelfgemaakte taart. “Gracias” verandert in het mooie “obrigado”. Het Portugees is mooi.
Na een paar heuvelruggen komen we aan bij de rivier de Guardiana – aan de overkant ligt Spanje ! Veel zeilboten op het water, prachtige oevers, veel zon.
We zetten nog even door en via flink klimwerk komen we na 10 uur onderweg te zijn geweest aan in het mooie Mértola, waar ze ook al weer heerlijke Sangria hebben…..
Zondag 29 mei. Zon en wolkje. 28 gr. Mértola – Serpa. 57 km. Totaal 613
Even na vertrek loopt de ketting van Theo’s fiets er steeds af. Er is een schakel gebroken. Gelukkig heeft hij allerlei gereedschap bij zich en is het schakeltje tamelijk snel vervangen. Het is minder heet, “Fris” noemt iemand in een café het zelf. Wij hebben een ander idee bij fris, het is nog altijd 25-28 graden…
De tocht gaat vandaag eerst naar het oosten. São Domingo, waar we de kopermijn gaan bekijken. De mijn is bijna 4000 jaar in gebruik geweest !! In 1966 helemaal verlaten en sindsdien is alles gebleven zoals het was. De kantoren, de werkbarakken, bergen en bergen slakken van erts. Alles is vervuild en zelfs het grondwater schijnt hier al vol te zitten met troep. Het is bizar. Er staan zelfs nog twee auto’s op het terrein. Al meer dan 40 jaar! Het dorp eromheen wordt grotendeels gevormd door lage, zeer kleine rijtjeshuizen die destijds door vele duizenden mijnwerkers werden bewaard.
Verder fietsen we weer. Het landschap is prachtig! Goudgele ronde glooiingen bestrooit met kurkeiken en olijfbomen. Langs de smalle weg, die voortdurend op en neer gaat, staan metershoge eucalyptus bomen die ruisen in de wind. De wind die vandaag flink hard is, maar die we grotendeels in de rug hebben.
Ik ben wat onzeker over de mensen. Regelmatig komen we in een café of winkel, zeggen netjes “Bon dia” of zoiets, maar vaak wordt er niet of nauwelijks gereageerd. Soms zegt niemand iets. Niemand vraagt iets. Kijken doen ze wel. Een heel verschil met Turkije, Griekenland en zelfs Frankrijk waar de meeste mensen open en belangstellend waren. Als je wat besteld, krijg je wat je vraagt en dat is het dan. Ik vind het moeilijk om daarmee om te gaan.,
Als we langs de weg in de schaduw een soepje maken, komt er een wandelaar langs met rugzak. “Goedemiddag” horen we ineens. De Nederlandse man woont in Portugal en loopt een “rondje” (van een paar weken). Hij is geïnteresseerd in de Gazelle van Theo omdat hij gewerkt heeft bij de Gazelle fabriek.
Verderop zitten we wat te drinken tussen de oude mannetjes van het dorp op een bankje voor “Café Cuba”. Ze zeggen niet zoveel maar bieden ons sinaasappels aan die net van de boom komen. Ik geloof dat ik in Nederland geen sinaasappels meer eet nu ik weet hoe ze horen te smaken !!
In Serpa is een mooie municipal camping voor € 6,50
Maandag 30 mei. Bewolkt, regen, zon. 22 gr.Serpa – Vidigueira 52 km. Totaal 665.
Aanmerkelijk koeler vandaag. Veel zwarte luchten en regelmatig een bui. Zo’n dag van jas aan/jas uit, shirt aan/shirt uit. Zes fietsdagen zonder rust resulteert in gevoelig en geïrriteerd zitvlees, waar we allebei wat last van hebben.
Een ontbijt in het dorp (Serpa). De hagelwitte straatjes en pleinen worden al bijna “gewoon” voor ons. Op een terras: samen 4 broodjes kaas en 4 koffie: 8 euro. ’s Middags één bier, één mangosap en twee zelfgemaakte chocolade koeken: 3,45. Een liter overheerlijke sangria met vers fruit: 8 euro. Koffie tussen de 0,70 en 1 euro (en lekker ook nog). Hotel van vandaag: 30 euro. Kortom: Portugal is goedkoop !
Ondanks de regen, de harde wind tegen en de zere billen, is het weer een dag met volop genieten van het land. De vergezichten als we op een heuvel rijden met de buien die je ziet. De fluitconcerten van de vogels, heel veel vogels. De roep van de koekoek die me altijd aan mijn moeder doet denken. De verbaasde, zelfs angstige koeien met enorme hoorns die op de vlucht slaan voor deze twee “vreemde beesten” die voorbij komen rijden. De wind, zon en regen op m’n huid en de lunch onder een enorme kurkeik met een uitzicht van tientallen kilometers.
Het is nog maar half vijf als we langs vele wijngaarden het kleine stadje Vidiguiera binnenrijden. Eigenlijk willen we nog verder, maar we zijn moe. In een café vragen we of hier een hostal of pension is en tot onze verbazing grijpt de man wat sleutels en vraagt ons om hem te volgen. Een paar straatjes verder laat hij ons een huis binnen waar hij ons een keurige kamer met alles erop en eraan aanbiedt voor 30 euro. Zoals bij elk pension mogen de fietsen gewoon in de gang staan. “No problem”.. Dat dan weer wel.
Dinsdag 31 mei, Wolken/zon. 22 gr. Vidigueria – Évora. 55 km. Tot. 720 km.
Het lijkt wel of het steeds kouder wordt! We gaan om 8 uur weg, het is grijs en zo’n 14 graden. Ontbijtje in het café van onze ‘huisbaas’. Een Nederlands stel heeft een boerderij met een kleine camping 14 km. ten zuiden van Évora waar we drie dagen willen blijven. Van daaruit met de trein naar Lissabon en Évora. Het wordt weer een gouden dag. De lucht klaart op en het wordt wat warmer. De weg is stil en o, zo mooi! Regelmatig zit ik te zingen op de fiets. Vooral bij het dalen natuurlijkJ Bij het klimmen heb ik te weinig adem over. Tijdens de hele route zien we veel ooievaars. Honderden. Op telefoon- of elektriciteitsmasten. De meeste met jongen. Ook zien we slangen. Vaak dood op de weg, overreden door auto’s, maar af en toe zien we een groene slang van ongeveer een meter lang die de berm in kronkelt. Hij schrikt van ons, wij van hem..
De gebruikelijke eerste koffie na 20 tot 25 km. is altijd heerlijk. In een café of op een terras op een pleintje. De oude mannen op bankjes, kromme vrouwtjes in donkere kleren, lopend ván of naar de kerk. Jonge mensen zijn veelal weg getrokken. Het probleem op het platteland in bijna alle landen. Leegloop en armoede. De helft van de huizen of meer staat leeg. Soms valt het niet eens op, maar als je goed kijkt, zie je veel dichtgetimmerde deuren en luiken. Het dak soms al scheef of zelfs ingezakt. Het lijkt me triest om je eigen dorp zo te zien.
Rond 4 uur komen we aan bij de fam. Van Voorst tot Voorst op camping Quinta de São Jorge. Gastvrij worden we ontvangen op hun eenvoudige maar prachtig gelegen landgoed. Bedankt Ed en Thea voor deze tip!!!
Vanuit de tent kijken we uit over het dal met paarden en heuvels in de verte. Vlak voor het slapen gaan kleurt de lucht rood, horen we de kikkers knarsen en zien we vleermuizen fladderen. De tent heeft twee grote ‘deuren’ van gaas zodat het net lijkt alsof we buiten slapen.
Woensdag 1 juni. Zon 30 graden. Évora. 32 km. Totaal 756.
’s Middags naar Évora. Beetje onwennig op een ‘lege’fiets . Het is 14 km. Kathedraal bekeken en de ‘capello dos ossos’. Een kapel uit de 16e eeuw bekleed met schedels en beenderen van mensen. Beetje luguber. Ik vind het verbijsterend. Nooit zoiets gezien, maar het schijnt vaker voor te komen. Boven de ingang staat gebeiteld in het Latijn: “Wij zijn de botten. We wachten op de uwe…”.
Op de camping verblijft ook Paul (59), die op een Spaanse fiets rijdt van twijfelachtige kwaliteit. Bijna al zijn bagage draagt hij op zijn rug, in een grote rugzak. Zijn fiets piept en kraakt, maar toch rijdt hij wel 70 km. per dag ! Petje af hoor. Hij eet met ons mee.
Donderdag 2 juni. Zon 30 graden. Évora – Lissabon (auto).
Ben al vroeg wakker. Zo vroeg is het zelfs nog fris buiten en ik ga een eindje lopen. Over het land van onze gastheer en verder langs een stuwmeer. Groepen koeien zetten het op een lopen als ik langs kom. Konijntjes huppelen voor me uit over het zandpad. Een visser ligt met open mond te slapen in z’n auto. Omdat alle weilanden hekken hebben, loop ik verder dan ik wilde en ben bijna twee uur onderweg.
Om 15 uur kunnen we mee rijden naar Lissabon met Joris, de camping eigenaar. Tent, fietsen en spullen blijven op de camping.
Een oud pension met nog een open liftkoker, prachtige houten trappen en een grote kamer met bloemetjesbehang dat hier en daar al loslaat. Mooie driedelige openslaande houten deuren naar een marmeren balkonnetje. De eigenaar op leeftijd spreekt goed Frans. Hij heeft 20 jaar in Versaille gewerkt. ’s Avonds lopen we de stad in en eten heerlijk in een Indiaas restaurant.
Vrijdag 3 juni. Zon 28 graden. Lissabon.
Wijken, straatjes en pleinen verkennen in de stad. Uren en uren lopen. Enorm veel huizen in verval. Vooral in de oude wijken Alfama, Mouraria en Bairro Alto. Onverzorgd, niet of slecht onderhouden. Natuurlijk ook prachtige monumenten. Kerken, kasteel, het grote plein aan de monding van de Taag. Veel verkeer. De kleine beroemde tram zit mudvol, maar er kan nog meer bij. Schuddend en met een gierend geluid tingelt hij door de smalle straatje. ’s Avonds tussen 21 en 22 uur naar een restaurant waar 4 verschillende fado zangeressen optreden met twee gitaristen. Prima eten en erg genoten van de muziek. Helaas ben ik de portemonnee vergeten. Het is een flink eind lopen en het is al middernacht. Theo gaat met de taxi heen en weer naar het hotel.
Zaterdag 4 juni. Zon 27 graden. Lissabon – Évora (bus).
Ook vanmorgen in de stad gezworven. Tegen drie uur naar de busterminal waar we twee uur moeten wachten op de bus naar Évora. De tent staat nog geduldig op ons te wachten.
Zondag 5 juni. Zon en regen, 29 graden. Évora – Avis. 84 km. Totaal 840.
Eindelijk, na vier dagen, weer op de fiets! Via rustige binnendoor wegen peddelen we noordwaarts. Het is zondag dus veel groepjes race fietsers. Ze zwaaien allemaal. Het zijn alleen mannen. Er zijn vandaag landelijke verkiezingen. In alle café’s en restaurants staat eeuwig de tv aan. Dat is altijd al zo, maar nu zien we de bekende beelden met uitslagen.
We rijden weer over de inmiddels vertrouwde heuvels met krukeiken. Soms dicht op elkaar, soms hier en daar op grasland. Overal hier in Portugal staan hekken. Langs alle, maar dan ook alle velden, stukken bos, weilanden, overal staan hekken om. Ook de huizen en boerderijen, met lange opritten (soms zo lang dat we het huis niet eens zien), hebben grote hekken aan de straat, die op slot zijn en vaak ook nog borden “privé terrein” of zoiets. Honden aan kettingen ook nog en de vesting is compleet. Zou het hier nodig zijn? Of is het gewoonte? Het komt in ieder geval erg onvriendelijk over.
Het is weer een heerlijke dag. Tot een uur of vijf als voor ons en achter ons donkere wolken zich samen pakken, bliksemflitsen in de verte. Als de eerste spatten vallen, zoeken we een plek in de berm. Zittend op een bagagerol met het picknick kleed over de knieën en mijn regenponcho over onze hoofden, ondergaan we een flinke bui. Hagelstenen ketsen op de weg en voor onze voeten. Donder en bliksem. Na een dik half uur wordt het minder en hijsen we ons in de regenkleding. Nog 12 km. in de regen verder en we bereiken Avis. De municipal camping moet het zonder ons doen, we vinden een eenvoudige kamer boven een café-restaurant voor 25 euro.
Maandag 6 juni. Zwaar bewolkt. 19 graden. Avis – Ortiga. 72 km. Totaal 912.
Avis ligt, zoals veel dorpen, op een heuvel met een kasteel. Ook weer sterk verwaarloosd en het staat leeg, maar je ziet de charme en de welvaart van vroeger erdoorheen. Gisteravond tijdens een klein ommetje, brandden de mooie ouderwetse lantaarns met warm geel licht en leek het allemaal prachtig. Nu, ook al schijnt de zon niet, in het daglicht, zien we hoe armoedig alles is. Het hotel waar we logeerden is vandaag gesloten. We mochten de sleutel in de kamer achterlaten en de voordeur achter ons dichttrekken.
Het is zwaar bewolkt en grijs, maar droog. We zoeken kleine landweggetjes om de doorgaande wegen te vermijden. Wel wat meer kilometers, maar rustig, mooier en een minder saaie rechte weg! Het ruikt weer zo lekker naar eucalyptus, hars, tijm en af en toe de bedwelmende geur van een bloeiende lindeboom. We komen door veel kleine dorpjes vandaag. Bijna alle huizen zijn nog steeds wit. De namen van de dorpjes beginnen hier allemaal met “Vale de..”(dal van …). We picknicken voor de koffie en de lunch want cafés zijn er niet of niet vindbaar. De heuvels worden wat steiler en groener. De dorpjes wat netter en de mensen wat opener en vriendelijker. Af en toe probeert de zon er even door te komen, maar er blijven zware wolken hangen. Aan het einde van de middag steken we bij een stuwdam met elektriciteitscentrale de Taag (el Tejo) over en vlak daarachter ligt een keurige municipal, met gratis wifi in een keurige kantine waar we deze verhalen en de foto’s weer kunnen versturen naar Marloes.
Dinsdag 7 juni. Bewolkt, later zon. 19-22 gr. Ortiga – Vila de Rei. 40 km. 952
Het is 15 graden en er staat een flinke, koude wind. We vertrekken vroeg. Trui aan. Ten noorden van de Taag is het landschap heel anders. De heuvels worden hoger en steiler. De kurkeiken verdwijnen bijna geheel. We rijden nu door gemengde bossen van pijnbomen, eucalyptus en lage struiken. Door de harde wind, die we helaas schuin tegen hebben, ruist het om ons heen. De zon komt er na een tijdje wel door, maar de wind blijft kil en hinderlijk. De kaart klopt niet helemaal met de werkelijkheid en voor het eerst gebruiken we de (tweedehands aangeschafte) GPS om te zien waar we zijn. Het witte weggetje wordt steeds “witter”. Enorme gaten, veel gruis en zo steil dat we moeten lopen. Toch is het de goede weg. Een paar slaperige dorpjes, of eigenlijk niet eens dorpjes, maar enkele huizen bijelkaar. Prachtig om door te rijden, maar weer zo dubbel te weten dat dit verdwijnt. De eens mooie huisjes, dichtgetimmert, de mooie oude bruggetjes verbrokkelt. Alles zal op den duur helemaal verdwijnen omdat men liever over brede, drukke wegen van rotonde naar rotonde rijdt van de ene Intermarché naar het andere ‘Centre Commercial’… Ik weet dat ik het al vaker heb geschreven en natuurlijk rijden we niet meer op ezeltjes, maar vandaag zagen we weer veel voorbeelden en dat stemt me wel triest.
Vanwege die rottige wind waardoor we soms met moeite op de weg kunnen blijven en door het vele klimwerk vandaag, stoppen we veel eerder dan gepland en vinden om 16 uur al een kamer in Vila de Rei.
Woensdag 8 juni. Zon 22 gr. Vila de Rei – Figueiro dos Vinhos. 52 km.Tot.1004
Handig in Portugal: bijna alle hotels, bibliotheken, toeristenbureaus en campings hebben gratis wifi. Ook in veel dorpen is in het park of midden op een plein gratis internet, zodat je met je laptop in het park kan internetten. Ook fijn om te weten: in alle cafés hebben ze zoete koeken, gebak en hartige taartjes. Favoriet bij ons is de “koekjestaart”. Een taart gemaakt van biskwietjes, aan elkaar ‘geplakt’ met een soort room met koffie. Ook de chocoladerol met stukjes biskwie , zoals ik die als kind wel maakte, zie je hier regelmatig onder het glas van de toonbank liggen. “Salami” noemen ze die koek omdat het natuurlijk op een salamiworst lijkt…
De wind is net zo hard en zo koud als gister, maar de zon schijnt. Het is een prachtige, maar zware dag. De wegen worden steeds steiler en we lopen regelmatig als het 8 % of meer is. Verder een dag van genieten van alles om ons heen. Plotseling zien we een vos aan de kant van de weg!! In de aanvalshouding, ontblote tanden!! Maar, hij staat wel heel erg stil… Als we goed kijken, blijkt het een opgezette vos te zijn. Hoe bizar. Hoe komt dat ding daar? Het zal altijd een raadsel blijven, maar het was wel komisch. In Figueiró dos Vinhos hebben kennissen van vrienden een camping. Die zoeken we op. De rit ernaartoe valt behoorlijk tegen. Veel gewonnen hoogtemeters, die Theo op zijn fietscomputer nauwlettend in de gaten houdt, gaan weer verloren over het stenige zandpad dat we naar beneden hobbelen en bonken. In een totaal verlaten dal staat een huis dat omgetoverd is tot gastenverblijven en sanitair voor de kleine camping. We worden gastvrij ontvangen door Liedewij en Jolein en kunnen nog mee eten !! (www.quintadafonte.pt) Het wordt een gezellige avond samen met een paar andere gasten en Lidewij heeft heerlijk gekookt voor iedereen.
Donderdag 9 juni. Wolken/regen. 18 gr. Figueiró dos Vinhos – Lousã. 63 km. Totaal 1067.
Omdat de zandweg 2 km. flink naar boven gaat om de camping te verlaten, neemt Jolijn, die om 8 uur vertrekt om te werken, onze bagage mee om die boven bij een verlaten schooltje te droppen zodat we die later op kunnen pikken. Wij krijgen nog een heerlijk ontbijtje voorgezet en gaan dan met lichte fietsen naar boven lopen. In het dorp kopen we brood en als we nog een bakje koffie drinken in een café, begint het te regenen. We wachten een half uur bij de fiets onder een plataan en gaan dan toch maar vertrekken. Gelukkig wordt het snel droog, maar vervelend voor ons rijden we verkeerd, zodat we na 7 km. terug naar het dorp moeten om een andere weg in te slaan. Veertien km voor niets dus. Nou ja, eigenlijk voor het eerst dat we fout rijden.
Gisteravond heeft Liedewij ons op het hart gedrukt om NIET naar Lousã te gaan omdat de weg zó steil zou zijn dat haar auto er moeite mee heeft naar boven te komen. We hebben wel een iets lichter alternatief, maar kiezen uiteindelijk op het bewuste kruispunt tóch voor de moeilijke wegJ
Het wordt 11 km. klimmen naar 1000 meter hoogte. Rijen windmolens staan boven. Ze zijn indrukwekkend groot als je er zo vlak onder staat en maken een naar brom geluid. Twee herten steken over. Ik schrik van ze en zij van mij… We drinken uit een bron aan de kant van de weg en vullen onze waterflessen. Na drie uurtjes naar boven trappen en lopen, zijn we boven ! We voelen ons best trots en tevreden beginnen we aan de afdaling. Het is flink koud. Met twee T-shirts, een fleece trui en jassen aan glijden we naar beneden. De afdaling duurt uiteindelijk 20 kilometer en wordt één van de mooiste die we ooit beleefden… Schitterend meandert de weg door de bossen, langs ravijnen met brokkelige stenen muurtjes. De zon komt door en omdat we steeds lager komen, voelen we de weldadige warmte maar de jas blijft aan. Aan de bergkant van de weg enorme rotsen met af en toe klaterend water. We suizen langs een verlaten dorp. Prachtig liggen de lege, natuurstenen huizen tegen de wand geplakt. Nog lager zien we in de diepte een burcht met echte kantelen en aan de overkant een enorm spierwit kruis boven een kleine inwitte begraafplaats. Af en toe hebben we moeten stoppen om onze handen te ontspannen die kramp krijgen van het remmen. Dan komt eindelijk de stad Lousã in zicht. Lelijk uit de verte, ligt het beneden in een totaal vlak dal met veel hoogbouw. Alles wit, dat dan wel weer.. Omdat ook hier de camping weer onvindbaar is na enkele keren vragen, nemen we onze intrek in een paleis. Pff, een heel chique ding met vier sterren, maar de prijs valt wel mee. (www.palaciodalousa.com).
Vrijdag 10 juni. Zon 24 gr. Lousã – Coimbra. 47 km. Totaal 1114 km.
Na een koninklijk ontbijt in ons ‘paleis’, met uitzicht op het zwembad met park, vertrekken we pas om 10 uur (we hebben ‘uitgeslapen’ tot 8 uur!). We proberen kleine wegen te rijden richting Coimbra, maar dat loopt wat in de soep. Door mijn grote kaart en vele wegwerkzaamheden (er is weer eens een complete weg afgesloten) met verwijzingen op borden die natuurlijk alleen voor auto’s bestemd zijn, moeten we vele kilometers omrijden over vervelend drukke wegen. Als ik niet precies weet waar ik rij en het zo druk dat de auto’s constant vlak langs je heen razen met 80 tot 120 km. per uur, raak ik de kluts kwijt én mijn humeur… Langs de grote weg zien we groepjes mensen lopen met reflecterende hesjes aan. Kilometers en kilometers lang zien we ze. Grote groepen, kleine en af en toe een éénling lopen ze zuidwaarts. We weten niet waarom en bedenken zelf allerlei dingen. Na een paar vervelende uren dus, komen we aan in verrassend prachtige Coimbra. Niet dat ik zin heb in een wéér stad, maar hier zou ik toch graag willen rondkijken. Nadat we buskaartjes hebben gekocht voor morgen en installeren we ons in wéér een uitzonderlijk pension (www.flordecoimbrahr.com.sapo.pt). Meer dan 200 jaar is het huis familiebezit en sinds 80 jaar een pension. Eén van de twee broers die het runnen ontvangt ons zeer hartelijk. De sfeer in het huis doet me denken aan het huis van mijn grootouders. Alles oud en authentiek en zelfs de geur herken ik. We vragen hem waarom al die mensen toch langs de weg naar het zuiden lopen. Het blijkt dat ze allemaal naar Fatima gaan, een bedevaartsplaats. Op de vraag waarom ze dan langs de drukke autoweg lopen, zegt hij: ze nemen gewoon de kortste weg!!
We lopen nog een paar uur door de mooie stad met zeer smalle steegjes, kleine pleintjes, de mooie beroemde universiteit en kerken. In het pension kunnen we ook eten.
Zaterdag 11 juni. Zon 24 gr. Coimbra – Lamego. 150 km. bus, 5 km. fiets.
De fietsen weer van het platje gehaald en dwars door de mooie 80 jaar oude keuken de steile trap naar de straat getild. De busterminal is niet ver waar we de fietsen weer ‘vervoersklaar’ maken. Wel moppert de chauffeur wat op het formaat van de fietsen, maar het gaat er best in. Een mooie rit door de bergen van midden Portugal brengt ons binnen 2,5 uur 150 kilometer verder. Dat scheelt 3 fietsdagen!! Komende donderdag vliegen we naar huis en we willen Porto ook nog zien. Er blijven eigenlijk nog maar drie fietsdagen over. Vandaar die bus dus.
In Lamego, waar we uitstappen (op 650 meter hoogte), is de camping óók al opgeheven en volgens de man van het “Turismo” bureau mogen we wel bij de sportvelden kamperen. Hij vergat erbij te zeggen dat het 4 km. steil naar boven is. We moeten het hele stuk lopen. Na een uur sjouwen komen we aan bij het sportcomplex . Het kampeerveldje staat vol tentjes met scouts. Gister was het de “dag van Portugal”, een nationale feestdag waardoor er een lang weekend ontstond. Scholen en verenigingen gaan er dan vaak een paar dagen op uit. Toch vinden we een prachtig plekje een eind van de scouts vandaan met een geweldig uitzicht over het dal en het bedevaartskerkje “Santa de Nossa Senhora dos Remédios”, dat overigens ook via 641 traptreden bereikbaar is vanuit het dorp…. We mogen douchen in het sportcomplex.
’s Avonds gaan we de trappen naar beneden om wat te eten in een lokaal eethuis. Theo neemt gebakken kabeljauw en ik kalfsvlees met geroosterde aardappeltjes. Olijven en brood vooraf, 1 liter water en twee glazen wijn. Rekening: 21,-- euro.. Daarna gaan we naar een theater waar een volksdans voorstelling is. Lamego, een groot dorp ergens in Portugal met één van de mooiste theaters die ik ooit heb gezien! Wel 5 minuten kijk ik omhoog naar het prachtige plafond met de enorme kroonluchter, drie rijen balkons met elke twee zitplaatsen een eigen deur. Langs de balkons rijen en rijen metalen bloemen waarin een gloeilamp.
Er waren beschamend weinig mensen in de zaal op de mooie beukenhouten stoelen met rood pluche: 21 heb ik geteld. De voorstelling wordt gegeven door de locale bevolking (35 mensen) met authentieke muziekinstrumenten. De dansers beelden diverse beroepen uit. Het is soms wat houterig en ze verdienen geen schoonheidsprijs, maar we hebben een heel leuk uurtje gehad voor de torenhoge toegangsprijs van drie euro vijftig..
Na elf uur weer alle 641 treden omhoog geklommen naar het bosje waar de tent staat. De scouts zaten nog gezellig om een groot vuur een één of ander spel te doen.
Zondag 12 juni. Zon 24 gr. Lamego – Callas de Aregos. 43 km. totaal 1162 km.
Een dag met een gouden randje! Heerlijk weer en een o, zo mooie tocht! We rijden zigzaggend naar het dal van de Rio Douro. Het staat op de wereld erfgoedlijst van Unesco en dat is niet voor niets! Grandioos is het landschap. Bijna elke vierkante meter is benut met voornamelijk druivenplanten (voor de Port die ze hier maken), kersenbomen, notenbomen, olijfbomen, sinaasappel bomen en veel groente tuinen.
De mensen zijn erg vriendelijk en lachen, toeteren en zwaaien veel naar ons. Overigens zijn de hekken die het zuiden zo ontsierden ten noorden van de Taag bijna geheel verdwenen! We rijden de weg ten zuiden van de Douro naar het westen en er is gelukkig niet veel verkeer. De weg is best smal. Er rijden voornamelijk pick-up truckjes met wijnkruiken of kratjes kersen en ladders om die kersen te plukken. Aan de weg kopen we een kilo van een bijna tandenloos mannetje. Hij wil (ook weer) graag Frans praten, maar door zijn zware Portugese accent en door dat gebrek aan tanden, kan ik hem niet zo goed verstaan. Wel herhaalt hij wel tien keer, wijzend naar een oude vrouw die op het stenen stoepje zit, dat ze ziek is – kanker heeft en haal verdrietig zijn schouders op, zo van: niets aan te doen. “Elle est mallade, elle est mallade” en stopt nog twee extra handenvol kersen in onze zak.
De weg slingert langs de Douro, maar dan weer op 100 meter en dan weer op 400 meter hoogte. We klimmen en dalen dus steeds. Flarden Fado muziek horen we vanuit een grote boot die ver beneden ons vaart. Een enorme, vier verdiepingen tellende toeristen silo met life muziek. Het hele dal kan mee “genieten”. We horen overigens regelmatig Fado of andere typisch Portugese muziek uit huizen en in cafés.
We smeren onze lunch broodjes op een super plek. Achter een grote antieke opengewerkte ijzeren poort staan half in de wijngaard twee stenen bankjes, hoog boven de rivier. Aan de overkant zijn bergen van zo’n 1400 meter.
Maandag 13 juni. Bewolkt/regen/zon. 17-25 gr. Caldas de Aregos – Raiva. 58 km. Totaal 1222 km.
Omdat we gister zo’n mooie tocht met prachtig weer hadden vertrekken we verwachtingsvol om de route te vervolgen. Het is nu maandag en er is veel meer verkeer dan gister. Bovendien is het grijs en gaat het een kwartier na vertrek REGENEN !!! In de krant van een café had ik gister gelezen dat het 5 dagen mooi weer zou zijn. Nu verdwijnen de bergen in de nevel en moet die rottige poncho weer aan, potverdorie.. De weg gaat flink op en neer en ik heb de pest in dit rotweer. Theo is optimistischer en ziet het altijd weer iets lichter worden… En dat wordt het dan uiteindelijk ook. Droog. De zon gaat schijnen als we de lunch maken op de rand van een oude brug. Verder gaat het nog steeds langs de steile oevers van de Douro. Soms even een paar kilometer er vandaan om een kloof rond te rijden. Er is één camping maar die ligt aan de noordkant van de rivier. Op de afslag naar de brug om die over te steken, staat een bord “verboden voor fietsers”. Da’s balen. Nu moeten we aan de zuidkant blijven rijden. Nou ja, het wordt gelukkig een mooie rit over een stille weg. Zo’n 25 km. verderop na een rotonde wéér zo’n bord! Net als we op het punt staan het verbod te negeren, toetert een automobilist en wijst ons op dat bord. Hij stopt en zegt van alles dat we niet kunnen verstaan, maar we begrijpen dat we het echt niet moeten doen. Hij wijst ons hoe we op de andere, oude weg moeten komen. Gelukkig maar, want de nieuwe gaat over een mega hoge dalbrug. Onbegrijpelijk hoe de Portugezen dit wereld erfgoed snel weten te verpesten met nieuwe brede wegen (uiteraard weer eens betaald met Europees geld) en enorme betonnen appartementen complexen die vervolgens geen toeristen trekken en verpauperen. In plaats daarvan kunnen ze, naar mijn waarschijnlijk naïeve mening beter de schitterende oude “pensão” en nostaligische, Jugendstil hotels uit de jaren ’20 of ouder, die staan weg te rotten, opknappen.
Fietsen zien we hier helemaal NIET. We worden nagestaard. Wat zullen ze denken? “Die twee ouwetjes zijn gek!”. Of misschien: “Dat had ik ook wel willen doen ooit..”.
Ook hier dus weer geen camping. Wel mooie plekjes om de tent op te zetten. We trekken tegen half zes de stoute schoenen aan en vragen in ons beste, ingestudeerde Portugees (met behulp van het “hoe, wat, waar” boekje of we er mogen kamperen voor één nacht. De zoon verwijst ons naar een camping aan zee, 40 kilometer verderop!! Maar de moeder vindt het prima en wijst ons een mooi plekje aan naast de pruimenboom, de koolplanten en andere groenten. We mogen de douche gebruiken en omdat de taal toch een probleem is, belt ze haar schoondochter die lerares Frans is en als tolk kan dienen. Heel lieve mensen. Moeder heet Rosa, is 59 en heeft 10 jaar geleden haar man verloren. Ze plukt pruimen voor ons, wel twee kilo en vraagt tientallen keren of we nog iets nodig hebben. We moeten mee naar haar zus, waar we het hele huis moeten bezichtigen en twee kilo kersen uit de tuin krijgen! Dan neemt ze ons mee naar het café, waar ze trots rondverteld dat wij haar gasten zijn en koffie krijgen. Dan gaat het naar het huis van haar zoon en schoondochter. Ook daar krijgen we, hoort het hier zo?, een rondleiding door alle kamers, inclusief badkamer en toilet… Tot slot nog het huis van Rosa zelf. Weer elke kamer en alle foto’s die door het hele huis hangen en staan. Steeds weer: “dit is mijn man, dit zijn mijn kleinkinderen (met alle namen) enz.enz.
Uiteindelijk worden we om half twaalf naar de tent begeleid en mogen we slapen. We zijn er best moe van, maar gastvrij was het zeker !!
Dinsdag 14 juni. Bewolkt 19 gr. Raiva – Porto. 48 km. Totaal 1270.
Allebei krijgen we een knuffel van Rosa als we vertrekken. We beloven haar de foto’s te sturen die we gemaakt hebben. Weer zijn de wolken donkergrijs. Er is een nieuwe weg aangelegd. Groot, hoog, breed en recht gemaakt door heuvels weg te hakken en enorme bruggen aan te leggen. Het hele landschap wordt er door gedomineerd en vanaf die weg is er vaak geen uitzicht meer. We proberen dus zoveel mogelijk de oude weg te volgen ook al is dat flink omhoog soms en enkele kilometers om.
Op een terras spreken we een man die een tocht maakt op zijn racefiets. Hij is zelf Portugees, maar vindt de Portugese mentaliteit “zero” vertelt hij meerdere keren en buigt daarbij zijn duim en wijsvinger tot een O. “Ze kunnen hier niet organiseren”, zegt hij “Ze doen maar wat. Maken overal huizen en tuinen, maken rommel, ruimen niks op, zetten overal hun auto neer en de politie doet niets!” Nu kunnen wij dat wel een beetje met hem eens zijn. Hoe verder we naar het noorden komen, hoe voller en drukker het wordt. We naderen Porto, onze eindbestemming. Er zijn vooral veel, heel veel voornamelijk oude auto’s. Ik heb last van de stank en het lawaai en heb een beetje spijt dat we onze laatste twee dagen in een stad doorbrengen. Een broodje eten moet langs de weg, tussen het afval dat hier ook veel in de berm ligt. Er is geen enkele gelegenheid om ergens rustig in de natuur te zitten.
Porto komen we binnen langs de Douro die hier natuurlijk erg breed is, zo vlak voordat zij in de oceaan uitkomt. De beide oevers zijn steil en vol met leegstaande huizenblokken en fabrieken. Soms al ruïnes. De bruggen spannen hoog boven ons. Veel mannen met enorme hengels langs de kade die prutsen met de haakjes of op een stoeltje zitten staren. De beroemde Maria Pia brug die Eiffel maakte om de constructie te oefenen die hij later bij het ontwerp van de later zo beroemde toren in Parijs gebruikte. Indrukwekkend dat de twee bruggen uit 1877 nog steeds gebruikt worden. Zelfs de tram rijdt er elke 5 minuten overheen.
Dankzij de Trotter gids (de Belgische Lonely Planet) vinden we al snel een oud, maar prima pension. Tijdens de wandeling ’s avonds, lopen we ook nog het oude São Bento station in. Een schitterend oud station waarvan de hal van beneden tot boven versierd is met allerlei taferelen op tegeltjes.
Woensdag 15 juni. Zon en wolken. 24 graden. Porto.
Vandaag Porto bekijken, althans een deel. Jeetje, wat is deze stad verpauperd. Wat het ooit is geweest, leek me prachtig, maar meer dan de helft is veranderd in een afgebladderde, afgebrokkelde, dichtgetimmerde of geplakte ellende. De panden die wel onderhouden worden zijn indrukwekkend en mooi. Vooral veel art deco, graniet, luiken en mooie deuren. We lopen door de overdekte markt wat altijd een feest is en kopen cadeautjes voor thuis in leuke kleine winkeltjes. Ook bezoeken we de mooiste boekwinkel van Portugal met decoratieve trappen en bewerkte plafonds van kostbare houtsoorten. Leuk om te zien hoe er een soort mini spoorrails in de houten vloer verwerkt is waarover een houten karretje voort gedrukt kan worden om boeken in te vervoeren.
Na een broodje op de kamer, gaan we met de trein naar Madalena, 20 km. ten zuiden van de stad om nog even van de Atlantische Oceaan te genieten. Het is net warm genoeg om nog aan het strand te zijn, maar we zwemmen niet meer.
’s Morgens hadden we al een leuke eetgelegenheid gezien. Een oud, bruin, grand café met heel veel decoratie aan de muren. Oude kasten tot het plafond met glazen deuren gevuld met allerlei verzamelingen zoals oude thermosflessen, speelgoed naaimachientjes, morse seinapparaten en nog veel meer. Het is er druk en er treedt halverwege de avond een clown op die een act doet met zeven poezen. Rondjes draaien, hoepeltje springen, op de achterpootjes staan, ze deden het allemaal. Zoiets zag ik nog nooit met katten. Het voelt wel dubbel. Katten horen dit niet te doen, maar ze zagen er zeer goed uit en de man is erg lief voor ze.
Een geslaagde dag waarna we terug lopen langs mooi verlichte gebouwen.
Donderdag 16 juni. Zon en wolken. 24 graden. Porto – Münster/Osnabrück.
De laatste dag staat altijd in het teken van bagage sorteren, verpakkingen zoeken voor de fietsen en het vervoer naar het vliegveld. Er gaat een metro naartoe waar we met de fietsen in kunnen, volgens de aardige dame achter het loket bij het station.
Na alle voorbereidingen hebben we nog twee uur voordat we die metro in moeten en lopen nog naar de rivier. We zien een deel van Porto met echt heel kleine steegjes die bijna alleen maar uit trappetjes bestaan van graniet. Erg leuk, maar het stinkt er wel. Aan de overkant van de Douro (de zuidkant dus) zien we de oude, grote opslagkelders voor de port die hier gemaakt wordt.
Uiteindelijk moeten we nog rennen om alles te regelen. Op het vliegveld ontdekken we dat de plastic zakken die we gekocht hebben om onze fietstassen in de doen, erg klein zijn. Normaal verpakken we 2 of 3 tassen in een vuilniszak, maar nu gaat er met moeite één tas in. Dit heeft als gevolg dat we 10 stuks bagage hebben en nog 2 fietsen!! Daar is de mevrouw van de incheckbalie niet blij mee. Het systeem laat niet toe dat er meer dan 4 stuks bagage per persoon mee kunnen. We hebben een overstap in Mallorca, dus daar moet alles weer in een ander vliegtuig. Bovendien zijn we laat en moeten we alles nog weer vervoeren naar het loket “oversized luggage” aan het einde van de hal. Ze regelt iets met de computer zodat er toch 12 bagagelabels uit kan printen. We komen enigszins oververhit aan bij de gate waar de mensen al in de rij staan om het vliegtuig binnen te gaan….
Met de overstap op Palma de Mallorca, waar we 2,5 uur moeten wachten op de volgende vlucht, komen we uiteindelijk rond middernacht aan op het vliegveld Münster/Osnabrück waar Tim ons opwacht.