Theo op reis
 
Italië: Pisa - Corfu
 
Maandag 4 juni.    Schiphol – Florence.
Om half zeven rijden we weg. Half 10 op Schiphol. we checken de bagage in. De fietstassen zitten in 3 kartonnen dozen. De fietsen in de 'fietspyama's'. We hebben overgewicht en moeten flink bijbetalen. De tent mag mee als handbagage. Marloes komt om 10 uur. We gaan gezellig ontbijten. Ze krijgt een cadeau omdat ze morgen jarig is. We nemen afscheid en Marloes gaat met mijn auto naar Eindhoven. Helaas moeten we bij het door de douane gaan, de tentharingen inleveren, want die mogen niet mee als handbagage en het is te laat om ze nog in te checken... We vliegen 1 uur en 40 minuten en stappen uit in Pisa. Ik blijf me altijd verbazen over de snelheid waarmee je in een andere wereld stapt. Pisa, het vliegveld waar we vorig jaar 16 uur hebben moeten wachten (omdat er een bagagekarretje in de motor van het vliegtuig was gereden..) Onze dozen met bagage en de fietsen arriveren. We moeten de sturen, trappers en banden weer in orde maken. De sleutel van Theo's fiets is weg. Het slot is wel open. Vreemd... Na 1,5 uur zijn we klaar en rijden een proefrondje. We nemen de trein naar Pisa. Het is een hele heisa. De treinen hebben 3 super hoge treden, dus moeten we samen eerst een fiets omhoog tillen, in het halletje neerzetten en dan naar een andere deur hollen om daar de tweede fiets omhoog te hijsen. Na een kwartier zijn we al in Pisa en stappen we over in een andere trein die ons naar Florence zal brengen. In die trein is een speciale ruimte voor fietsen. Het is ruim een uur door het Toscaanse landschap. Het weer is wisselend bewolkt en zonnig, 23 graden. In Florence komen we aan om half zes. Een oud, groot, hectisch druk station. We fietsen nog wat onwennig wiebelend door het drukke verkeer naar ons bed&breakfast adres dat ik heb geregeld zodat we even bij kunnen komen van de drukke weken voor vertrek. Het is een achttiende eeuws bovenhuis met hoge, grote kamers. De fietsen mogen we in de kelder van een nabije autogarage zetten. De gastvrouw, Carla, is zeer gastvrij en praat graag en veel in redelijk Engels.  Het was een lange vermoeiende dag en we slapen al om 10 uur.  
 
Dinsdag 5 juni.  Florence.
Een riant ontbijt met alles wat je je maar wensen kan. Eerst met Theo's fiets naar een fietsenmaker, maar hij heeft geen slot dat op zijn fiets past, dus kopen we een kabelslot. Toevallig lopen we langs een sportwinkel waar we tentharingen kunnen kopen. Weer een zorg minder. Dan lopen we de stad in. Het weer is perfect. Half bewolkt en 22 graden. De Dom, Piazza della Signora, Palazzo Vecchio, Museo Bargello en de Ponte Vecchio. Alles zien we met als laatste nog het Palazzo Medici Riccardi. Overal ziet het zwart van de mensen. Een culturele dag dus, maar ook door de prachtige stille oude straatjes gelopen.  
 
Woensdag 6 juni.  Florence – Barberino Val dÉlsa (52 km)
Om half acht eerst de fietsen halen en optuigen (in de hal van het huis, want de stoep is te smal). Weer zo'n mega-ontbijt en uitgezwaaid door Carla. Het is heerlijk weer. Eerst dwars door Florence. Dan Galluzzo, Cerbaia, Romita. Af en toe zwaar omhoog (15%!). Prachtige vergezichten over het Toscaanse land. Lunchen met meegebrachte broodjes ergens op de stoep van een verlaten huis in een verlaten negorij. Af en toe wat spetjes regen. We arriveren om 19 uur in Barberino Val d'Elsa na 50 kilometer. Een camping met bijna louter Nederlanders en een prachtig uitzicht. Om half tien is het hier al goed donker en worden we getrakteerd op vele lichtjes van de omliggende dorpen, honderden knipperende vuurvliegjes (!)  en de zware bedwelmende geur van linde bloesem. Heerlijk om weer in de tent te slapen!!  
 
Donderdag 7 juni.  Barberino val d’Elsa – Siena (50 km)
Nog wat foto's gemaakt van het magnifieke uitzicht en alles weer op de fiets geladen. Droog, maar dreigende lucht. We fietsen door St.Donato (prachtig middeleeuws, en lekker cappuccino...), Castellina in Chianti naar Siena. Vaak afgestapt omdat het te zwaar is voor ons om omhoog te fietsen. Felle stijgingen. Onze conditie is niet top, maar we komen toch steeds boven, waarna we heerlijk kunnen afdalen en de vermoeidheid gauw weer is vergeten. Het hoogste punt vandaag is 600 meter. Daar lunchen we op een prachtig plekje. We kunnen ver kijken en zien zelfs Florence in de verte liggen. De weg is hier smal, en gelukkig niet zo druk. De auto's houden over het algemeen goed rekening met ons. De bermen staan vol bloemen. Veel tijm, brem, lathyrus, klaprozen en nog veel meer. Af en toe de zware lindebloesem geur. Even gestopt voor een onweersbui. In Siena bleek de camping gesloten!! Waarom weten we niet. Een Duits stel op de motor staan ook beteuterd te kijken. Zij kunnen gauw even naar een andere camping rijden, 20 km verderop, maar dat lokt ons niet zo...  het is 6 uur en we zijn moe. Naar het centrum dus, waar we middel op het Plaza del Campo is de VVV, waar ze ons na veel telefoontjes naar een hotelletje sturen waar we de fietsen in de garage kunnen zetten. Het kost maar 49 euro per nacht, moeten het sanitair delen, maar dat is op de camping ook zo. Slaap 10 uur onafgebroken.                                               
 
Vrijdag 8 juni.   Siena.
Ontbijten met muesli (van Hans van der Meulen,.,) en thee op onze kamer. Gaan de was brengen naar een wasserette en zoeken een internetcafé (internetten de verhalen tot nu toe, helaas mislukt het foto's versturen. alles komt terug in mijn emailbox die daardoor verstopt raakt), bezoeken de dom, de cripta, het battistero en het museo dell'opera, waar we via wenteltrapjes boven in de dom kunnen klauteren en een magnifiek uitzicht hebben over Siena. helaas zijn we nu net de camera vergeten,... We koken een potje ravioli in de hotelkamer en zullen vroeg gaan slapen. helaas lijken alle 4000 studenten onder ons raam te hebben afgesproken en tetteren tot een uur of drie door. om zes uur komt de schoonmaakploeg met een compressor door de straat...  
 
Zaterdag 9 juni.  Siena – Montalcino.  61 km.
Een gouden dag!! Om 8 uur rijden we weg uit Siena. Het is prachtig weer. Het landschap brengt ons van de ene verrukking in de andere. Dit is Toscane op z'n mooist. We fietsen op en neer over glooiende heuvels, graanvelden, langs landhuizen met lange oprijlanen vol cipressen. Bloeiende bermen. Kortom: grandioos! Dit zijn momenten waarop ik me echt gelukkig voel en zit te lachen op de fiets. Natuurlijk is het soms zwoegen en zweten, maar dat maakt het genieten optimaler. We komen door schilderachtige dorpjes Vescovado di Murlo (Casciano laten we liggen... ), Bibbliano en Buonconvento. Drinken af en toe café latte of cappuccino. De dag eindigt zeer vermoeiend. Een stijging van ruim 10 kilometer naar Montalcino en daar begint het flink te onweren en regenen. Nog 5 km naar een afgelegen camping bij een wijnboer over slechte, onverharde weg. Het dorpje heet Villa Atolli. De bliksem knettert overal om ons heen en we komen als verzopen katten om 20 uur aan bij een zeer gastvrije man, krijgen direct een plek om te rusten onder een afdak en een fles van zijn wijn. Het veld dat als camping dient, ligt er erg nat bij en we kunnen een kamer huren. Douchen heerlijk en koken een potje.  
 
Zondag 10 juni. 30 km.  Montancino – Castel del Piano. 30 km.
Onze  gastheer heeft koffie, toast en jam voor ons. Half negen vertrekken we over een wandelpad naar beneden. Grandioos mooie tocht dwars door landerijen. Moeten lopen omdat de 'weg' meer lijkt op een rivierbedding. Stijl naar beneden, dus voorzichtig lopen en remmen zodat we niet slippen. Volop bloemen vlinders, vogels, druivenvelden, graanvelden, veel lage eikenbomen. Langs een kerk door Karel de Grote in 718 gesticht.. Veel klimwerk verdaag. Vaak lopen en stoppen. Schitterende uitzichten, alsof we bovenop de wereld staan. Vandaag hoeven we niet zo veel (plm. 30 km) omdat we in een dorp, Castel del Piano, naar het postkantoor moeten. Daar heeft Gwen de sleutel van Theo's fiets naartoe gestuurd.  Zeer hoog (875 m)! Wel een leuke camping.  Gerund door een vriendelijk ouder Italiaans echtpaar.  
 
Maandag 11 juni. 85 km.  Castel del Piano – Capodimonte (Lago di Bolsena) 85 km.
Helaas is de sleutel (nog)  niet aangekomen op het postkantoor. Wel per express gestuurd, maar niet in 7 dagen hier. We fietsen de route verder. nou, ja, fietsen... heel veel lopen weer. De fiets lijkt steeds zwaarder en de helling steiler. Het is ongeveer 25 graden, dus niet bloedheet. We denken dat het door vermoeidheid komt, maar s’avonds op de camping horen we van een doorwinterde fietser (mannen die naar Santiago gefietst hebben) dat het stuk door Toscane heel erg zwaar is. Het ligt gelukkig niet aan ons. Vaak horen we de koekoek onderweg. Alles wordt echter weer ruim goedgemaakt door het landschap en de mooie dorpjes en natuurlijk de afdalingen en de terrasjes in Castell'Azzara, Onano, Grotte die Castro. We zijn Toscane uitgereden en daarmee veranderd het landschap ook geleidelijk. Tufsteen gebied met oude vulkanische heuvels. Minder hoog, glooiend en weer graanvelden. Onnoemelijk veel bloemen. Alles wat je hoort is vrolijk gekwetter van vogels en je eigen ademhaling (vaak gehijg..) We voelen regelmatig straaltjes langs onze rug glijden. Eindelijk dan het Lago di Bolsena, het grootste kratermeer van Europa. Dan nog 12 km er langs gefietst om bij de camping te komen waar we heen willen. Totaal toch maar 85 km. We ontmoeten andere Reitsma-route fietsers op de camping, eten om 10 uur een rijstprutje en besluiten de volgende dag te blijven. Plaats: Capodimonte aan het Bolsena meer.  
 
Dinsdag 12 juni.  Capodimonte.
Rust. Een wasje doen en de fietsen nakijken. De camping ligt aan het meer. Het is ongeveer 26 graden en de zon schijnt met af en toe een wolkje ervoor. Het is nog bijna uitgestorven. Nog niet veel toeristen. Helaas is er geen internet beschikbaar in het dorp en s’avonds maken we een wandelingetje langs het meer.  
 
Woensdag 13 juni. Capodimonte -  Lago di Vico (69 km)
Vroeg vertrokken. Het is al warm. Het meer glinstert verblindend zilver. Via Marta fietsen we naar het prachtige Tuscania waar we lunchen. Het mooiste plaatsje tot nu toe, vind ik. Huizen en uitzichten van honderden jaren geleden. Goed onderhouden en niet gemoderniseerd (verknoeid). Vlak buiten Tuscania een oude kerk, die we gaan bekijken. Zo goed als geen mensen, Etruskische beelden, prachtig!! Verder weer op en neer door het land. Veel water drinken en vaak even stoppen om uit te hijgen tijdens het klimmen. Weinig verkeer over deze secundaire wegen. Over het algemeen is de route van Reitsma goed beschreven. Soms klopt er iets niet (meer). Een flinke onweersbui verstoort onze tocht. We schuilen in een half uurtje in een supermarkt. Een prachtige afdaling door een donker vochtig beukenbos brengt ons naar het Lago di Vico. Een leuke camping die ruim 4 km van de route afligt. We koken pasta met pesto, courgettes en sla. Lekker toch!! We hebben ruim 69 km. gereden.          
 
Donderdag 14 juni.  Lago di Vico – Rome (96 km)
In Caprarola onze koffie met de croissant. Ik wil graag postzegels halen in een postkantoor. Een aardige Italiaanse meneer op het terras zegt dat het ongeveer 400 meter is, dus ik ga even lopen. Theo blijft op het terras zitten. De 400 meter blijkt in werkelijkheid 2 kilometer te zijn (en ook nog grotendeels bergop..) en het postkantoor stampvol wachtenden. Ik ben dus pas een uurtje later weer terug met mijn postzegels. Theo was al wat ongerust, maar heeft gezellig zitten praten. Ik schat dat het toch wel ruim 30 graden is vandaag. De zon brandt flink dus ik hou m'n T-shirt aan tegen het verbranden. Pet en zonnebril op. In Calcata, een middeleeuws dorp bovenop een tufsteenrots gebouwd hebben zich veel kunstenaars gevestigd. Het is een wirwar van schilderachtige steegjes met trappetjes. We ontmoeten er een Nederlandse vrouw die er al woont vanaf 1975. het is inmiddels 18 uur en we moeten nog 28 km naar Rome. Gauw verder trappen dus. Na een km of 8, ontdek ik dat we op de verkeerde weg zitten... Wat nu? Terug of via een andere weg weer naar de route? We kiezen voor het laatste. Het is zwaar. Moeten veel lopen en onderweg nog brood eten, want het fietsen vreet energie.. Ook nog een (klein) stukje via een autoweg. De weg blijft maar stijgen. Pas na 20 (!) km en een heerlijke afdaling zitten we weer op de route. Nog 20 km naar de camping waar we naartoe willen en het is al half negen! Gelukkig dalen we af in het dal van de Tiber, hebben verlichting op de fiets en racen met zo'n 20-30 km per uur naar Prima Porta (een voorstad van Rome). Het wordt drukker naarmate we Rome naderen en rijden door een onguur lijkende voorstad in het donker(de volgende dag ziet het er allemaal een stuk vriendelijker uit) Eindelijk, na 96 km en om half tien arriveren we toch op de plaats van bestemming. Moe, moe maar blij dat we het hebben gehaald en genieten van een douche en kunnen nog een pizza bestellen in het camping restaurant.  
 
Vrijdag 15 juni.  Rome.
De camping verzorgt elk half uur een bus naar Prima Porta (10min.) waar je in de metro kan stappen en 20 min. later in Rome uitstapt. Tevens kan je de hele dag met de metro reizen met het kaartje. We bezoeken het sint Pieterplein, het Vaticaanmuseum met de Sixtijnse kapel (Theo gaat, ik niet - vind het te druk). Internetten in een ondergronds café. Kopen treinkaarten naar Pompei voor komende zondag, lopen langs het coloseum, het Capitool en vele andere oude beroemde gebouwen. Ik vind Rome druk (auto's, auto's, auto's en scooters), vies en rommelig verwaarloosd. 's Avonds ziet alles er mooier uit met gezellige pleintjes en verlichting. We raken de weg kwijt in het oude Rome en vragen een echtpaar, die net uit een chique Bentley stappen, naar de weg. Ze wijzen heel vriendelijk en uitgebreid hoe we verder moeten lopen.  We moeten nog rennen en nemen een taxi om de laatste metro naar de camping te halen. Het is warm. Zo ongeveer 28 graden, maar ook lekkere wind en af en toe wat wolken.  
 
Zaterdag 16 juni.  Rome.
Na een wasje weer de stad in. We hebben wat spullen die te veel zijn meegenomen (warme kleren hebben we niet meer nodig). in een doos gedaan en sturen we terug naar huis. Toch weer 2,5 kilo minder te dragen. Een toeristenbus (ja, die met open dak!!) rijdt ons langs de highlights van Rome. We lopen nog een eind door oude straten en pleinen. Gaan vroeg naar de camping om te pakken en te koken. We krijgen buren op bezoek die vanaf Roermond naar Rome zijn gefietst. Leuk wat ervaringen uit te wisselen bij een glas. Internetten is gratis op de camping. Er staan 5 computers, je mag officieel een half uur en moet wachten op je beurt. Het is een super goed georganiseerde camping, wordt geleid door jongeren. Vriendelijke mensen, schoon en van alle gemakken voorzien. Theo drinkt een biertje met andere fietsers die we in Toscane ook al ontmoet hadden.  
 
Zondag 17 juni.   Rome – Pompeï (28 km. + trein)
De trein naar Pompei gaat om 12.50. We moeten nog 25 km. fietsen naar Stazione Termini midden in Rome. Van onze buren op de camping kregen we de route naar het fietspad langs de Tiber. Ingewikkeld omdat ze met de weg bezig zijn. Het is zondag, dus er is gelukkig niet zo veel autoverkeer. Rotondes, stukje autoweg, onder viaducten door met heel, heel veel afval, sporen over, maar uiteindelijk komen we op een prima fietspad.  Wegwijzers zijn er niet. Die er zijn, zijn voor de auto's en verwijzen allemaal naar de autostrada. We zijn vroeg weggegaan, om te voorkomen dat we krap in de tijd komen. Nog Piazza del Popolo bekeken (zie foto) en ruim een uur te vroeg op het station. Vreemde ervaring om in het hart van deze beroemde stad te fietsen. Er wordt veel gekeken naar ons, want fietsers zijn hier nauwelijks (afgezien van enkele racefietsers). Het gigantisch grote, maar keurige en overzichtelijke station, is modern en schoon. Het lijkt een beetje op Schiphol. De fietsen gaan in een speciale fietswagon helemaal voorin de ellenlange trein. Vieruur later (lekker uitgerust op de comfortabele stoelen in de koele aircowagon) arriveren we in Napels. Hier stappen we uit. Fietsen uitladen (oeps wat zwaar!!) en naar een ander perron lopen. De trein naar Pompei gaat pas over een uur, maar hij staat al klaar. We mogen van de conducteur de fietsen in het voorste halletje zetten. Het is zo smal dat de tassen eraf moeten. Niemand kan er meer langs (zie foto). Als de trein moet rangeren, dirigeert hij ons in de trein om de fietsen vast te houden. Na een boemelig ritje arriveren we in Pompei, waar de hele bende er weer uit moet. De camping is vlakbij. 's Avonds lopen we naar het dorp, waar ondanks dat het zondag is, iedereen op straat loopt te paraderen en alle winkels open zijn. Het zal wel een feestdag zijn of zo. We eten matig in een enorme eetzaal en nemen bij een prachtige gebak/ijssalon een heerlijk gebakje als toetje. Op de camping hebben de muggen honger, blijkt de buurman doordringend te snurken van 10 tot 7 uur en over de nabije snelweg razen auto’s, de trein rijdt net niet over onze tent heen en de temperatuur blijft hangen bij zo'n 25 graden. Veel slapen we dus niet.  
 
Maandag 18 juni.  Napels – Hercolanium.
Vandaag blijven we hier. De camping bevalt zo goed... :-)  We nemen de trein naar Napels en kijken wat rond in de stad. Vreemde stad. Gigantische druk.  Smalle straten met marktkraampjes, verwaarloosde hoge huizen waar overal, maar dan ook overal de was buiten hangt. Typisch het beeld wat we hadden van Napels. Het is erg warm. Op de terugweg stappen we uit in Ercolano. De opgravingen van Herculanium, de stad die zo'n 100 jaar voor Chr. werd overstroomd door lava (net als Pompei). Om naar Herculanium te gaan, is ons aanbevolen door mijn Vader; hij was hier ongeveer 20 jaar geleden en vond dit overzichtelijker dan Pompei. We wandelen door de gerestaureerde straten. Het is vreemd te bedenken dat alle mensen (duizenden) stierven, de hele stad volstroomde met lava en wij hier nu lopen. Mozaïekvloeren en oude deuren, badhuizen en straten. Het is heet vandaag en we puffen en zweten.  
 
Dinsdag 19 juni.  Pompeï – Amalfi (50 km)
Zes uur op. Half acht rijden we weg. Nu moeten we verder zonder de route van Reitsma. Zelfstandig een route uitstippelen op de kaart. Pompei en omliggende dorpen zijn sterk verwaarloosd. (zie foto). Enorm veel zwerfvuil, tientallen zwerfhonden en katten. Mensen lijken ongeïnteresseerd en niet echt vriendelijk. We rijden door industrie gebied richting Sorento. De zon is erg heet ondanks het vroege tijdstip. Veel auto's (oude, stinkende..) Er hangt een vuilgele laag smog over het land en over de baai als we richting Napoli proberen te kijken. Pas na Sorento klaart de lucht op en worden de straten schoner. Ook het landschap wordt mooier. We fietsen hoog boven de zee. Enorme rotswanden komen loodrecht uit zee naar boven. De huizen lijken geplakt tegen die rotsen. Bij Sorento steken we dit schiereiland over (flink naar boven klimmen) en dalen bij Positano een duizelingwekkend mooie kustlijn in. We kijken onze ogen uit. Wat mooi is dit. Tot 300 meter hoog torenen de rotsen boven ons en beneden ons. De weg is zo halverwege erin uitgehakt. Soms steekt de weg zelfs over, Het is heet (35 gr. schat ik). Onze armen en gezicht kleuren donkerrood, ondanks pet en veel zonnebrand. We moeten veel drinken. Gelukkig is deze weg redelijk rustig qua auto's en brommers. Wel rijdt men soms gruwelijk hard. Om de haverklap stoppen we om alle kanten op te kijken en foto's te maken. Regelmatig zien we een plat gereden kat of slang. Na zo'n 50 km is er in de verste verte nog geen camping (kan ook niet in deze omgeving) dus zijn we genoodzaakt een bed en breakfast te zoeken (vinden we trouwens niet erg...) We vinden vlak voor Amalfi een betaalbare waar we ook de fietsen veilig onder dak kunnen zetten. Wel 175 traptreden naar beneden langs de rotsen en een kamer met uitzicht op zee en balkon. Helaas veel muggen, dus lang houden we het niet uit op dat balkon... We kunnen via de telefoon eten bestellen, dat dan door de zoon van de eigenaar naar onze kamer wordt gebracht. We worden dus flink verwend hier...  
 
Woensdag 20 juni.  Amalfi – Potenza (52 km + trein)
Vroeg alles weer op de fiets geladen omdat het zo warm is. Om 7 uur al in hemdje, met pet en zonnebril, zo warm. We vervolgen onze adembenemend mooie tocht hoog boven de zee. Langs Amalfi, Maiori, Vietri. Wat een hoogte en prachtige uitzichten! Als we koffie drinken op een terras, komt een zigeunerjongetje van ongeveer 7 jaar bedelen of een sleutelhanger willen kopen voor 1 euro. Er wordt af en toe gebedeld, maar voornamelijk door zigeunerachtige vrouwen. Helaas komt er na 45 km een eind aan en we naderen de grote stad Salerno. Hier komen we om 13 aan. Even wennen aan het drukke stadsverkeer en de drukkende hitte. We besluiten de trein naar het binnenland te nemen om de stijging van 0 naar 700 meter te overbruggen. Tassen weer van de fiets, want we moeten 30 treden op naar perron 4 - de lift is kapot... De trein brengt ons dus van Salerno naar Potenza. Ook al weer spectaculair door tunnels door een gebied waar geen mens komt en dus niets is ontgonnen of gecultiveerd. Ook in Potenza, wat een middelgrote stad is , is geen camping en zijn we aangewezen op een hotel. Een stad met veel hoogbouw wijdverspreid. Het doet denken aan Oostenrijk. Na lang zoeken, want er komen hier nauwelijks toeristen, en we moeten er lang voor naar boven klauteren. De oude stad ligt heel erg hoog. Beetje saai hotel. De fietsen mogen tussen de auto's in de ondergrondse parkeergarage staan.   
 
Donderdag 21 juni.  Potenza – Tricárico  65 km.
Zeven uur zitten aan het ontbijt. Alles is zoet. Zoete broodjes, jam, gebak, zoete vruchtenyoghurt. Halverwege de stad komen we op de Via Appia. Oorspronkelijk wilden we die weg al eerder volgen, maar vanwege de steeds veranderende plannen, komen we er vandaag pas op. de oude Romeinse route van Rome naar Brindisi. We fietsen wegnummer 7 via Baglio Basilica, naar Tricarico over de Via Appia. Hoogste punt 1028 m.!!  Een hele prestatie, al zeg ik het zelf, vooral in deze hitte. In de krant in een café zien we dat het abnormaal warm is voor deze tijd van het jaar. Hebben wij even geluk!!?  Tegen de 40 graden is het, maar omdat we hoog fietsen, is er wind en regelmatig rijden we door lage eikenbossen.  Het is weer een prachtige route!! Velden vol bloeiende brem. Voortdurend horen we wegritselende hagedisjes van zo’n 20-30 cm. lang. Ook zien we een nog grotere, maar helaas is die doodgereden. Het lijkt hier een beetje op Oostenrijk. Om half 4 komen we al in Tricarico. Op het plein mannen op bankjes en stoelen voor de café’s. Ze staren ons met open mond aan alsof er een wonder de weg op komt rijden. In het café, waar we iets koels drinken (een of twee keer per dag moet Theo z’n ‘epo’ toegediend krijgen in de vorm van koude coca cola), raken we aan de praat met een Amerikaanse Italiaan. Hij is fotograaf (ex-militair) en heeft hier een huis(je) en komt hier een paar keer per jaar. Zijn grootouders komen hiervandaan en hij heeft dus zijn oude roots weer opgezocht. Hij regelt een bed en breakfast voor ons. Helaas moeten we daarvoor weer 4 km. omhoog klauteren. Een auto met 3 mensen uit het dorp rijdt voor ons aan om de weg te wijzen. Een keurig huisje (naast het grote chique gerestaureerde oude huis) met badkamer en airco wacht op ons, met een vriendelijke gastvrouw die ons meloen en handdoeken komt brengen. Ze spreekt geen Engels, dus converseren gaat wat moeizaam met een paar Italiaanse woorden die ik ken, maar het lukt toch om wat te horen  over haar leven en gezin. Erg weinig mensen spreken spreken engels dus ik leer steeds meer Italiaans. Het is de manier om het te leren.  
 
Vrijdag 22 juni.  55 km. (Tricarico – Taranto, 55 km + trein)
De nachttemperatuur komt niet lager dan 27 graden. Na het ontbijt (het gebruikelijke zoete broodjes ontbijt) krijgen we een pot zelfgemaakt pruimenjam van de signora, die ons uitzwaait door de grote, automatische hekken. Ze waarschuwt ons ook nog voor de hitte die vandaag wordt verwacht (het kan dus nog heter!). We vervolgen de prachtige Via Appia. Enkele keren komen we grote, roze, verwaarloosde gebouwen tegen met erop geschilderd “ VIA APPIA” en een getal (b.v. 541 betekend dat het 541 km van Rome verwijderd is). Het zijn leegstaande, provinciale gebouwen, maar ik weet niet waarvoor ze hebben gediend. Postkoets misschien?)  Via Grossano (prachtig dorp!) naar Grottola. Moeizaam omhoog via tientallen haarspeldbochten. Veel auto’s toeteren. Soms is he teen waarschuwing: “ik kom eraan”.  Soms is het een groet of een aanmoediging. Vaak wordt er iets naar ons geroepen. De enkele (race) fietser die we tegenkomen (of die ons inhaalt) groet (bijna) altijd. Na Grottola suizen we alle bochten naar beneden richting het dal, waar we de trein naar Taranto willen nemen. Het is wel lekker natuurlijk, afdalen, maar door het vele remmen (anders slaan we op hol) doen onze handen zeer en het wegdek is hier erg slecht (vol scheuren en gaten), dus goed uitkijken en niet te hard gaan. Hoe lager we komen (we dalen af van 900 naar 200 meter hoogte) hoe heter het wordt. Alsof we vlak langs een paasvuur rijden, zo voelt het een beetje. Hete wind en meedogenloos brandende zon. Beneden aangekomen, blijkt dat het station gesloten is en we weer terug moeten naar Grassano…   Flinke tegenvaller!! De tweede tegenvaller is dat we 3 uur moeten wachten op de eerstvolgende trein naar  Taranto. Ook moeten we nog onderweg overstappen (fietsen erin, fietsen eruit, trappen af, trappen op…  zweten, zweten, zweten!!) We komen net in het donker aan in Taranto, een grote havenstad. Als we nog iets willen eten, na ingecheckt te hebben in een hotelletje, en we door de stad lopen, valt het licht in de hele stad uit. Dus gaan we op de tast terug naar het hotel en op de tast vinden we onze kamer en het bed. Zonder eten naar bed… wel goedkoop dus. De stroomstoring duurt 2 uur. Om een uur of 1 springt het licht weer aan. Het komt door de overbelasting op het elektriciteitsnet vanwege de hitte (airco’s e.d.).  
 
Zaterdag 23 juni. 50 km. (Taranto – St.Pietro, 50 km.)
We hebben al lang geen gelegenheid tot wassen van kleren gehad, dus doen we een wasje in het bidet… We vinden via het Tourist Information punt een internet café met een aardige Somalische jongen die zegt dat we de fietsen binnen mogen zetten, omdat hij vindt dat ze op de stoep niet veilig staan. Trouwens, zuid Italië staat niet zo goed bekend, maar wij ondervinden het tegendeel. Tot nu toe alleen maar vriendelijke hulpvaardige mensen. Wel anders dan in de toeristische steden als Siena en Rome waar niet iedereen vriendelijk was. We versturen weer wat e-mails. Het foto’s versturen is lastig omdat de computertaal op Italiaans staat en dat niet veranderd kan. Na de lunch rijden we in de moordende hitte de stad uit. Wel 30 km blijft het druk in een gebied vol industrie. Het is zaterdag en de strandjes zijn overvol. De weg loopt door de duinen, het staat bumper aan bumper geparkeerde auto’s en scooters. Wij moeten er langs fietsen en worden dan weer ingehaald door auto’s. Zo wordt het erg krap.. Na 40 km (!) wordt het rustiger, minder afval en de strandjes stiller. De duinen zijn begroeid met paarse tijm. Weer geen camping hier en ook zo goed als geen hotels. In San Piedro vinden we hotel Charlie. Ouderwets hotel. We gaan nog even zwemmen in de heldere zee vlak voor het donker wordt en eten mee in het hotel (spaghetti en een hele vis in folie – weet niet wat voor vis, volgens Theo een zeebaars- en meloen). De hotel eigenaar, beetje slonzige, zware man van rond de 60, vraagt of we Frans spreken. Als ik ja zeg, begint hij een gesprek en na een tijdje zoekt hij met zorg een fles wijn die we moeten delen met hem. Hij verteld over de armoede in Zuid Italië en zijn gevoel van onmacht en onrechtvaardigheid dat hij 65% belasting moet betalen en er niets terug komt in deze streek.  
 
Zondag 24 juni. 65 km (S.Pietro – Brindisi, 65 km)  
Na het gebruikelijke gebak ontbijt, repareert Theo zijn fietscomputer kabeltje dat gebroken was. We besluiten het land over te steken naar Brindisi. Eigenlijk hadden we de kustlijn willen volgen om deze 'hak' te ronden, maar de hitte is overweldigend en het wordt bijna een straf om te fietsen. Via Torre san Susanna rijden we over tamelijk vlakke wegen langs kilometers en kilometers olijfboomgaarden en druiven velden. Het is nog steeds schroeiend heet en het geluid van de cicades zwelt aan. Veel vlinders (grote zwart-witte, knalgele en oranje). Bijna alle (oude) huizen zijn hier in het binnenland verlaten. Deuren en ramen zijn gapende gaten of dichtgetimmerd. We komen langs dorpen waar niemand te zien is (het is zondag) en alles dicht is. We zijn steeds op jacht naar water en drinken samen wel 10 liter vandaag. Midden in het niets staat een grote kerk. Honderden parkeerplaatsen eromheen en op het terrein een enorme hoeveelheid marktkraampjes en zelfs een kleine dierentuin. De kerk biedt hier vermaak.!! Eindelijk, na 65 km arriveren we in Brindisi, het einddoel van onze fietsreis, precies na 3 weken (zo'n 900 km gereden in Italië)  Het is half 5 en we fietsen door naar de haven. Brindisi is een middelgrote stad maar ook hier bijna geen mens op straat. Bij de terminal kopen we een ticket voor de boot naar Corfu (110,- euro!) en ontdekken we dat we al om 19 uur kunnen vertrekken. We staan vol bewondering en verbazing te kijken hoeveel enorme trucks en auto's er achteruit (!) op de boot rijden. Tientallen. Wij moeten een uur wachten omdat wij als laatste de boot op mogen. Het is 7 uur varen en we komen op de onmogelijke tijd van 2 uur s'nachts aan op het Griekse eiland Corfu. Gelukkig is er vlak bij de haven een hotel waar we terecht kunnen en nog een paar uurtjes kunnen slapen.  
 
Maandag 25 en dinsdag 26 juni. (Corfu stad – Agios Ioannis, 45 km)
Ook midden in de nacht is het nog benauwend heet. We ontbijten in de stad (Theo krijgt zijn omelet geserveerd met patat friet op de nuchtere maag!) Daarna uitgebreid verhalen internetten met foto’s uitzoeken; altijd een heel karwei.  Na de lunch vertrekken we volgens de route uit een boekje met fietsroutes op Corfu wat we meegenomen hebben. Via tussendoor weggetjes rijden we naar Agios Ioannis. Het is een klein dorp, midden op het eiland. Ook op Corfu zijn maar twee campings, die allebei in het noorden liggen en we moeten dus weer een kamer huren. Het is een eeuwen oud hotel wat ook die sfeer uitademt. Zelfs de geur is oud. Aardige mensen, maar bloedhete kamers zonder airco. We slapen uren, koken wat op de kamer, slapen uren , ontbijten en na het ontbijt ga ik weer slapen…. Volgens de hoteleigenaar is het de warmste dag tot nu toe gemeten op 25 juni, ongeveer 42 graden. Pas om half vijf brengen we het op om op de fiets te stappen en 8 km. naar zee te rijden. Daar aangekomen, blijkt dat we langs de rotsen extreem steil over een betonnen pad naar beneden moeten lopen. Het strandje is klein en vol. De zee is warm, maar schoon en heerlijk zwemmen we wat. ’s Avonds eten we aan het dorpsplein met de Grieken en hun muziek.  
 
Woensdag 27 juni (Agios Ioannis – Paramona, 30 km)
In plaats van hier langer te blijven en te rusten, besluiten we toch verder te fietsen de drie dagen die ons nog resten, omdat we dan zoveel mogelijk van het eiland zien en omdat we het heerlijk vinden als we eenmaal weer op de fiets zitten. We genieten weer volop van de mooie routes. Steile heuvels met rotspartijen. Veel, heel veel olijfbomen met tientallen gaten in de stammen. Oude dorpjes, b.v. Kouramades. Zo oud en authentiek dorp alsof er honderd jaar niets is veranderd. Als ik van Theo en een kerkje een foto wil maken, komt een oude man uit een deuropening en roept naar ons: Jassas  !! (Hallo!) en wenkt ons. Binnen in zijn huisje blijkt dat hij kapper is. Een ouderwetse barbierstoel en alle muren hangen vol met relikwieën. Foto’s, bidprentjes, beeldjes, bekers en spullen voor z’n kappersberoep. Hij wil graag dat we op de stoel gaan zitten en dat hij dan met één van ons wordt gefotografeerd. (dit alles met handen en voeten, want hij spreekt geen woord Engels). Hij geeft ons dan zijn adres en wil de foto graag toegestuurd krijgen. Hij maakt ook nog een foto van ons voor z’n huisje. Ik krijg een handkus en we worden hartelijk uitgezwaaid. Even verderop doet een vrouwtje gauw de deur open van haar kleine café. Ze heeft ons waarschijnlijk al gezien en hoopt op klanten. Dus drinken we bij haar een kop koffie. Het lokaaltje heeft 3 tafeltjes en een bar van 1 meter..  We fietsen weer verder via haarspeldbochten naar boven en naar beneden over gesmolten plakkerig asfalt. In Paramona, dat pal aan zee ligt, vinden we een prima, Duits hotel voor weinig geld. Eten s’ avonds aan zee bij prachtig ondergaande zon. het was weer een gouden, maar erg warme dag.  
 
Donderdag 28 juni (Paramona – Boukari, 30 km)
Na een goed Duits ontbijt vervolgend we in de koelte van de vroege ochtend de tocht door de olijfboomgaarden. De éne boom is nog grilliger en knoestiger dan de andere. Oude auto’s staan hier regelmatig tussen geplant. Je kan zien dat ze er al jaren, zelfs al tientallen jaren staan, weggezakt door de banden en overgroeid met onkruid. Een oud vrouwtje draagt haar tas op het hoofd en haar benen zijn zo krom als een hoepeltje. Ze loopt moeizaam en traag omhoog. Soms, na een klim, hebben we weer een prachtig uitzicht. Nu kunnen we aldoor ergens de zee zien omdat we midden op het smalle gedeelte van het eiland fietsen. Het is 70 x 30 km, maar hier is het zo’n 9 km. breed. Een ezel, met daarop een oude vrouw in amazonezit en een hele berg takken. Al om 13 uur zijn we op de plek van bestemming (Mesogne) en vinden een “room to let” aan de kust, dus hebben we de middag vrij om te zwemmen in de zee die vol zeewier is. Ook nog even in de zon want onze armen en benen zijn poepie bruin maar buik en bovenbenen nog helemaal wit!  
 
Vrijdag 29 juni. (Boukari – Kanoni Island, 45 km)
De laatste dag is aangebroken. We fietsen vandaag tot vlak bij het vliegveld. Een laatste 30 km. door het binnenland. Stevig omhoog. Onderweg loopt een oude man met een stok langs de weg. Hij roept wat en wenkt ons (hier wenkt men met de handpalm naar beneden, alsof je iets wil pakken). Hij wil graag even Duits praten. Zijn 4 zonen en 3 dochters wonen in Zwitserland en Duitsland waar hij 20 jaar heeft gewerkt. Hij wil ons graag zijn tuin laten zien, dus lopen we met hem mee . Hij vertelt trots dat hij daar twee keer per dag naartoe loopt. Dus 8 km per dag. Op het idyllisch gelegen stukje grond, omheind met gaas, staan vijgenbomen, sinaasappelbomen, cactussen, cipressen, 15 kippen, 1 kalkoen en 2 schapen. Het is een tevreden, blije man en draagt een strohoed waarin hij een groot blad heeft gelegd tegen de zonnewarmte. Ook vertelt hij dat hij de lotto heeft gewonnen. Als wij verbaast roepen “O, ja!?”, legt hij uit: ‘Mijn vrouw, ik, de kinderen en kleinkinderen zijn gezond en ze komen elke zomer om de beurt naar Sorgilli, Corfu. Dát is mijn gewonnen lotto!!” Na zoveel wijsheid nemen we met moeite afscheid. De foto’s die we genomen hebben, kunnen we sturen naar : Odyseus, Sorgilli, Corfu. Dat komt altijd aan, zei hij… Een half uurtje verder klimmen en we komen op de top van de Agii Deka. Een prachtig uitzicht op Corfu stad en het schiereiland Kanoni met het vliegveld(je). We kijken neer op dalende en stijgende vliegtuigen boven de zee.  Nog een uurtje later fietsen we zelf op dat schiereiland en nemen een hotel 100 meter naast de landings-/startbaan. Met luid gebulder horen we de vliegtuigen opstijgen. Er is nog tijd om heerlijk in zee te zwemmen; het is nog altijd flink boven de 30 graden en halen bij een supermarkt lege kartonnen dozen en tape om morgen de fietsen te verpakken. ‘s Avonds fietsen we naar Corfu stad om wat te eten. Het centrum is erg gezellig vol kleine winkelstraatjes. Zien ook nog een prachtige Grieks Orthodoxe kerk. Op de terugweg door het drukke verkeer in het donker, krijg ik (wát een timing…) na 950 km. onze eerste lekke band!!!. Het is 10 uur en we hebben al het gereedschap in het hotel. Zit niets anders op dan de 3 km. te lopen en om 11 uur nog de band te plakken. De hotelmanager dirigeert ons de kelder in een soort washok, waar Theo de band plakt.  
 
Zaterdag 30 juni. (Corfu – Emmen)
Dag van terugkeer. Vroeg fietsen we naar het vliegveld waar we de fietsen “vliegklaar” maken en tussen de duizenden andere wachtenden staan om in te checken. Voorspoedige vlucht en bij aankomst op Schiphol, komt er één fietstas niet aan op de bagage band. Na lang wachten en formulieren invullen (de tas is nog niet gevonden en wordt nagestuurd, hopen we…) kunnen we de trein in. Het laatste stukje van station Emmen naar huis nog op de fiets.  
 
Totaal 957 km.
 
 
Copyright © Theoopreis.nl 2012
Design by Marloes