|
Italië: Pisa - Corfu
Maandag 4 juni. Schiphol – Florence.
Om
half
zeven
rijden
we
weg.
Half
10
op
Schiphol.
we
checken
de
bagage
in.
De
fietstassen
zitten
in 3
kartonnen
dozen.
De
fietsen
in
de 'fietspyama's'.
We
hebben
overgewicht
en
moeten
flink
bijbetalen.
De
tent
mag
mee
als
handbagage.
Marloes
komt
om
10
uur.
We
gaan
gezellig
ontbijten.
Ze
krijgt
een
cadeau
omdat
ze
morgen
jarig
is.
We
nemen
afscheid
en
Marloes
gaat
met
mijn
auto
naar
Eindhoven.
Helaas
moeten
we
bij
het
door
de
douane
gaan,
de
tentharingen
inleveren,
want
die
mogen
niet
mee
als
handbagage
en
het
is
te
laat
om
ze
nog
in
te
checken...
We
vliegen
1
uur
en
40
minuten
en
stappen
uit
in
Pisa.
Ik
blijf
me
altijd
verbazen
over
de
snelheid
waarmee
je
in
een
andere
wereld
stapt.
Pisa,
het
vliegveld
waar
we
vorig
jaar
16
uur
hebben
moeten
wachten
(omdat
er
een
bagagekarretje
in
de
motor
van
het
vliegtuig
was
gereden..)
Onze
dozen
met
bagage
en
de
fietsen
arriveren.
We
moeten
de
sturen,
trappers
en
banden
weer
in
orde
maken.
De
sleutel
van
Theo's
fiets
is
weg.
Het
slot
is
wel
open.
Vreemd...
Na
1,5
uur
zijn
we
klaar
en
rijden
een
proefrondje.
We
nemen
de
trein
naar
Pisa.
Het
is
een
hele
heisa.
De
treinen
hebben
3
super
hoge
treden,
dus
moeten
we
samen
eerst
een
fiets
omhoog
tillen,
in
het
halletje
neerzetten
en
dan
naar
een
andere
deur
hollen
om
daar
de
tweede
fiets
omhoog
te
hijsen.
Na
een
kwartier
zijn
we
al
in
Pisa
en
stappen
we
over
in
een
andere
trein
die
ons
naar
Florence
zal
brengen.
In
die
trein
is
een
speciale
ruimte
voor
fietsen.
Het
is
ruim
een
uur
door
het
Toscaanse
landschap.
Het
weer
is
wisselend
bewolkt
en
zonnig,
23
graden.
In
Florence
komen
we
aan
om
half
zes.
Een
oud,
groot,
hectisch
druk
station.
We
fietsen
nog
wat
onwennig
wiebelend
door
het
drukke
verkeer
naar
ons
bed&breakfast
adres
dat
ik
heb
geregeld
zodat
we
even
bij
kunnen
komen
van
de
drukke
weken
voor
vertrek.
Het
is
een
achttiende
eeuws
bovenhuis
met
hoge,
grote
kamers.
De
fietsen
mogen
we
in
de
kelder
van
een
nabije
autogarage
zetten.
De
gastvrouw,
Carla,
is
zeer
gastvrij
en
praat
graag
en
veel
in
redelijk
Engels.
Het
was
een
lange
vermoeiende
dag
en
we
slapen
al
om
10
uur.
Dinsdag 5 juni. Florence.
Een
riant
ontbijt
met
alles
wat
je
je
maar
wensen
kan.
Eerst
met
Theo's
fiets
naar
een
fietsenmaker,
maar
hij
heeft
geen
slot
dat
op
zijn
fiets
past,
dus
kopen
we
een
kabelslot.
Toevallig
lopen
we
langs
een
sportwinkel
waar
we
tentharingen
kunnen
kopen.
Weer
een
zorg
minder.
Dan
lopen
we
de
stad
in.
Het
weer
is
perfect.
Half
bewolkt
en
22
graden.
De
Dom,
Piazza
della
Signora,
Palazzo
Vecchio,
Museo
Bargello
en
de
Ponte
Vecchio.
Alles
zien
we
met
als
laatste
nog
het
Palazzo
Medici
Riccardi.
Overal
ziet
het
zwart
van
de
mensen.
Een
culturele
dag
dus,
maar
ook
door
de
prachtige
stille
oude
straatjes
gelopen.
Woensdag 6 juni. Florence – Barberino Val dÉlsa (52 km)
Om
half
acht
eerst
de
fietsen
halen
en
optuigen
(in
de
hal
van
het
huis,
want
de
stoep
is
te
smal).
Weer
zo'n
mega-ontbijt
en
uitgezwaaid
door
Carla.
Het
is
heerlijk
weer.
Eerst
dwars
door
Florence.
Dan
Galluzzo,
Cerbaia,
Romita.
Af
en
toe
zwaar
omhoog
(15%!).
Prachtige
vergezichten
over
het
Toscaanse
land.
Lunchen
met
meegebrachte
broodjes
ergens
op
de
stoep
van
een
verlaten
huis
in
een
verlaten
negorij.
Af
en
toe
wat
spetjes
regen.
We
arriveren
om
19
uur
in
Barberino
Val
d'Elsa
na
50
kilometer.
Een
camping
met
bijna
louter
Nederlanders
en
een
prachtig
uitzicht.
Om
half
tien
is
het
hier
al
goed
donker
en
worden
we
getrakteerd
op
vele
lichtjes
van
de
omliggende
dorpen,
honderden
knipperende
vuurvliegjes
(!)
en
de
zware
bedwelmende
geur
van
linde
bloesem.
Heerlijk
om
weer
in
de
tent
te
slapen!!
Donderdag 7 juni. Barberino val d’Elsa – Siena (50 km)
Nog
wat
foto's
gemaakt
van
het
magnifieke
uitzicht
en
alles
weer
op
de
fiets
geladen.
Droog,
maar
dreigende
lucht.
We
fietsen
door
St.Donato
(prachtig
middeleeuws,
en
lekker
cappuccino...),
Castellina
in
Chianti
naar
Siena.
Vaak
afgestapt
omdat
het
te
zwaar
is
voor
ons
om
omhoog
te
fietsen.
Felle
stijgingen.
Onze
conditie
is
niet
top,
maar
we
komen
toch
steeds
boven,
waarna
we
heerlijk
kunnen
afdalen
en
de
vermoeidheid
gauw
weer
is
vergeten.
Het
hoogste
punt
vandaag
is
600
meter.
Daar
lunchen
we
op
een
prachtig
plekje.
We
kunnen
ver
kijken
en
zien
zelfs
Florence
in
de
verte
liggen.
De
weg
is
hier
smal,
en
gelukkig
niet
zo
druk.
De
auto's
houden
over
het
algemeen
goed
rekening
met
ons.
De
bermen
staan
vol
bloemen.
Veel
tijm,
brem,
lathyrus,
klaprozen
en
nog
veel
meer.
Af
en
toe
de
zware
lindebloesem
geur.
Even
gestopt
voor
een
onweersbui.
In
Siena
bleek
de
camping
gesloten!!
Waarom
weten
we
niet.
Een
Duits
stel
op
de
motor
staan
ook
beteuterd
te
kijken.
Zij
kunnen
gauw
even
naar
een
andere
camping
rijden,
20
km
verderop,
maar
dat
lokt
ons
niet
zo...
het
is 6
uur
en
we
zijn
moe.
Naar
het
centrum
dus,
waar
we
middel
op
het
Plaza
del
Campo
is
de
VVV,
waar
ze
ons
na
veel
telefoontjes
naar
een
hotelletje
sturen
waar
we
de
fietsen
in
de
garage
kunnen
zetten.
Het
kost
maar
49
euro
per
nacht,
moeten
het
sanitair
delen,
maar
dat
is
op
de
camping
ook
zo.
Slaap
10
uur
onafgebroken.
Vrijdag 8 juni. Siena.
Ontbijten
met
muesli
(van
Hans
van
der
Meulen,.,)
en
thee
op
onze
kamer.
Gaan
de
was
brengen
naar
een
wasserette
en
zoeken
een
internetcafé
(internetten
de
verhalen
tot
nu
toe,
helaas
mislukt
het
foto's
versturen.
alles
komt
terug
in
mijn
emailbox
die
daardoor
verstopt
raakt),
bezoeken
de
dom,
de
cripta,
het
battistero
en
het
museo
dell'opera,
waar
we
via
wenteltrapjes
boven
in
de
dom
kunnen
klauteren
en
een
magnifiek
uitzicht
hebben
over
Siena.
helaas
zijn
we
nu
net
de
camera
vergeten,...
We
koken
een
potje
ravioli
in
de
hotelkamer
en
zullen
vroeg
gaan
slapen.
helaas
lijken
alle
4000
studenten
onder
ons
raam
te
hebben
afgesproken
en
tetteren
tot
een
uur
of
drie
door.
om
zes
uur
komt
de
schoonmaakploeg
met
een
compressor
door
de
straat...
Zaterdag 9 juni. Siena – Montalcino. 61 km.
Een
gouden
dag!!
Om 8
uur
rijden
we
weg
uit
Siena.
Het
is
prachtig
weer.
Het
landschap
brengt
ons
van
de
ene
verrukking
in
de
andere.
Dit
is
Toscane
op
z'n
mooist.
We
fietsen
op
en
neer
over
glooiende
heuvels,
graanvelden,
langs
landhuizen
met
lange
oprijlanen
vol
cipressen.
Bloeiende
bermen.
Kortom:
grandioos!
Dit
zijn
momenten
waarop
ik
me
echt
gelukkig
voel
en
zit
te
lachen
op
de
fiets.
Natuurlijk
is
het
soms
zwoegen
en
zweten,
maar
dat
maakt
het
genieten
optimaler.
We
komen
door
schilderachtige
dorpjes
Vescovado
di
Murlo
(Casciano
laten
we
liggen...
),
Bibbliano
en
Buonconvento.
Drinken
af
en
toe
café
latte
of
cappuccino.
De
dag
eindigt
zeer
vermoeiend.
Een
stijging
van
ruim
10
kilometer
naar
Montalcino
en
daar
begint
het
flink
te
onweren
en
regenen.
Nog
5 km
naar
een
afgelegen
camping
bij
een
wijnboer
over
slechte,
onverharde
weg.
Het
dorpje
heet
Villa
Atolli.
De
bliksem
knettert
overal
om
ons
heen
en
we
komen
als
verzopen
katten
om
20
uur
aan
bij
een
zeer
gastvrije
man,
krijgen
direct
een
plek
om
te
rusten
onder
een
afdak
en
een
fles
van
zijn
wijn.
Het
veld
dat
als
camping
dient,
ligt
er
erg
nat
bij
en
we
kunnen
een
kamer
huren.
Douchen
heerlijk
en
koken
een
potje.
Zondag 10 juni. 30 km. Montancino – Castel del Piano. 30 km.
Onze
gastheer
heeft
koffie,
toast
en
jam
voor
ons.
Half
negen
vertrekken
we
over
een
wandelpad
naar
beneden.
Grandioos
mooie
tocht
dwars
door
landerijen.
Moeten
lopen
omdat
de 'weg'
meer
lijkt
op
een
rivierbedding.
Stijl
naar
beneden,
dus
voorzichtig
lopen
en
remmen
zodat
we
niet
slippen.
Volop
bloemen
vlinders,
vogels,
druivenvelden,
graanvelden,
veel
lage
eikenbomen.
Langs
een
kerk
door
Karel
de
Grote
in
718
gesticht..
Veel
klimwerk
verdaag.
Vaak
lopen
en
stoppen.
Schitterende
uitzichten,
alsof
we
bovenop
de
wereld
staan.
Vandaag
hoeven
we
niet
zo
veel
(plm.
30
km)
omdat
we
in
een
dorp,
Castel
del
Piano,
naar
het
postkantoor
moeten.
Daar
heeft
Gwen
de
sleutel
van
Theo's
fiets
naartoe
gestuurd.
Zeer
hoog
(875
m)!
Wel
een
leuke
camping.
Gerund
door
een
vriendelijk
ouder
Italiaans
echtpaar.
Maandag 11 juni. 85 km. Castel del Piano – Capodimonte (Lago di Bolsena) 85 km.
Helaas
is
de
sleutel
(nog)
niet
aangekomen
op
het
postkantoor.
Wel
per
express
gestuurd,
maar
niet
in 7
dagen
hier.
We
fietsen
de
route
verder.
nou,
ja,
fietsen...
heel
veel
lopen
weer.
De
fiets
lijkt
steeds
zwaarder
en
de
helling
steiler.
Het
is
ongeveer
25
graden,
dus
niet
bloedheet.
We
denken
dat
het
door
vermoeidheid
komt,
maar
s’avonds
op
de
camping
horen
we
van
een
doorwinterde
fietser
(mannen
die
naar
Santiago
gefietst
hebben)
dat
het
stuk
door
Toscane
heel
erg
zwaar
is.
Het
ligt
gelukkig
niet
aan
ons.
Vaak
horen
we
de
koekoek
onderweg.
Alles
wordt
echter
weer
ruim
goedgemaakt
door
het
landschap
en
de
mooie
dorpjes
en
natuurlijk
de
afdalingen
en
de
terrasjes
in
Castell'Azzara,
Onano,
Grotte
die
Castro.
We
zijn
Toscane
uitgereden
en
daarmee
veranderd
het
landschap
ook
geleidelijk.
Tufsteen
gebied
met
oude
vulkanische
heuvels.
Minder
hoog,
glooiend
en
weer
graanvelden.
Onnoemelijk
veel
bloemen.
Alles
wat
je
hoort
is
vrolijk
gekwetter
van
vogels
en
je
eigen
ademhaling
(vaak
gehijg..)
We
voelen
regelmatig
straaltjes
langs
onze
rug
glijden.
Eindelijk
dan
het
Lago
di
Bolsena,
het
grootste
kratermeer
van
Europa.
Dan
nog
12
km
er
langs
gefietst
om
bij
de
camping
te
komen
waar
we
heen
willen.
Totaal
toch
maar
85
km.
We
ontmoeten
andere
Reitsma-route
fietsers
op
de
camping,
eten
om
10
uur
een
rijstprutje
en
besluiten
de
volgende
dag
te
blijven.
Plaats:
Capodimonte
aan
het
Bolsena
meer.
Dinsdag 12 juni. Capodimonte.
Rust.
Een
wasje
doen
en
de
fietsen
nakijken.
De
camping
ligt
aan
het
meer.
Het
is
ongeveer
26
graden
en
de
zon
schijnt
met
af
en
toe
een
wolkje
ervoor.
Het
is
nog
bijna
uitgestorven.
Nog
niet
veel
toeristen.
Helaas
is
er
geen
internet
beschikbaar
in
het
dorp
en
s’avonds
maken
we
een
wandelingetje
langs
het
meer.
Woensdag 13 juni. Capodimonte - Lago di Vico (69 km)
Vroeg
vertrokken.
Het
is
al
warm.
Het
meer
glinstert
verblindend
zilver.
Via
Marta
fietsen
we
naar
het
prachtige
Tuscania
waar
we
lunchen.
Het
mooiste
plaatsje
tot
nu
toe,
vind
ik.
Huizen
en
uitzichten
van
honderden
jaren
geleden.
Goed
onderhouden
en
niet
gemoderniseerd
(verknoeid).
Vlak
buiten
Tuscania
een
oude
kerk,
die
we
gaan
bekijken.
Zo
goed
als
geen
mensen,
Etruskische
beelden,
prachtig!!
Verder
weer
op
en
neer
door
het
land.
Veel
water
drinken
en
vaak
even
stoppen
om
uit
te
hijgen
tijdens
het
klimmen.
Weinig
verkeer
over
deze
secundaire
wegen.
Over
het
algemeen
is
de
route
van
Reitsma
goed
beschreven.
Soms
klopt
er
iets
niet
(meer).
Een
flinke
onweersbui
verstoort
onze
tocht.
We
schuilen
in
een
half
uurtje
in
een
supermarkt.
Een
prachtige
afdaling
door
een
donker
vochtig
beukenbos
brengt
ons
naar
het
Lago
di
Vico.
Een
leuke
camping
die
ruim
4 km
van
de
route
afligt.
We
koken
pasta
met
pesto,
courgettes
en
sla.
Lekker
toch!!
We
hebben
ruim
69
km.
gereden.
Donderdag 14 juni. Lago di Vico – Rome (96 km)
In
Caprarola
onze
koffie
met
de
croissant.
Ik
wil
graag
postzegels
halen
in
een
postkantoor.
Een
aardige
Italiaanse
meneer
op
het
terras
zegt
dat
het
ongeveer
400
meter
is,
dus
ik
ga
even
lopen.
Theo
blijft
op
het
terras
zitten.
De
400
meter
blijkt
in
werkelijkheid
2
kilometer
te
zijn
(en
ook
nog
grotendeels
bergop..)
en
het
postkantoor
stampvol
wachtenden.
Ik
ben
dus
pas
een
uurtje
later
weer
terug
met
mijn
postzegels.
Theo
was
al
wat
ongerust,
maar
heeft
gezellig
zitten
praten.
Ik
schat
dat
het
toch
wel
ruim
30
graden
is
vandaag.
De
zon
brandt
flink
dus
ik
hou
m'n
T-shirt
aan
tegen
het
verbranden.
Pet
en
zonnebril
op.
In
Calcata,
een
middeleeuws
dorp
bovenop
een
tufsteenrots
gebouwd
hebben
zich
veel
kunstenaars
gevestigd.
Het
is
een
wirwar
van
schilderachtige
steegjes
met
trappetjes.
We
ontmoeten
er
een
Nederlandse
vrouw
die
er
al
woont
vanaf
1975.
het
is
inmiddels
18
uur
en
we
moeten
nog
28
km
naar
Rome.
Gauw
verder
trappen
dus.
Na
een
km
of
8,
ontdek
ik
dat
we
op
de
verkeerde
weg
zitten...
Wat
nu?
Terug
of
via
een
andere
weg
weer
naar
de
route?
We
kiezen
voor
het
laatste.
Het
is
zwaar.
Moeten
veel
lopen
en
onderweg
nog
brood
eten,
want
het
fietsen
vreet
energie..
Ook
nog
een
(klein)
stukje
via
een
autoweg.
De
weg
blijft
maar
stijgen.
Pas
na
20
(!)
km
en
een
heerlijke
afdaling
zitten
we
weer
op
de
route.
Nog
20
km
naar
de
camping
waar
we
naartoe
willen
en
het
is
al
half
negen!
Gelukkig
dalen
we
af
in
het
dal
van
de
Tiber,
hebben
verlichting
op
de
fiets
en
racen
met
zo'n
20-30
km
per
uur
naar
Prima
Porta
(een
voorstad
van
Rome).
Het
wordt
drukker
naarmate
we
Rome
naderen
en
rijden
door
een
onguur
lijkende
voorstad
in
het
donker(de
volgende
dag
ziet
het
er
allemaal
een
stuk
vriendelijker
uit)
Eindelijk,
na
96
km
en
om
half
tien
arriveren
we
toch
op
de
plaats
van
bestemming.
Moe,
moe
maar
blij
dat
we
het
hebben
gehaald
en
genieten
van
een
douche
en
kunnen
nog
een
pizza
bestellen
in
het
camping
restaurant.
Vrijdag 15 juni. Rome.
De
camping
verzorgt
elk
half
uur
een
bus
naar
Prima
Porta
(10min.)
waar
je
in
de
metro
kan
stappen
en
20
min.
later
in
Rome
uitstapt.
Tevens
kan
je
de
hele
dag
met
de
metro
reizen
met
het
kaartje.
We
bezoeken
het
sint
Pieterplein,
het
Vaticaanmuseum
met
de
Sixtijnse
kapel
(Theo
gaat,
ik
niet
-
vind
het
te
druk).
Internetten
in
een
ondergronds
café.
Kopen
treinkaarten
naar
Pompei
voor
komende
zondag,
lopen
langs
het
coloseum,
het
Capitool
en
vele
andere
oude
beroemde
gebouwen.
Ik
vind
Rome
druk
(auto's,
auto's,
auto's
en
scooters),
vies
en
rommelig
verwaarloosd.
's
Avonds
ziet
alles
er
mooier
uit
met
gezellige
pleintjes
en
verlichting.
We
raken
de
weg
kwijt
in
het
oude
Rome
en
vragen
een
echtpaar,
die
net
uit
een
chique
Bentley
stappen,
naar
de
weg.
Ze
wijzen
heel
vriendelijk
en
uitgebreid
hoe
we
verder
moeten
lopen.
We
moeten
nog
rennen
en
nemen
een
taxi
om
de
laatste
metro
naar
de
camping
te
halen.
Het
is
warm.
Zo
ongeveer
28
graden,
maar
ook
lekkere
wind
en
af
en
toe
wat
wolken.
Zaterdag 16 juni. Rome.
Na
een
wasje
weer
de
stad
in.
We
hebben
wat
spullen
die
te
veel
zijn
meegenomen
(warme
kleren
hebben
we
niet
meer
nodig).
in
een
doos
gedaan
en
sturen
we
terug
naar
huis.
Toch
weer
2,5
kilo
minder
te
dragen.
Een
toeristenbus
(ja,
die
met
open
dak!!)
rijdt
ons
langs
de
highlights
van
Rome.
We
lopen
nog
een
eind
door
oude
straten
en
pleinen.
Gaan
vroeg
naar
de
camping
om
te
pakken
en
te
koken.
We
krijgen
buren
op
bezoek
die
vanaf
Roermond
naar
Rome
zijn
gefietst.
Leuk
wat
ervaringen
uit
te
wisselen
bij
een
glas.
Internetten
is
gratis
op
de
camping.
Er
staan
5
computers,
je
mag
officieel
een
half
uur
en
moet
wachten
op
je
beurt.
Het
is
een
super
goed
georganiseerde
camping,
wordt
geleid
door
jongeren.
Vriendelijke
mensen,
schoon
en
van
alle
gemakken
voorzien.
Theo
drinkt
een
biertje
met
andere
fietsers
die
we
in
Toscane
ook
al
ontmoet
hadden.
Zondag 17 juni. Rome – Pompeï (28 km. + trein)
De
trein
naar
Pompei
gaat
om
12.50.
We
moeten
nog
25
km.
fietsen
naar
Stazione
Termini
midden
in
Rome.
Van
onze
buren
op
de
camping
kregen
we
de
route
naar
het
fietspad
langs
de
Tiber.
Ingewikkeld
omdat
ze
met
de
weg
bezig
zijn.
Het
is
zondag,
dus
er
is
gelukkig
niet
zo
veel
autoverkeer.
Rotondes,
stukje
autoweg,
onder
viaducten
door
met
heel,
heel
veel
afval,
sporen
over,
maar
uiteindelijk
komen
we
op
een
prima
fietspad.
Wegwijzers
zijn
er
niet.
Die
er
zijn,
zijn
voor
de
auto's
en
verwijzen
allemaal
naar
de
autostrada.
We
zijn
vroeg
weggegaan,
om
te
voorkomen
dat
we
krap
in
de
tijd
komen.
Nog
Piazza
del
Popolo
bekeken
(zie
foto)
en
ruim
een
uur
te
vroeg
op
het
station.
Vreemde
ervaring
om
in
het
hart
van
deze
beroemde
stad
te
fietsen.
Er
wordt
veel
gekeken
naar
ons,
want
fietsers
zijn
hier
nauwelijks
(afgezien
van
enkele
racefietsers).
Het
gigantisch
grote,
maar
keurige
en
overzichtelijke
station,
is
modern
en
schoon.
Het
lijkt
een
beetje
op
Schiphol.
De
fietsen
gaan
in
een
speciale
fietswagon
helemaal
voorin
de
ellenlange
trein.
Vieruur
later
(lekker
uitgerust
op
de
comfortabele
stoelen
in
de
koele
aircowagon)
arriveren
we
in
Napels.
Hier
stappen
we
uit.
Fietsen
uitladen
(oeps
wat
zwaar!!)
en
naar
een
ander
perron
lopen.
De
trein
naar
Pompei
gaat
pas
over
een
uur,
maar
hij
staat
al
klaar.
We
mogen
van
de
conducteur
de
fietsen
in
het
voorste
halletje
zetten.
Het
is
zo
smal
dat
de
tassen
eraf
moeten.
Niemand
kan
er
meer
langs
(zie
foto).
Als
de
trein
moet
rangeren,
dirigeert
hij
ons
in
de
trein
om
de
fietsen
vast
te
houden.
Na
een
boemelig
ritje
arriveren
we
in
Pompei,
waar
de
hele
bende
er
weer
uit
moet.
De
camping
is
vlakbij.
's
Avonds
lopen
we
naar
het
dorp,
waar
ondanks
dat
het
zondag
is,
iedereen
op
straat
loopt
te
paraderen
en
alle
winkels
open
zijn.
Het
zal
wel
een
feestdag
zijn
of
zo.
We
eten
matig
in
een
enorme
eetzaal
en
nemen
bij
een
prachtige
gebak/ijssalon
een
heerlijk
gebakje
als
toetje.
Op
de
camping
hebben
de
muggen
honger,
blijkt
de
buurman
doordringend
te
snurken
van
10
tot
7
uur
en
over
de
nabije
snelweg
razen
auto’s,
de
trein
rijdt
net
niet
over
onze
tent
heen
en
de
temperatuur
blijft
hangen
bij
zo'n
25
graden.
Veel
slapen
we
dus
niet.
Maandag 18 juni. Napels – Hercolanium.
Vandaag
blijven
we
hier.
De
camping
bevalt
zo
goed...
:-)
We
nemen
de
trein
naar
Napels
en
kijken
wat
rond
in
de
stad.
Vreemde
stad.
Gigantische
druk.
Smalle
straten
met
marktkraampjes,
verwaarloosde
hoge
huizen
waar
overal,
maar
dan
ook
overal
de
was
buiten
hangt.
Typisch
het
beeld
wat
we
hadden
van
Napels.
Het
is
erg
warm.
Op
de
terugweg
stappen
we
uit
in
Ercolano.
De
opgravingen
van
Herculanium,
de
stad
die
zo'n
100
jaar
voor
Chr.
werd
overstroomd
door
lava
(net
als
Pompei).
Om
naar
Herculanium
te
gaan,
is
ons
aanbevolen
door
mijn
Vader;
hij
was
hier
ongeveer
20
jaar
geleden
en
vond
dit
overzichtelijker
dan
Pompei.
We
wandelen
door
de
gerestaureerde
straten.
Het
is
vreemd
te
bedenken
dat
alle
mensen
(duizenden)
stierven,
de
hele
stad
volstroomde
met
lava
en
wij
hier
nu
lopen.
Mozaïekvloeren
en
oude
deuren,
badhuizen
en
straten.
Het
is
heet
vandaag
en
we
puffen
en
zweten.
Dinsdag 19 juni. Pompeï – Amalfi (50 km)
Zes
uur
op.
Half
acht
rijden
we
weg.
Nu
moeten
we
verder
zonder
de
route
van
Reitsma.
Zelfstandig
een
route
uitstippelen
op
de
kaart.
Pompei
en
omliggende
dorpen
zijn
sterk
verwaarloosd.
(zie
foto).
Enorm
veel
zwerfvuil,
tientallen
zwerfhonden
en
katten.
Mensen
lijken
ongeïnteresseerd
en
niet
echt
vriendelijk.
We
rijden
door
industrie
gebied
richting
Sorento.
De
zon
is
erg
heet
ondanks
het
vroege
tijdstip.
Veel
auto's
(oude,
stinkende..)
Er
hangt
een
vuilgele
laag
smog
over
het
land
en
over
de
baai
als
we
richting
Napoli
proberen
te
kijken.
Pas
na
Sorento
klaart
de
lucht
op
en
worden
de
straten
schoner.
Ook
het
landschap
wordt
mooier.
We
fietsen
hoog
boven
de
zee.
Enorme
rotswanden
komen
loodrecht
uit
zee
naar
boven.
De
huizen
lijken
geplakt
tegen
die
rotsen.
Bij
Sorento
steken
we
dit
schiereiland
over
(flink
naar
boven
klimmen)
en
dalen
bij
Positano
een
duizelingwekkend
mooie
kustlijn
in.
We
kijken
onze
ogen
uit.
Wat
mooi
is
dit.
Tot
300
meter
hoog
torenen
de
rotsen
boven
ons
en
beneden
ons.
De
weg
is
zo
halverwege
erin
uitgehakt.
Soms
steekt
de
weg
zelfs
over,
Het
is
heet
(35
gr.
schat
ik).
Onze
armen
en
gezicht
kleuren
donkerrood,
ondanks
pet
en
veel
zonnebrand.
We
moeten
veel
drinken.
Gelukkig
is
deze
weg
redelijk
rustig
qua
auto's
en
brommers.
Wel
rijdt
men
soms
gruwelijk
hard.
Om
de
haverklap
stoppen
we
om
alle
kanten
op
te
kijken
en
foto's
te
maken.
Regelmatig
zien
we
een
plat
gereden
kat
of
slang.
Na
zo'n
50
km
is
er
in
de
verste
verte
nog
geen
camping
(kan
ook
niet
in
deze
omgeving)
dus
zijn
we
genoodzaakt
een
bed
en
breakfast
te
zoeken
(vinden
we
trouwens
niet
erg...)
We
vinden
vlak
voor
Amalfi
een
betaalbare
waar
we
ook
de
fietsen
veilig
onder
dak
kunnen
zetten.
Wel
175
traptreden
naar
beneden
langs
de
rotsen
en
een
kamer
met
uitzicht
op
zee
en
balkon.
Helaas
veel
muggen,
dus
lang
houden
we
het
niet
uit
op
dat
balkon...
We
kunnen
via
de
telefoon
eten
bestellen,
dat
dan
door
de
zoon
van
de
eigenaar
naar
onze
kamer
wordt
gebracht.
We
worden
dus
flink
verwend
hier...
Woensdag 20 juni. Amalfi – Potenza (52 km + trein)
Vroeg
alles
weer
op
de
fiets
geladen
omdat
het
zo
warm
is.
Om 7
uur
al
in
hemdje,
met
pet
en
zonnebril,
zo
warm.
We
vervolgen
onze
adembenemend
mooie
tocht
hoog
boven
de
zee.
Langs
Amalfi,
Maiori,
Vietri.
Wat
een
hoogte
en
prachtige
uitzichten!
Als
we
koffie
drinken
op
een
terras,
komt
een
zigeunerjongetje
van
ongeveer
7
jaar
bedelen
of
een
sleutelhanger
willen
kopen
voor
1
euro.
Er
wordt
af
en
toe
gebedeld,
maar
voornamelijk
door
zigeunerachtige
vrouwen.
Helaas
komt
er
na
45
km
een
eind
aan
en
we
naderen
de
grote
stad
Salerno.
Hier
komen
we
om
13
aan.
Even
wennen
aan
het
drukke
stadsverkeer
en
de
drukkende
hitte.
We
besluiten
de
trein
naar
het
binnenland
te
nemen
om
de
stijging
van
0
naar
700
meter
te
overbruggen.
Tassen
weer
van
de
fiets,
want
we
moeten
30
treden
op
naar
perron
4 -
de
lift
is
kapot...
De
trein
brengt
ons
dus
van
Salerno
naar
Potenza.
Ook
al
weer
spectaculair
door
tunnels
door
een
gebied
waar
geen
mens
komt
en
dus
niets
is
ontgonnen
of
gecultiveerd.
Ook
in
Potenza,
wat
een
middelgrote
stad
is ,
is
geen
camping
en
zijn
we
aangewezen
op
een
hotel.
Een
stad
met
veel
hoogbouw
wijdverspreid.
Het
doet
denken
aan
Oostenrijk.
Na
lang
zoeken,
want
er
komen
hier
nauwelijks
toeristen,
en
we
moeten
er
lang
voor
naar
boven
klauteren.
De
oude
stad
ligt
heel
erg
hoog.
Beetje
saai
hotel.
De
fietsen
mogen
tussen
de
auto's
in
de
ondergrondse
parkeergarage
staan.
Donderdag 21 juni. Potenza – Tricárico 65 km.
Zeven
uur
zitten
aan
het
ontbijt.
Alles
is
zoet.
Zoete
broodjes,
jam,
gebak,
zoete
vruchtenyoghurt.
Halverwege
de
stad
komen
we
op
de
Via
Appia.
Oorspronkelijk
wilden
we
die
weg
al
eerder
volgen,
maar
vanwege
de
steeds
veranderende
plannen,
komen
we
er
vandaag
pas
op.
de
oude
Romeinse
route
van
Rome
naar
Brindisi.
We
fietsen
wegnummer
7
via
Baglio
Basilica,
naar
Tricarico
over
de
Via
Appia.
Hoogste
punt
1028
m.!!
Een
hele
prestatie,
al
zeg
ik
het
zelf,
vooral
in
deze
hitte.
In
de
krant
in
een
café
zien
we
dat
het
abnormaal
warm
is
voor
deze
tijd
van
het
jaar.
Hebben
wij
even
geluk!!?
Tegen
de
40
graden
is
het,
maar
omdat
we
hoog
fietsen,
is
er
wind
en
regelmatig
rijden
we
door
lage
eikenbossen.
Het
is
weer
een
prachtige
route!!
Velden
vol
bloeiende
brem.
Voortdurend
horen
we
wegritselende
hagedisjes
van
zo’n
20-30
cm.
lang.
Ook
zien
we
een
nog
grotere,
maar
helaas
is
die
doodgereden.
Het
lijkt
hier
een
beetje
op
Oostenrijk.
Om
half
4
komen
we
al
in
Tricarico.
Op
het
plein
mannen
op
bankjes
en
stoelen
voor
de
café’s.
Ze
staren
ons
met
open
mond
aan
alsof
er
een
wonder
de
weg
op
komt
rijden.
In
het
café,
waar
we
iets
koels
drinken
(een
of
twee
keer
per
dag
moet
Theo
z’n
‘epo’
toegediend
krijgen
in
de
vorm
van
koude
coca
cola),
raken
we
aan
de
praat
met
een
Amerikaanse
Italiaan.
Hij
is
fotograaf
(ex-militair)
en
heeft
hier
een
huis(je)
en
komt
hier
een
paar
keer
per
jaar.
Zijn
grootouders
komen
hiervandaan
en
hij
heeft
dus
zijn
oude
roots
weer
opgezocht.
Hij
regelt
een
bed
en
breakfast
voor
ons.
Helaas
moeten
we
daarvoor
weer
4
km.
omhoog
klauteren.
Een
auto
met
3
mensen
uit
het
dorp
rijdt
voor
ons
aan
om
de
weg
te
wijzen.
Een
keurig
huisje
(naast
het
grote
chique
gerestaureerde
oude
huis)
met
badkamer
en
airco
wacht
op
ons,
met
een
vriendelijke
gastvrouw
die
ons
meloen
en
handdoeken
komt
brengen.
Ze
spreekt
geen
Engels,
dus
converseren
gaat
wat
moeizaam
met
een
paar
Italiaanse
woorden
die
ik
ken,
maar
het
lukt
toch
om
wat
te
horen
over
haar
leven
en
gezin.
Erg
weinig
mensen
spreken
spreken
engels
dus
ik
leer
steeds
meer
Italiaans.
Het
is
de
manier
om
het
te
leren.
Vrijdag 22 juni. 55 km. (Tricarico – Taranto, 55 km + trein)
De
nachttemperatuur
komt
niet
lager
dan
27
graden.
Na
het
ontbijt
(het
gebruikelijke
zoete
broodjes
ontbijt)
krijgen
we
een
pot
zelfgemaakt
pruimenjam
van
de
signora,
die
ons
uitzwaait
door
de
grote,
automatische
hekken.
Ze
waarschuwt
ons
ook
nog
voor
de
hitte
die
vandaag
wordt
verwacht
(het
kan
dus
nog
heter!).
We
vervolgen
de
prachtige
Via
Appia.
Enkele
keren
komen
we
grote,
roze,
verwaarloosde
gebouwen
tegen
met
erop
geschilderd
“
VIA
APPIA”
en
een
getal
(b.v.
541
betekend
dat
het
541
km
van
Rome
verwijderd
is).
Het
zijn
leegstaande,
provinciale
gebouwen,
maar
ik
weet
niet
waarvoor
ze
hebben
gediend.
Postkoets
misschien?)
Via
Grossano
(prachtig
dorp!)
naar
Grottola.
Moeizaam
omhoog
via
tientallen
haarspeldbochten.
Veel
auto’s
toeteren.
Soms
is
he
teen
waarschuwing:
“ik
kom
eraan”.
Soms
is
het
een
groet
of
een
aanmoediging.
Vaak
wordt
er
iets
naar
ons
geroepen.
De
enkele
(race)
fietser
die
we
tegenkomen
(of
die
ons
inhaalt)
groet
(bijna)
altijd.
Na
Grottola
suizen
we
alle
bochten
naar
beneden
richting
het
dal,
waar
we
de
trein
naar
Taranto
willen
nemen.
Het
is
wel
lekker
natuurlijk,
afdalen,
maar
door
het
vele
remmen
(anders
slaan
we
op
hol)
doen
onze
handen
zeer
en
het
wegdek
is
hier
erg
slecht
(vol
scheuren
en
gaten),
dus
goed
uitkijken
en
niet
te
hard
gaan.
Hoe
lager
we
komen
(we
dalen
af
van
900
naar
200
meter
hoogte)
hoe
heter
het
wordt.
Alsof
we
vlak
langs
een
paasvuur
rijden,
zo
voelt
het
een
beetje.
Hete
wind
en
meedogenloos
brandende
zon.
Beneden
aangekomen,
blijkt
dat
het
station
gesloten
is
en
we
weer
terug
moeten
naar
Grassano…
Flinke
tegenvaller!!
De
tweede
tegenvaller
is
dat
we 3
uur
moeten
wachten
op
de
eerstvolgende
trein
naar
Taranto.
Ook
moeten
we
nog
onderweg
overstappen
(fietsen
erin,
fietsen
eruit,
trappen
af,
trappen
op…
zweten,
zweten,
zweten!!)
We
komen
net
in
het
donker
aan
in
Taranto,
een
grote
havenstad.
Als
we
nog
iets
willen
eten,
na
ingecheckt
te
hebben
in
een
hotelletje,
en
we
door
de
stad
lopen,
valt
het
licht
in
de
hele
stad
uit.
Dus
gaan
we
op
de
tast
terug
naar
het
hotel
en
op
de
tast
vinden
we
onze
kamer
en
het
bed.
Zonder
eten
naar
bed…
wel
goedkoop
dus.
De
stroomstoring
duurt
2
uur.
Om
een
uur
of 1
springt
het
licht
weer
aan.
Het
komt
door
de
overbelasting
op
het
elektriciteitsnet
vanwege
de
hitte
(airco’s
e.d.).
Zaterdag 23 juni. 50 km. (Taranto – St.Pietro, 50 km.)
We
hebben
al
lang
geen
gelegenheid
tot
wassen
van
kleren
gehad,
dus
doen
we
een
wasje
in
het
bidet…
We
vinden
via
het
Tourist
Information
punt
een
internet
café
met
een
aardige
Somalische
jongen
die
zegt
dat
we
de
fietsen
binnen
mogen
zetten,
omdat
hij
vindt
dat
ze
op
de
stoep
niet
veilig
staan.
Trouwens,
zuid
Italië
staat
niet
zo
goed
bekend,
maar
wij
ondervinden
het
tegendeel.
Tot
nu
toe
alleen
maar
vriendelijke
hulpvaardige
mensen.
Wel
anders
dan
in
de
toeristische
steden
als
Siena
en
Rome
waar
niet
iedereen
vriendelijk
was.
We
versturen
weer
wat
e-mails.
Het
foto’s
versturen
is
lastig
omdat
de
computertaal
op
Italiaans
staat
en
dat
niet
veranderd
kan.
Na
de
lunch
rijden
we
in
de
moordende
hitte
de
stad
uit.
Wel
30
km
blijft
het
druk
in
een
gebied
vol
industrie.
Het
is
zaterdag
en
de
strandjes
zijn
overvol.
De
weg
loopt
door
de
duinen,
het
staat
bumper
aan
bumper
geparkeerde
auto’s
en
scooters.
Wij
moeten
er
langs
fietsen
en
worden
dan
weer
ingehaald
door
auto’s.
Zo
wordt
het
erg
krap..
Na
40
km
(!)
wordt
het
rustiger,
minder
afval
en
de
strandjes
stiller.
De
duinen
zijn
begroeid
met
paarse
tijm.
Weer
geen
camping
hier
en
ook
zo
goed
als
geen
hotels.
In
San
Piedro
vinden
we
hotel
Charlie.
Ouderwets
hotel.
We
gaan
nog
even
zwemmen
in
de
heldere
zee
vlak
voor
het
donker
wordt
en
eten
mee
in
het
hotel
(spaghetti
en
een
hele
vis
in
folie
–
weet
niet
wat
voor
vis,
volgens
Theo
een
zeebaars-
en
meloen).
De
hotel
eigenaar,
beetje
slonzige,
zware
man
van
rond
de
60,
vraagt
of
we
Frans
spreken.
Als
ik
ja
zeg,
begint
hij
een
gesprek
en
na
een
tijdje
zoekt
hij
met
zorg
een
fles
wijn
die
we
moeten
delen
met
hem.
Hij
verteld
over
de
armoede
in
Zuid
Italië
en
zijn
gevoel
van
onmacht
en
onrechtvaardigheid
dat
hij
65%
belasting
moet
betalen
en
er
niets
terug
komt
in
deze
streek.
Zondag 24 juni. 65 km (S.Pietro – Brindisi, 65 km)
Na
het
gebruikelijke
gebak
ontbijt,
repareert
Theo
zijn
fietscomputer
kabeltje
dat
gebroken
was.
We
besluiten
het
land
over
te
steken
naar
Brindisi.
Eigenlijk
hadden
we
de
kustlijn
willen
volgen
om
deze
'hak'
te
ronden,
maar
de
hitte
is
overweldigend
en
het
wordt
bijna
een
straf
om
te
fietsen.
Via
Torre
san
Susanna
rijden
we
over
tamelijk
vlakke
wegen
langs
kilometers
en
kilometers
olijfboomgaarden
en
druiven
velden.
Het
is
nog
steeds
schroeiend
heet
en
het
geluid
van
de
cicades
zwelt
aan.
Veel
vlinders
(grote
zwart-witte,
knalgele
en
oranje).
Bijna
alle
(oude)
huizen
zijn
hier
in
het
binnenland
verlaten.
Deuren
en
ramen
zijn
gapende
gaten
of
dichtgetimmerd.
We
komen
langs
dorpen
waar
niemand
te
zien
is
(het
is
zondag)
en
alles
dicht
is.
We
zijn
steeds
op
jacht
naar
water
en
drinken
samen
wel
10
liter
vandaag.
Midden
in
het
niets
staat
een
grote
kerk.
Honderden
parkeerplaatsen
eromheen
en
op
het
terrein
een
enorme
hoeveelheid
marktkraampjes
en
zelfs
een
kleine
dierentuin.
De
kerk
biedt
hier
vermaak.!!
Eindelijk,
na
65
km
arriveren
we
in
Brindisi,
het
einddoel
van
onze
fietsreis,
precies
na 3
weken
(zo'n
900
km
gereden
in
Italië)
Het
is
half
5 en
we
fietsen
door
naar
de
haven.
Brindisi
is
een
middelgrote
stad
maar
ook
hier
bijna
geen
mens
op
straat.
Bij
de
terminal
kopen
we
een
ticket
voor
de
boot
naar
Corfu
(110,-
euro!)
en
ontdekken
we
dat
we
al
om
19
uur
kunnen
vertrekken.
We
staan
vol
bewondering
en
verbazing
te
kijken
hoeveel
enorme
trucks
en
auto's
er
achteruit
(!)
op
de
boot
rijden.
Tientallen.
Wij
moeten
een
uur
wachten
omdat
wij
als
laatste
de
boot
op
mogen.
Het
is 7
uur
varen
en
we
komen
op
de
onmogelijke
tijd
van
2
uur
s'nachts
aan
op
het
Griekse
eiland
Corfu.
Gelukkig
is
er
vlak
bij
de
haven
een
hotel
waar
we
terecht
kunnen
en
nog
een
paar
uurtjes
kunnen
slapen.
Maandag 25 en dinsdag 26 juni. (Corfu stad – Agios Ioannis, 45 km)
Ook
midden
in
de
nacht
is
het
nog
benauwend
heet.
We
ontbijten
in
de
stad
(Theo
krijgt
zijn
omelet
geserveerd
met
patat
friet
op
de
nuchtere
maag!)
Daarna
uitgebreid
verhalen
internetten
met
foto’s
uitzoeken;
altijd
een
heel
karwei.
Na
de
lunch
vertrekken
we
volgens
de
route
uit
een
boekje
met
fietsroutes
op
Corfu
wat
we
meegenomen
hebben.
Via
tussendoor
weggetjes
rijden
we
naar
Agios
Ioannis.
Het
is
een
klein
dorp,
midden
op
het
eiland.
Ook
op
Corfu
zijn
maar
twee
campings,
die
allebei
in
het
noorden
liggen
en
we
moeten
dus
weer
een
kamer
huren.
Het
is
een
eeuwen
oud
hotel
wat
ook
die
sfeer
uitademt.
Zelfs
de
geur
is
oud.
Aardige
mensen,
maar
bloedhete
kamers
zonder
airco.
We
slapen
uren,
koken
wat
op
de
kamer,
slapen
uren
,
ontbijten
en
na
het
ontbijt
ga
ik
weer
slapen….
Volgens
de
hoteleigenaar
is
het
de
warmste
dag
tot
nu
toe
gemeten
op
25
juni,
ongeveer
42
graden.
Pas
om
half
vijf
brengen
we
het
op
om
op
de
fiets
te
stappen
en 8
km.
naar
zee
te
rijden.
Daar
aangekomen,
blijkt
dat
we
langs
de
rotsen
extreem
steil
over
een
betonnen
pad
naar
beneden
moeten
lopen.
Het
strandje
is
klein
en
vol.
De
zee
is
warm,
maar
schoon
en
heerlijk
zwemmen
we
wat.
’s
Avonds
eten
we
aan
het
dorpsplein
met
de
Grieken
en
hun
muziek.
Woensdag 27 juni (Agios Ioannis – Paramona, 30 km)
In
plaats
van
hier
langer
te
blijven
en
te
rusten,
besluiten
we
toch
verder
te
fietsen
de
drie
dagen
die
ons
nog
resten,
omdat
we
dan
zoveel
mogelijk
van
het
eiland
zien
en
omdat
we
het
heerlijk
vinden
als
we
eenmaal
weer
op
de
fiets
zitten.
We
genieten
weer
volop
van
de
mooie
routes.
Steile
heuvels
met
rotspartijen.
Veel,
heel
veel
olijfbomen
met
tientallen
gaten
in
de
stammen.
Oude
dorpjes,
b.v.
Kouramades.
Zo
oud
en
authentiek
dorp
alsof
er
honderd
jaar
niets
is
veranderd.
Als
ik
van
Theo
en
een
kerkje
een
foto
wil
maken,
komt
een
oude
man
uit
een
deuropening
en
roept
naar
ons:
Jassas
!!
(Hallo!)
en
wenkt
ons.
Binnen
in
zijn
huisje
blijkt
dat
hij
kapper
is.
Een
ouderwetse
barbierstoel
en
alle
muren
hangen
vol
met
relikwieën.
Foto’s,
bidprentjes,
beeldjes,
bekers
en
spullen
voor
z’n
kappersberoep.
Hij
wil
graag
dat
we
op
de
stoel
gaan
zitten
en
dat
hij
dan
met
één
van
ons
wordt
gefotografeerd.
(dit
alles
met
handen
en
voeten,
want
hij
spreekt
geen
woord
Engels).
Hij
geeft
ons
dan
zijn
adres
en
wil
de
foto
graag
toegestuurd
krijgen.
Hij
maakt
ook
nog
een
foto
van
ons
voor
z’n
huisje.
Ik
krijg
een
handkus
en
we
worden
hartelijk
uitgezwaaid.
Even
verderop
doet
een
vrouwtje
gauw
de
deur
open
van
haar
kleine
café.
Ze
heeft
ons
waarschijnlijk
al
gezien
en
hoopt
op
klanten.
Dus
drinken
we
bij
haar
een
kop
koffie.
Het
lokaaltje
heeft
3
tafeltjes
en
een
bar
van
1
meter..
We
fietsen
weer
verder
via
haarspeldbochten
naar
boven
en
naar
beneden
over
gesmolten
plakkerig
asfalt.
In
Paramona,
dat
pal
aan
zee
ligt,
vinden
we
een
prima,
Duits
hotel
voor
weinig
geld.
Eten
s’
avonds
aan
zee
bij
prachtig
ondergaande
zon.
het
was
weer
een
gouden,
maar
erg
warme
dag.
Donderdag 28 juni (Paramona – Boukari, 30 km)
Na
een
goed
Duits
ontbijt
vervolgend
we
in
de
koelte
van
de
vroege
ochtend
de
tocht
door
de
olijfboomgaarden.
De
éne
boom
is
nog
grilliger
en
knoestiger
dan
de
andere.
Oude
auto’s
staan
hier
regelmatig
tussen
geplant.
Je
kan
zien
dat
ze
er
al
jaren,
zelfs
al
tientallen
jaren
staan,
weggezakt
door
de
banden
en
overgroeid
met
onkruid.
Een
oud
vrouwtje
draagt
haar
tas
op
het
hoofd
en
haar
benen
zijn
zo
krom
als
een
hoepeltje.
Ze
loopt
moeizaam
en
traag
omhoog.
Soms,
na
een
klim,
hebben
we
weer
een
prachtig
uitzicht.
Nu
kunnen
we
aldoor
ergens
de
zee
zien
omdat
we
midden
op
het
smalle
gedeelte
van
het
eiland
fietsen.
Het
is
70 x
30
km,
maar
hier
is
het
zo’n
9
km.
breed.
Een
ezel,
met
daarop
een
oude
vrouw
in
amazonezit
en
een
hele
berg
takken.
Al
om
13
uur
zijn
we
op
de
plek
van
bestemming
(Mesogne)
en
vinden
een
“room
to
let”
aan
de
kust,
dus
hebben
we
de
middag
vrij
om
te
zwemmen
in
de
zee
die
vol
zeewier
is.
Ook
nog
even
in
de
zon
want
onze
armen
en
benen
zijn
poepie
bruin
maar
buik
en
bovenbenen
nog
helemaal
wit!
Vrijdag 29 juni. (Boukari – Kanoni Island, 45 km)
De
laatste
dag
is
aangebroken.
We
fietsen
vandaag
tot
vlak
bij
het
vliegveld.
Een
laatste
30
km.
door
het
binnenland.
Stevig
omhoog.
Onderweg
loopt
een
oude
man
met
een
stok
langs
de
weg.
Hij
roept
wat
en
wenkt
ons
(hier
wenkt
men
met
de
handpalm
naar
beneden,
alsof
je
iets
wil
pakken).
Hij
wil
graag
even
Duits
praten.
Zijn
4
zonen
en 3
dochters
wonen
in
Zwitserland
en
Duitsland
waar
hij
20
jaar
heeft
gewerkt.
Hij
wil
ons
graag
zijn
tuin
laten
zien,
dus
lopen
we
met
hem
mee
.
Hij
vertelt
trots
dat
hij
daar
twee
keer
per
dag
naartoe
loopt.
Dus
8 km
per
dag.
Op
het
idyllisch
gelegen
stukje
grond,
omheind
met
gaas,
staan
vijgenbomen,
sinaasappelbomen,
cactussen,
cipressen,
15
kippen,
1
kalkoen
en 2
schapen.
Het
is
een
tevreden,
blije
man
en
draagt
een
strohoed
waarin
hij
een
groot
blad
heeft
gelegd
tegen
de
zonnewarmte.
Ook
vertelt
hij
dat
hij
de
lotto
heeft
gewonnen.
Als
wij
verbaast
roepen
“O,
ja!?”,
legt
hij
uit:
‘Mijn
vrouw,
ik,
de
kinderen
en
kleinkinderen
zijn
gezond
en
ze
komen
elke
zomer
om
de
beurt
naar
Sorgilli,
Corfu.
Dát
is
mijn
gewonnen
lotto!!”
Na
zoveel
wijsheid
nemen
we
met
moeite
afscheid.
De
foto’s
die
we
genomen
hebben,
kunnen
we
sturen
naar
:
Odyseus,
Sorgilli,
Corfu.
Dat
komt
altijd
aan,
zei
hij…
Een
half
uurtje
verder
klimmen
en
we
komen
op
de
top
van
de
Agii
Deka.
Een
prachtig
uitzicht
op
Corfu
stad
en
het
schiereiland
Kanoni
met
het
vliegveld(je).
We
kijken
neer
op
dalende
en
stijgende
vliegtuigen
boven
de
zee.
Nog
een
uurtje
later
fietsen
we
zelf
op
dat
schiereiland
en
nemen
een
hotel
100
meter
naast
de
landings-/startbaan.
Met
luid
gebulder
horen
we
de
vliegtuigen
opstijgen.
Er
is
nog
tijd
om
heerlijk
in
zee
te
zwemmen;
het
is
nog
altijd
flink
boven
de
30
graden
en
halen
bij
een
supermarkt
lege
kartonnen
dozen
en
tape
om
morgen
de
fietsen
te
verpakken.
‘s
Avonds
fietsen
we
naar
Corfu
stad
om
wat
te
eten.
Het
centrum
is
erg
gezellig
vol
kleine
winkelstraatjes.
Zien
ook
nog
een
prachtige
Grieks
Orthodoxe
kerk.
Op
de
terugweg
door
het
drukke
verkeer
in
het
donker,
krijg
ik (wát
een
timing…)
na
950
km.
onze
eerste
lekke
band!!!.
Het
is
10
uur
en
we
hebben
al
het
gereedschap
in
het
hotel.
Zit
niets
anders
op
dan
de 3
km.
te
lopen
en
om
11
uur
nog
de
band
te
plakken.
De
hotelmanager
dirigeert
ons
de
kelder
in
een
soort
washok,
waar
Theo
de
band
plakt.
Zaterdag 30 juni. (Corfu – Emmen)
Dag
van
terugkeer.
Vroeg
fietsen
we
naar
het
vliegveld
waar
we
de
fietsen
“vliegklaar”
maken
en
tussen
de
duizenden
andere
wachtenden
staan
om
in
te
checken.
Voorspoedige
vlucht
en
bij
aankomst
op
Schiphol,
komt
er
één
fietstas
niet
aan
op
de
bagage
band.
Na
lang
wachten
en
formulieren
invullen
(de
tas
is
nog
niet
gevonden
en
wordt
nagestuurd,
hopen
we…)
kunnen
we
de
trein
in.
Het
laatste
stukje
van
station
Emmen
naar
huis
nog
op
de
fiets.
Totaal
957
km.
|