|
Frankrijk 2010
LANGS
OUDE
WEGEN
-
Sifon
(Transavia)
–
Biarritz.
Zondag
6
juni
2010.
Na
de
gebruikelijke
huisafsluit
rituelen
fietsen
we
met
de
bagage
naar
Vader
voor
koffie
en
afscheid.
We
stappen
in
de
trein
en
zijn
tegen
15
uur
op
Schiphol.
Fietsdozen
kopen
en
in
de
hal
de
fietsen
prepareren
voor
de
vlucht.
Het
stuur
moet
evenwijdig
met
de
fiets
gedraaid
worden.
Normaal
is
dat
een
fluitje
van
een
cent:
stuurbout
los
en
draaien
maar.
Helaas
is
er
iets
mis
met
de
stuurbout
van
Theo’s
fiets.
Wát
we
ook
proberen,
het
stuur
blijft
dwars
liggen.
We
hebben
veel
gereedschap
bij
ons,
maar
geen
grote
bahco
en
die
hebben
we
nu
nodig.
Ik
ga
op
zoek.
Van
loket
naar
loket
vol
weinig
geïnteresseerde
strak
in
het
lichtblauwe
pak
zittende
mensen,
kom
ik
uiteindelijk
bij
“gevonden
voorwerpen”.
Een
vrolijke,
gitzwarte
man
zegt
dat
ik
de
fiets
maar
moet
halen
en
dat
hij
me
zal
helpen.
De
fiets
staat
een
halve
kilometer
verder
en
drie
verdiepingen
hoger.
Gelukkig
zijn
we
uren
te
vroeg
aangekomen,
dus
geen
last
van
stress.
De
schroef
gaat
niet
los,
maar
de
man
schroeft
het
hele
stuur
los
en
zo
past
de
fiets
uiteindelijk
in
de
doos.
Inchecken
met
de
hele
handel.
Met
fietsen
en
al
toch
zo’n
80
kilo.
Na
een
hapje
eten
naar
de
gate,
waar
we
helaas
zien
dat
onze
vlucht
van
19.25
uur
vertraagd
is
naar
21.10
uur.
In
Biarritz
de
fietsen
weer
snel
in
elkaar
schroeven,
banden
oppompen
en
bagage
erop.
We
worden
halverwege
deze
klus
naar
buiten
gebonjourd
omdat
het
vliegveld
dicht
gaat.
Het
gereserveerde
hotel
blijkt
vlak
om
de
hoek.

Maandag
7
juni
2010.
Zon.
26
graden.
We
blijven
vandaag
in
Biarritz.
We
verkennen
de
stad
met
veel
chique
oude
huizen
en
een
oude
haven.
Boodschappen
doen,
fietsen
nakijken
en
wat
uitrusten.
Dinsdag
8
juni.
Half
bewolkt.
21
graden.
66
km.
De
weersvoorspellingen
zijn
slecht
maar
het
is
prima
fietsweer
als
we
vertrekken.
Door
de
stad
Biarritz
naar
Bayonne.
Daar
zoeken
we
de
rivier
de
Nive,
waarlangs
we
naar
St.Jean
Pied
de
Port
willen
fietsen.
Wonder
boven
wonder
is
er
een
fietspad.
Grote
uitzondering
in
Frankrijk.
Het
is
een
mooi
pad
langs
de
rivier
die
hier
zo
vlak
bij
de
kust
wel
20
meter
breed
is.
Er
wordt
druk
gelopen
en
gefietst.
Na
25
km.
Houdt
het
op
en
gaan
we
langs
de
normale
weg
verder.
We rijden
de
Roland
pas
(Pas
de
Roland),
een
zeer
smalle
weg
door
een
gorge
van
de
Nive.
Zéér
de
moeite
waard.
We
komen
bijna
niemand
tegen.
De
zon
gaat
zelfs
schijnen
en
we
lunchen
op
een
bankje
langs
de
woest
stromende
rivier.
De
pas
heeft
een
paar
flinke
stijgingen
van
14%.
Leuk
om
er
vast
een
beetje
in
te
komen.
Na
de
pas
nog
20
km.
over
een
grote
weg.
We
hebben
trek
in
koffie
en
zoeken
een
café
in
een
dorpje
wat
er
bij
navraag
aan
een
dame
die
haar
zwabber
uitklopt,
niet
blijkt
te
zijn.
Er
is
wel
een
kerk.
Maar,
zegt
de
mevrouw,
u
krijgt
van
mij
een
lekker
glas
vruchtensap
!!
Ga
maar
lekker
zitten.
Na
een
gezellig
gesprek,
gaan
we
het
laatste
stuk
naar
St.
Jean
Pied
de
Port.
Hoezo,
arrogante
Fransen??
St.
Jean
is
een
startplaats
van
de
pelgrimsroute
naar
Santiago
de
Compostella
en
dat
is
te
zien.
Als
de
tent
staat
en
ik
wil
gaan
koken,
begint
het
te
regenen
en
dat
blijft
de
hele
nacht
zo.
_small.jpg)
_small.jpg)
Woensdag
9
juni.
Zwaar
bewolkt,
regen.
17 –
21
graden.
45
km.
Het
is
droog
als
we
ontbijten
en
de
tent
opbreken.
Als
we
onderweg
zijn
gaat
het
weer
flink
regenen.
Gelukkig
is
het
niet
koud.
De
huizen
hier
zijn
voornamelijk
wit
met
donkerrode
kozijnen
en
luiken.
Het
is
specifiek
voor
Baskenland.
We
merken
ook
dat
we
in
Baskenland
zijn
door
de
naamborden.
Ze
zijn
onleesbaar.
Straten
en
steden
hebben
totaal
geen
Franse
namen
zoals
Arros
Cibits,
Louhossoa,
Itxassou,
Ainhice-Mongelos.
De
Franse
straatnamen
en
de
Baskische
staan
op
de
borden.
Onderweg
eten
we
een
4-gangen
lunch
in
een
auberge
langs
de
weg.
Kippensoep
zoveel
als
we
willen,
daarna
salade
met
eend.
We
dachten
dat
dat
het
hoofdgerecht
was,
maar
toen
kwam
er
nog
een
bord
vol
kerrierijst
met
kip.
Het toetje,
crême
Brulée.
En
dat
allemaal
voor
12
euro.
Hoezo
Frankrijk
duur??
We
moeten
vandaag
(richting
Oloron
St.Marie)
een
heuse
col
over.
Het
is
een
kleintje,
maar
toch
moeten
we
een
paar
kilometer
lopen
omdat
het
te
steil
is
voor
ons
(of
de
bagage
te
zwaar…)
en
de
spieren
nog
niet
genoeg
getraind.
Gelukkig
is
er
altijd
de
beloning
van
het
afdalen,
waarbij
we
een
snelheid
van
50
km
per
uur
halen.
Na
45
km.
komen
we
bij
het
stadje
Mauléon
Licharre,
wat
een
mooie
stad
moet
zijn.
Het
is
half
vijf
en
Oloron
is
nog
30
km.
We
zoeken
een
camping
en
na
de
douche
en
wat
eten
(weer
in
de
miezerregen)
gaan
we
nog
even
naar
de
stad.
_small.jpg)
Donderdag
10
juni.
Zon
27
graden.
3e
fietsdag:
45
km.
Totaal
200
km.
Het
is
prachtig
weer.
De
zon
schijnt
volop
en
we
rijden
naar
het
stadje
Mauléon
om
te
proberen
ergens
te
internetten.
Via
via
komen
we
tenslotte
bij
een
soort
kantoorartikelenwinkel
waar
internetten
mogelijk
is.
Helaas
doet
de
computer
die
daarvoor
dient
het
niet,
maar
één
van
de
dames
staat
op
van
haar
bureau
waarachter
ze
aan
het
werk
is
en
we
mogen
haar
computer
gebruiken.
Super
aardig
zijn
ze
toch
weer
allemaal
hier.
Als
we
klaar
zijn,
gaan
we
verder
met
de
tocht.
Prachtige
omgeving
met
aldoor
op
de
achtergrond
de
besneeuwde
bergen
van
de
Pyreneeën.
Flinke
klimmen
zitten
erbij.
Door
het
mooie
stadje
Oloron
Ste.
Marie
en
aangekomen
in
Lasseube
waar
een
camping
is.
Helaas
staat
er
een
bordje
dat
de
camping
15
juni
open
gaat.
Over
vijf
dagen
dus.
Terug
gefietst
naar
het
dorp
en
rond
gevraagd.
De
baas
van
het
plaatselijke
café
en
tevens
supermarkt
eigenaar,
blijkt
ook
de
beheerder
te
zijn
van
de
gemeentelijke
camping.
Ach,
zegt
hij,
het
is
‘pas
de
probléme’
als
we
er
voor
een
nacht
gaan
staan,
maar
de
douches
zijn
nog
niet
uit
hun
winterslaap.
Dat
geeft
ons
niet.
Koude
douche
is
ook
prima
en
we
zetten
de
tent
dus
neer
op
een
totaal
verlaten
camping.
_small.jpg) _small.jpg)
Vrijdag
11
juni.
Regen/zon.
18-23
graden.
Lasseube
–
Maubourguet.
4e
fietsdag
90
km.
Totaal
290
km.
We
verlaten
de
stille,
gesloten
camping
en
vragen
de
weg
naar
waar
onze
route
begint.
Helaas
sturen
ze
ons
de
verkeerde
kant
op
en
rijden
we
fout
totdat
we
zien
dat
we
weer
richting
besneeuwde
bergtoppen
rijden
–
het
zuiden
dus,
terwijl
we
naar
het
noorden
moeten
!!
Rechtsomkeert
dus.
De
lucht
is
prachtig.
Blauw
met
witte
wolken,
maar
steeds
ook
donkere,
dreigende
regenwolken.
Soms
regent
het
een
tijdje.
De
regenjas
gaat
enkele
keren
aan
en
uit.
De
route
is
mooi.
Soms
glooiend,
soms
steile
hellingen
langs
weilanden
met
vriendelijke
blonde
koeien
of
door
lichte
bossen.
We
zijn
nog
steeds
in
de
Midi
Pyrenees.
Weinig
dorpjes,
geen
terrasjes.
Zelf
koffie
maken
dus
in
de
berm.
We
hebben
beide
last
van
ons
zitvlees,
maar
houden
het
vandaag
toch
bijna
90
km.
vol.
Rond
acht
uur
’s
avonds
komen
we
aan
in
Maubourguet
waar
een
camping
is.
Helaas
is
deze
gesloten
en
bellen
we
aan
bij
een
‘Chambre
d’Hôtes,
waar
we
gastvrij
ontvangen
worden
door
een
Engels
echtpaar
in
een
schitterend
middeleeuws
pand
met
een
badkamer
van
5x6
!

Zaterdag
12
juni.
Zwaar
bewolkt,
regen.
20
graden.
Rustdag
Maubourguet.
Enigszins
geradbraakt
door
de
zware
tocht
van
gister,
besluiten
we
hier
een
rustdag
te
houden.
Wat
klusjes
aan
de
fietsen,
de
verhalen
en
foto’s
verwerken
en
wandelen
door
het
rustige,
beetje
saaie
dorp.
_small.jpg)
Zondag
13
juni.
Bewolkt
en
zon.
20-27
graden.
5e
fietsdag:
75
km.
Maubourguet
–
Castéra-Verduzan.
Totaal
375
km.
Zeven
uur
’s
morgens.
Het
plenst!!
De
weervoorspellers
zeggen
dat
het
de
komende
dagen
blijft
regenen.
Na
een
heerlijk
ontbijt
in
de
prachtige
eetkamer,
is
het
gelukkig
droog
en
vertrekken
we.
Het
wordt
tegen
alle
verwachtingen
in
een
prachtige
dag
!!
Het
fietsen
gaat
heerlijk
en
de
zon
schijnt
volop.
Door
Armagnac
komen
we
in
de
Gers.
Slaperige
dorpjes,
deels
verlaten.
Heuvelachtig,
glooiend,
soms
pittige
klimmetjes.
Het
geurt
naar
graan,
de
heerlijke
lucht
van
bloeiende
lindebomen
en
soms
kamperfoelie
en
liguster.
Tegen
zeven
uur
arriveren
we
op
een
camping
in
Castéra-Verduzan.
_small.jpg)
_small.jpg)
_small.jpg)
Maandag
14
juni.
Zwaar
bewolkt
en
regen.
6e
fietsdag:
45
km.
Castéra-Verduzan
–
Miradoux.
Totaal
420
km.
De
halve
nacht
heeft
het
geregend.
Het
is
fris,
16
graden,
als
we
vertrekken.
Donkere
wolken
blijven
de
hele
dag.
Af
en
toe
een
bui.
Als
we
in
Lectoure
lekker
warm
in
een
klein
café
de
dagschotel
nemen,
begint
het
echt
te
plenzen.
We
steken
de
rivier
de
Gers
over.
Wild
stroomt
deze
onder
de
brug
door.
Het
water
is
okergeel
vanwege
de
modder
die
door
de
regen
in
de
rivier
gestroomd
is.
Toch
wordt
het
weer
droog
en
genieten
we
van
de
kilometers
door
het
prachtige
landschap,
mooie
oude
huizen,
bloemen
en
vogels.
De
maïs
staat
ongeveer
40
cm
hoog,
de
zonnebloemen
ook.
Verder
is
er
tarwe,
haver
en
natuurlijk
wijngaarden.
Ook
zijn
er
velden
die
bedekt
zijn
met
wit
plastic.
Wat
er
onder
zit,
weten
we
niet,
maar
dat
zoeken
we
nog
uit.
Het
is
voor
mij
het
ultieme
gevoel
van
vrijheid
om
over
een
heuvelrug
te
fietsen
waarbij
je
aan
beide
kanten
ver
over
het
landschap
kan
kijken.
Er
is
geen
camping
binnen
fietsbereik,
dus
we
bellen
aan
bij
de
prachtige
blauwe
deur
van
Chambre
d’Haute
‘le
Bonheur’
in
Miradoux.
We
krijgen
een
ongelofelijk
mooie
achttiende-eeuwse
kamer.
Net
als
we
binnen
zijn,
klettert
de
regen
tegen
de
ramen.
_small.jpg)
Dinsdag
15
juni.
Zwaar
bewolkt.
16-20
graden.
7e
fietsdag.
Miradoux
–
Moissac:
50
km.
Totaal
470
km.
(auto
Toulouse)
Ach,
wat
hebben
deze
mensen
dit
huis
mooi
gerestaureerd.
Alles
hebben
ze
zelf
gedaan,
in 6
jaar.
Tot
in
de
kleinste
details
ziet
het
er
perfect
uit
en
het
staat
vol
antiek,
móói
antiek.
We
ontbijten
samen
met
andere
gasten
en
bewonderen
de
keuken
en
het
fantastische
uitzicht.
Het
is
weer
fris:
16
graden.
Verder
gaat
het
fietsen,
langs
de
oude
wegen.
In
de
bermen
bloeit
niet
zo
veel.
Het
meest
is
al
uitgebloeid
helaas
en
wat
zal
het
hier
over
een
paar
weken
mooi
zijn
door
de
ontelbare
velden
met
zonnebloemen.
In
het
mooie
dorp
Auvillar
met
heel
oude
huizen
en
uitzicht
over
de
Garonne,
drinken
we
koffie
en
ontmoeten
we
een
63
jarige
Santiago-loper
uit
Liverpool.
Kromme
vingers
van
de
reuma
(?)
en
moeilijk
lopend.
Hij
loopt
toch
maar
25 –
40
km.
per
dag
met
z’n
rugzak
en
stok.
We
steken
de
brede
Garonne
over
en
direct
daarnaast
ligt
het
Canal
du
Midi
(heet
hier
ook
wel
“Canal
entre
deux
Mers).
Daar
is
een
fietspad
langs
gelegd
waarover
we
naar
Moissac
rijden.
Onderweg
komen
we
een
Italiaans
echtpaar
tegen
van
rond
de
zeventig
jaar
die
vanuit
Bordeaux
naar
Turijn
fietsen!!
Ook
Moissac
is
weer
zo’n
mooie
kleine
stad.
De
Tarn
komt
hier
uit
in
de
Garonne,
overal
is
water.
Het
is 3
uur
en
Theo
wil
graag
naar
Toulouse
en
Carcassonne.
We
huren
een
autootje
(een
Renault
Clio).
Alle
bagage
er
in
en
rijden
naar
Toulouse
(de
fietsen
mogen
bij
de
garage
blijven
staan.
Het
is
85
km.
Toulouse
is
een
mooie,
gezellige
stad
vol
studenten
die
aan
Parijs
doet
denken.
Na
heel
wat
kilometers
lopen,
vinden
we
uiteindelijk
een
zeer
krakkemikkig
hotelletje
waar
nog
een
kamer
vrij
is.
_small.jpg)
_small.jpg)
Woensdag
16
juni.
Zwaar
bewolkt,
lichte
regen.
17
graden.
Met
de
auto
van
Toulouse
naar
Carcassone
en
Cahors.
We
zwerven
nog
wat
door
de
stad
en
zoeken
de
auto
weer
op.
Men
heeft
hier
in
de
stad
vele
honderden
fietsen
staan
die
je
kan
pakken
tegen
betaling
van
één
euro.
In
Nederland
zouden
ze
allemaal
vernield
worden,
maar
hier
staan
ze
keurig
netjes.
Ook
zijn
door
de
hele
stad
fietspaden
en
parkeren
aan
de
binnen
ringweg
is
gratis.
We
rijden
via
een
kleine
omweg
om
de
grote
weg
te
mijden
naar
Carcassonne.
Onderweg
picknicken
we
bij
de
druivenvelden.
De
trosjes
zijn
al
gevormd,
maar
de
druifjes
zijn
nog
maar
speldenknopjes,
zo
klein.
De
lucht
is
weer
overal
bedreigend
zwart,
maar
af
en
toe
piept
de
zon
er
door.
De
regen
blijft
beperkt
tot
miezeren.
De
oude
vestingstad
Carcassonne
is
imposant
en
interessant,
maar
binnenin
één
grote
kermis
van
winkels
en
vooral
veel
vreettentjes.
Het
is
nog
maar
voorseizoen,
maar
al
erg
druk.
De
enorme
muren
en
torens
zijn
hoog
en
het
uitzicht
is
natuurlijk
weids.
We
besluiten
naar
het
noorden
te
rijden,
naar
Cahors.
Dit
is
het
volgende
punt
op
onze
route
en
we
kunnen
er
de
tent
opzetten
en
morgen
naar
Moissac
rijden
om
de
auto
in
te
leveren
en
de
fietsen
te
halen.
Dan
zullen
we
de
60
km.
per
fiets
weer
naar
Cahors
rijden
zonder
bagage.
De
camping
in
Cahors
is
een
waterballet.
Zompige
grasvelden
en
grote
plassen
overal.
Vier
dagen
geleden,
verteld
de
campingbaas,
vaarden
de
auto’s
hier
voorbij
en
waren
er
overstromingen.
Net
als
we
zitten
te
eten
op
de
camping,
barst
er
een
enorme
bui
los
die
alles
weer
blank
zet.
_small.jpg)
_small.jpg)
Donderdag
17
juni.
Half
bewolkt
en
zon
!!
14-24
graden.
Moissac
–
Cahors.
Vannacht
geen
regen.
Op
de
camping
enorme
plassen.
Het
is
14
graden
! We
rijden
de
toeristische
route
naar
Moissac
waar
we
het
autootje
moeten
inleveren
en
de
fietsen
halen.
Onderweg
een
leuk
middeleeuws
dorpje
bezocht
(Lauzerte).
Stom,
stom,
stom
!!
We
doen
kalm
aan
en
vergeten
dat
we
de
auto
vóór
12
uur
moeten
inleveren.
De
middagpauze
duurt
hier
tot
16
uur!!
En
de
garage
is
hermetisch
gesloten
tot
die
tijd.
Da’s
balen.
Na
vier
uur
zouden
we
dan
nog
60
km
moeten
fietsen
naar
Cahors
waar
de
tent
staat.
Dat
zal
wel
lukken
net
voor
het
donker
wordt,
maar
er
gaat
ook
een
trein
J
Het
weer
knapt
op
en
we
vermaken
ons
wel
enkele
uren
in
het
mooie
Moissac,
kopen
treinkaartjes
(de
fiets
mag
hier
gratis
mee)
en
wachten
tot
de
garage
open
gaat.
Er
zijn
veel
mensen
die
met
een
fiets
de
trein
in
gaan
en
we
zien
ook
“pelgrims”
die
met
rugzak
en
al
in
de
trein
zitten.
De
trein
zet
ons
om
19
uur
af
in
Cahors
waar
de
de
mooie
brug
bewonderen
in
de
stralende
zon.
_small.jpg)
_small.jpg) 
Vrijdag
18
juni.
Zwaar
bewolkt,
af
en
toe
zon
14 –
20
graden.
Cahors
-
Labastide-Murat.
8e
fietsdag.,
65
km.
Totaal
520
km.
Het
regent
weer
eens
als
we
wakker
worden.
Alles
nat
inpakken
dus.
Lekker
croissantje
en
koffie
in
de
kantine
waar
gratis
wifi
is
en
we
onze
foto’s
en
verhalen
naar
Marloes
kunnen
sturen
die
het
op
de
website
zet.
Vol
goede
moed
peddelen
we
weer
naar
het
noorden.
De
lucht
is
loodgrijs
en
het
miezert
af
en
toe.
Langs
de
rivier
de
Lot
rijzen
de
rotsen
loodrecht
naar
boven.
Daar
bovenlangs
loopt
een
kleine
weg
waar
we
over
fietsen.
Prachtig
met
schitterend
uitzicht.
We
kiezen
ervoor
om
een
omweg
van
30
km.
te
nemen
langs
het
dal
van
de
Céré
wat
erg
mooi
moet
zijn.
Nét
als
we
aan
de
Salade
de
Chêvre
en
Boeuf
Bourgignon
zitten,
trekt
er
weer
een
flinke
bui
over.
We
vervolgen
onze
tocht
langs
de
Céré
en
de
Sagne.
Het
is
een
prachtig
dal
met
veel
bloemen,
thijm,
orchideeën,
malva’s,
een
restje
anjers,
sedum,
kamille,
campanula
en
geraniums.
Ook
zijn
er
veel
vlinders.
Er
is
zo
veel
regen
gevallen
dat
de
weilanden
langs
de
Sagne,
wat
normaal
een
klein
stroompje
is,
veranderd
zijn
in
een
metersbrede
ondiepe
rivier.
We
komen
bij
een
camping
van
een
Nederlands
stel
waar
we
graag
zouden
kamperen,
maar
het
staat
helaas
vol
water.
We
fietsen
dus
verder
naar
Labastide-Murat,
waar
een
camping
Municipal
is.
Zéér
eenvoudig,
aan
de
weg,
maar
er
is
een
warme
douche
en
het
kost
maar
5
euro.
De
zon
schijnt,
dus
de
druipende
tent
kan
mooi
opdrogen.
De
nacht
is
rumoerig.
De
autoweg
in
het
dal
veroorzaakt
vrachtwagen
gedreun
en
onze
jonge
buren
willen
ons
laten
mee
genieten
van
hun
bonkige
muziek
en
zeer
luide
gesprekken.
Hun
auto
draait
twee
uur
lang
stationair
en
zo’n
keer
of
10
rijden
ze
vlak
langs
de
tent
de
camping
op
en
af.
_small.jpg)
_small.jpg)
Zaterdag
19
juni.
Zwaar
bewolkt
en
veel
regen.
16
graden.
Labastide-Murat
-
Rocamadour.
9e
fietsdag,
30
km.
Totaal
550
km.
Als
we
wakker
worden,
zien
we
niets.
Overal
dikke
mist.
Het
is
koud
in
de
ochtend:
14
graden!!
Er
groeien
paddenstoelen
op
de
camping
door
al
het
vocht.
De
weg
naar
Rocamadour,
waar
we
vandaag
naartoe
gaan
is
weer
geweldig
mooi.
Een
paar
flinke
klimmen.
Het
is
voor
ons
prettiger
de
steile
stukken
te
lopen;
minder
vermoeiend.
Mijn
conditie
gaat
met
sprongen
vooruit
en
we
lopen
zo’n
5
km.
omhoog
tussen
de 8
en
12%.
Er
springt
een
ree
vlak
voor
mijn
neus
uit
het
bos
over
de
weg
en
vlucht
dwars
door
een
maïsveld.
We
schrikken
allebei
van
elkaar.
Het
weer
is
ronduit
slecht.
Totaal
verzopen
arriveren
we
in
de
stromende
regen
in
Rocamadour,
dat
we
graag
willen
bekijken
vanmiddag.
We
willen
graag,
maar
bij
de
camping
is
een
hostel
waar
we
voor
weinig
geld
een
kamer
kunnen
krijgen.
Alle
spullen
kunnen
drogen
en
we
wassen
kleren.
Tegen
vijf
uur
lopen
we
enkele
kilometers
naar
het
bijzondere
Rocamadour
dat
tegen
de
rotsen
aangebouwd
is.
Over
de
trappen
en
door
de
straatjes
stroomt
het
regenwater.
_small.jpg)
_small.jpg)
Zondag
20
juni.
Half
bewolkt.
12-18
graden.
KOUD
!!
Rocamadour
–
Hôpital
St.Jean.
10e
fietsdag.
31
km.
Totaal
581
km.
De
zon
schijnt,
maar
het
was
vannacht
5
graden!!
De
voorspelling
in
de
krant
voor
vandaag
zegt
dat
het
niet
warmer
dan
13
graden
wordt.
Dat
klopt
aardig
maar
in
de
zon
valt
het
nog
mee
af
en
toe.
Een
snerpende
ijskoude
wind
komt
uit
het
noordwesten.
Ook
meldt
deze
Franse
krant
op
de
voorpagina
dat
Frankrijk
in
depressie
is.
Dit
vanwege
de
crisis,
het
voetbal
(ze
hebben
verloren
van
Mexico
en
moeten
naar
huis)
en
het
koude
weer.
Het
schijnt
de
koudste
en
natste
juni
sinds
tientallen
jaren
te
zijn,
tot
nu
toe.
Ik
heb
niet
echt
warme
kleren
bij
me
omdat
ik
dit
natuurlijk
niet
had
verwacht.
Omdat
de
omgeving
hier
zo
prachtig
is
en
in
Noord
Frankrijk
minder
mooi,
besluiten
we
hier
heel
rustig
te
fietsen.
Kalm
aan
en
in
elk
dorpje
rondkijkend,
komen
we
vandaag
ook
niet
verder
dan
31
km,
waarvan
toch
zeker
12
km
geklommen.
We
steken
de
Dordogne
over
en
rijden
langs
vele
boomgaarden
met
walnotenbomen.
In
de
bossen
groeien
ook
veel
buxusstruiken.
Onderweg
bekijken
we
het
dorpje
Martel.
Heel
authentiek
en
mooi
onderhouden.
Eten
een
salade
net
als
de
zon
er
even
doorkomt,
op
het
terras.
Wel
met
truien
en
jassen
aan!
We
stoppen
bij
een
kleine
boerderijcamping,
waar
we
de
enige
kampeerders
zijn.
De
mevrouw
maakt
zich
zorgen
omdat
het
zo
koud
is.
We
mogen
in
een
huisje
zitten
waar
we
kunnen
koken
en
lezen.
Er
is
een
prachtig
uitzicht,
kilometers
ver.
_small.jpg)
_small.jpg)
Maandag
21
juni.
Half
bewolkt.
13 –
18
graden.
Hôpital
St.Jean
–
St.Germain
les
Vergnes.
11e
fietsdag.
60
km.
Totaal
641.
Gisteravond
voor
het
slapen
flink
gelopen
om
warm
te
worden.
Half
tien
slapen.
Het
zal
weer
5
graden
worden
vannacht.
Voor
het
eerst
is
de
tent
droog
bij
het
opstaan.
Vlak
naast
de
tent
roept
een
koekoek.
Wat
een
hard
geluid
is
dat!
De
zon
schijnt
af
en
toe
maar
de
wind
is
nog
steeds
ijskoud.
We
fietsen
naar
Turenne,
dat
we
helemaal
“beklimmen”.
Het
oude
dorp
ligt
op
een
steile,
puntige
berg.
Het
kasteel
op
de
top
zijn
ze
aan
het
renoveren.
Ooit
liet
Elisabeth
van
Nassau
(dochter
van
Willem
van
Oranje)
er
een
kerkje
bouwen
dat
er
nog
prachtig
bij
staat.
Tijdens
de
koffie
op
een
terrasje
arriveert
een
stel
op
de
fiets
dat
dezelfde
route
‘doet’.
(zij
zijn
echter
uit
Nederland
vertrokken
half
april
naar
Santiago
de
Compostella,
dus
weer
onderweg
naar
huis
en
hebben
al
3500
km
achter
de
rug).
We
zullen
ze
nog
enkele
keren
tegenkomen
onderweg.
In
de
middag
komen
we
dwars
door
Brive.
Helaas
nemen
we
de
verkeerde
weg
de
stad
uit
en
rijden
een
enorm
steile,
grote
weg
die
ook
nog
enkele
kilometers
óm
is.
Jammer
van
de
verspilde
energie.
In
Donzenac
den
we
boodschappen.
Dan
gaat
het
door
tamelijk
donkere
bossen
langs
een
woest
stromende
beek
verder.
Veel
klimmen.
Uiteindelijk
arriveren
we
bij
St.
Germain
les
Vergnes,
waar
volgend
ons
boekje
2
campings
moeten
zijn,
maar
die
we
niet
vinden,
ondanks
vragen.
Mijn
spieren
doen
het
niet
meer.
Ben
doodop.
Theo
heeft
nergens
last
van
gelukkig.
Vijf
kilometer
verder
is
een
Chambre
d’Hôte
waar
we
terecht
kunnen,
na
een
telefoontje
en
waar
we
uiteindelijk
om
half
negen
aankomen.
We
mogen
er
koken
in
een
prachtige
keuken
met
alle
voorzieningen.
_small.jpg)
_small.jpg)
_small.jpg)
Dinsdag
22
juni.
ZON
!!
20
graden.
St.Germain
les
Vergnes
–
Masseret.
12e
fietsdag
50
km.
Totaal
691
km.
Het
is
een
oud
en
heel
bijzonder
huis
waar
we
de
nacht
doorbrengen
met
een
Engelse
gastheer
en
een
Franse
gastvrouw.
We
ontbijten
met
andere
gasten
en
vertrekken
op
tijd.
De
zon
schijnt
volop
!!
Eindelijk
strak
blauwe
lucht,
zoals
het
‘hoort’
in
Frankrijk.
Weer
over
de
landelijke,
smalle
boerenweggetjes
rijden
we.
De
notenbomen
zijn
verdwenen
en
hebben
plaats
gemaakt
voor
weilanden
vol
met
mooie
bruine
koeien.
Ze
staan
er
samen
met
hun
kalfjes
die
bij
de
moeder
kunnen
drinken.
We
komen,
na
een
schitterende
gravelweg
langs
de
rivier
de
Vézère,
in
Uzerche.
Een
kleine
stad
met
huizen
uit
de
12e
eeuw.
We
ontmoeten
er
een
charmante
Franse
leraar
waar
we
een
praatje
mee
maken
en
bekijken
uitgebreid
het
stadje.
Het
lijkt
wel
of
álle
boeren
met
hun
tractor
aan
het
hooi
maaien
en
keren
zijn.
We
zien
er
tientallen.
Overal
geurt
het
naar
pas
gemaaid
gras.
Ook
bij
de
gewone
huizen
lijkt
het
gras
maaien
een
nationale
hobby
of
status
symbool.
De
hele
dag
horen
we
maaimachines
en
heggenknippers.
Helaas
zijn
de
huizen
in
dit
gebied
een
beetje
saai.
De
rode
en
blauwe
luiken
zijn
verdwenen.
Alles
is
bruin.
Af
en
toe
passeren
we
wel
prachtige
oude
landhuizen
en
kleine
of
grotere
kastelen.
Om
18
uur
zoeken
we
een
camping
die
we
vinden
bij
Masseret
(ten
zuidoosten
van
Limoge)
aan
een
meertje.
Grote
camping
waar
we
de
enige
bezoekers
zijn…
_small.jpg)
_small.jpg)
_small.jpg)
Woensdag
23
juni.
Masseret
–
St.
Leonard
de
Noblet.
13e
fietsdag.
55
km.
Totaal
746
km.
Gisteravond
nog
een
wandeling
rond
het
meer
gemaakt.
Het
is
raar
om
op
zo’n
enorme
camping
alleen
te
zijn.
’s
Nachts
is
het
heel
erg
koud.
Omdat
er
de
komende
40
km
geen
voorzieningen
meer
zijn,
rijden
we
eerst
naar
het
dorp
Masseret
om
boodschappen
te
doen.
Helaas
ligt
het
dorp
weer
eens
hoog
en
moeten
we
twee
kilometer
steil
omhoog
lopen
met
de
zware
fiets.
Goed
balen
als
het
brood
ook
nog
uitverkocht
is,
om
half
elf
al
!!
Dit
dorp
en
de
camping
liggen
niet
aan
onze
route
en
we
moesten
dus
een
omweg
maken
om
er
te
komen.
Het
is
lastig
om
nu
de
route
weer
terug
te
vinden.
Uitgestorven
dorpjes
zonder
mensen.
Het
is
triest
om
te
zien,
veel
huizen
met
de
luiken
dicht
en
soms
al
half
inelkaar
gezakt.
Het
enige
dat
daar
nog
groeit,
is
de
begraafplaats!
Soms
zijn
het
prachtige
verstilde
dorpjes.
Hoe
moet
dat
hier
nu
verder??
Uiteindelijk
vinden
we
route
en
vervolgend
we
de
prachtige
tocht.
Het
is
weer
volop
genieten
van
de
natuur,
de
vogels,
koeien
en
boerderijen.
Overal
die
lieve
ogen
van
de
mooie
Limousin
koeien.
Zoals
bijna
elke
dag,
twee
keer
uitgebreid
picknicken.
Dit
keer
helaas
met
van
dat
akelig
smakende
fabrieksbrood
maar
ook
heerlijke
druiven
en
yoghurt.
Het
is
de
hele
dag
mooi
weer.
Strak
blauwe
lucht
met
een
lekkere
frisse
wind.
Die
wind
hebben
we
overigens
al
een
hele
week
tégen,
dat
dan
weer
wel.
Langs
de
weg,
in
een
weiland
staat
een
dolmen
op
een
mooie
plek
met
een
schitterend
uitzicht.
Om
zes
uur
komen
we,
na
een
heerlijk
lange
afdaling,
in
het
oude
stadje
St.
Leonard
de
Noblet.
Wat
een
mooie
naam
voor
een
beetje
verwaarloosd
stadje
met
een
bijzondere
kerk.
Een
prachtige
camping
aan
de
rivier
de
Vienne
op
een
plek
waar
een
stroomversnelling
is,
dus
continue
het
geraas
van
water.
’s
Avonds
eten
we
in
de
stad.
Het
is
ruim
twee
kilometer
bergopwaarts
lopen.
Ook
weer
totaal
uitgestorven.
Iedereen
zit
binnen,
ondanks
het
mooie
weer.
De
pizzaboer
is
alleen
en
heeft
veel
bestellingen
die
hij
moet
bezorgen.
We
moeten
anderhalf
uur
wachten
als
we
een
pizza
willen,
zegt
hij.
Arme
jongen,
zo
verliest
hij
klanten
en
ook
nog
een
pizza
zo
te
ruiken
en
te
zien
aan
een
blauwe
walm
die
uit
de
oven
komt.
Het
volgende
restaurant
is
dicht.
Uiteindelijk
vinden
we
een
poep
chique
ding,
waar
we
overigens
heerlijk
eten.
We
lopen
nog
nét
voor
het
donker
terug
naar
de
tent.
_small.jpg)
_small.jpg)
Donderdag
24
juni.
ZON.
25
graden.
St.Leonard
de
Noblet.
Rustdag.
Een
prima
camping,
een
rustige
grote
plek
en
heerlijk
weer.
Tijd
voor
een
dag
rust.
Uitslapen,
rustig
ontbijten,
lezen,
een
wasje,
liggen
en
uitrusten.
De
twee
andere
fietsende
stellen
die
we
gisteravond
zagen,
zijn
al
weg
als
we
om
half
tien
opstaan.
Er
is
een
brutaal
goudvinkje
dat
op
de
tent
gaat
zitten
en
later
op
ons
kampeerstoeltje.
We
kunnen
hem
zo
aanraken.
Luid
zingend
naar
een
ander
goudvinkje
dat
antwoord,
maar
zich
niet
laat
zien.
Diverse
keren
komt
het
vrijmoedige
vogeltje
vlak
bij
ons
om
te
bedelen.
Er
zijn
ondertussen
nieuwe
fietsers
aangekomen
op
de
camping.
Een
Duitse
jongen
die
van
Gibraltar
naar
de
Noordkaap
fietst
en
een
stel
dat
van
Maastricht
naar
de
Pyreneeën
onderweg
is.
Aan
het
eind
van
de
dag
fietsen
we
naar
het
stadje
om
boodschappen
te
doen.
We
zijn
nogal
laat
en
de
supermarktjes
zijn
al
dicht.
Da’s
nou
jammer.
Alles
is
op.
Gelukkig
is
er
net
vanavond
bij
de
brug
een
marktje
met
kraampjes
vol
producten
van
locale
boeren.
We
kopen
er
echte
spinazie,
eieren,
echte
boter,
kaas,
jam
en
rabarberkoeken.
Alles
zelf
gemaakt
of
verbouwd.
Heerlijk.
_small.jpg)
_small.jpg)
Vrijdag
25
juni.
ZON
28
graden.
St.Leonard
de
Noblat
–
BénéventL’Abbaye.
55
km.
Totaal
801
km.
Als
we
vertrokken
zijn
en
de
klim
naar
het
stadje
achter
de
rug
hebben,
zien
we
dat
onze
indruk
van
woensdagavond
(verwaarloosd
en
uitgestorven)
helemaal
niet
juist
is.
We
komen
nu
via
een
andere
weg
binnen
en
het
is
prachtig
en
levendig.
Een
middeleeuws
straten
patroon,
een
mega
grote
kerk
helemaal
van
graniet
met
een
toren
van
53
m.
hoog
en
gezellige,
ouderwetse
winkeltjes.
We
doen
boodschappen
en
drinken
koffie
op
het
terras.
Het
is
warm,
zo’n
28-29
graden.
We
fietsen
weer
verder
onder
de
warme
zon
langs
de
weilanden,
graanvelden,
door
bossen,
langs
riviertjes
en
over
mooie
stenen
bruggetjes.
Geen
stukje
rechte
weg.
Alsmaar
klimmen
en
dalen.
Af
en
toe
komen
we “pelgrims”
tegen,
die
de
route
naar
Santiago
lopen
of
fietsen.
Altijd
groeten
we
elkaar
en
soms
stoppen
we
voor
een
praatje.
Vandaag
hebben
we
voor
de
picknick
lunch
lekkere
quiche
bij
de
bakker
gekocht
en
een
meloen.
Een
auto
stopt
vlak
bij
ons
en
een
man
met
lieslaarzen
en
een
hengel
gaat
“vliegvissen”
in
de
ondiepe
rivier.
Het
valt
ons
op
dat
er
steeds
meer
Fransen
Engels
praten
en
we
ontmoeten
eigenlijk
alleen
maar
zeer
vriendelijke,
gastvrije
mensen.
Als
we
b.v.
onze
waterflessen
willen
vullen
of
de
weg
vragen.
Bij
een
restaurant
staat
een
bord:
“We
try
to
speak
English”.
Om
half
acht
vinden
we
het
welletjes,
maar
er
is
geen
camping
in
de
buurt.
Een
leuk
hotelletje
is
helaas
vol,
maar
een
man
spreekt
ons
aan
en
zegt
dat
we
in
zijn
‘refuge’
kunnen
overnachten.
Het
is
een
onderkomen
voor
pelgrims.
Een
huisje
in
het
dorp
(Bénévent
l’Abbaye)
waar
boven
bedden
staan
waar
je
met
je
eigen
slaapzak
op
kan
slapen,
een
douche
en
een
keuken.
We
koken
bieten
en
aardappelen.
De
groente
is
hier
heel
lekker.
Gister
op
de
markt
kochten
we
spinazie
die
al
zo
lekker
was
en
deze
bieten
zijn
overheerlijk!!
’s
Avonds
praten
we
wat
met
een
Spaans/Frans
stel
dat
aan
het
oefenen
is
om
met
een
rugzak
te
lopen
en
nog
maar
één
dag
onderweg
is.
_small.jpg)
_small.jpg)
_small.jpg)
_small.jpg) _small.jpg)
Zaterdag
26
juni.
ZON
30
graden.
Bénévent
l’Abbaye
–
Crozant.
55
km.
Totaal
856
km.
Na
nog
wat
discussiëren
met
het
Spaans/Franse
stel
over
de
crisis,
toerisme
en
Spanje,
vertrekken
we
van
de
refuge.
In
het
plaatselijke
supermarktje
is
een
internet
mogelijkheid.
Midden
in
de
winkel,
tussen
de
koeling
en
de
chips,
versturen
we
onze
foto’s
en
verhalen.
Als
we
klaar
zijn,
hebben
we
al
weer
zin
in
koffie
en
we
moeten
nog
op
zoek
naar
nieuw
campinggas.
Ach
wat
jammer
eigenlijk
dat
we
weer
verder
moeten.
Het
is
een
gezellig
dorp.
Al
met
al
is
het
al
over
twaalf
uur
als
we
op
het
heetst
van
de
dag
onze
tocht
voortzetten.
Het
is
al
goed
warm,
maar
dat
deert
ons
niet.
Alles
beter
dan
de
regen
en
de
kou
van
vorige
week.
De
lucht
boven
het
asfalt
trilt
in
de
verte
en
plakt
aan
onze
banden.
We
horen
af
en
toe
de
cicaden.
De
heuvels
worden
duidelijk
iets
minder
hoog
en
steil.
Bovendien
dalen
we
nu
meer
dan
we
stijgen.
Helaas
vergissen
we
ons
ergens
in
de
route.
Twee
plaatsjes
die
beide
St.Priest
heten
binnen
een
afstand
van
6
km.
is
verwarrend
bij
het
lezen
van
de
borden.
Het
stadje
le
Souterraine
is
ook
weer
een
bezoek
en
een
terrasje
waard,
met
weer
zo’n
imposante
granieten
kerk
en
een
heel
oude
‘Porte
St.
Jean’,
waar
de
pelgrims
vroeger
door
binnen
kwamen.
Als
we
bij
de
laatste
pauze
bij
een
picknick
tafel
en
een
wasplaats
met
bronwater
zijn,
stoot
Theo
gemeen
hard
zijn
hoofd
tegen
een
balk.
Gelukkig
is
er
koud
water
voorhanden
om
een
kompres
te
maken
en
na
een
half
uurtje
liggen,
gaat
het
wel
weer.
Wel
een
bult
op
het
hoofd.
Het
blijft
maar
een
mooie
weg.
Honderden
ronde
hooirollen
liggen
op
het
land.
Vrolijk
zwaaien
de
boeren
op
hun
trekkers
en
andere
voertuigen
naar
ons.
“Bon
courage”
roepen
ze.
Onderweg
kopen
we
bij
een
stalletje
bosbessen,
jam
en
honing.
Om
zeven
uur
komen
we
aan
op
de
municipal
camping
van
Crozant
aan
de
Creuze.
_small.jpg)
_small.jpg)
_small.jpg)
Zondag
27
juni.
ZON
30-32
graden.
Crozant
– Le
Châtre.
61
km.
Totaal
917
km.
Het
beloofd
weer
een
warme
dag
te
worden.
We
vertrekken
op
tijd
en
fietsen
langs
de
Creuze
en
een
stuwmeer.
Waarom
weten
we
niet,
maar
dit
deel
van
het
stuwmeer
is
erg
laag,
bruin
en
vol
rommel.
We
klimmen
met
moeite
uit
het
dal.
Onze
“koffie
op
terras”
gaat
niet
vandaag.
Geen
café
of
alles
dicht.
Zelf
maken
dus
in
de
berm.
We
fietsen
van
boom
naar
boom
om
schaduw
te
zoeken
als
we
even
stoppen
om
uit
te
blazen.
De
temperatuur
loopt
op
tot
over
de
dertig
graden.
Het
landschap
veranderd
duidelijk.
Al
enige
dagen
zijn
er
geen
platanen
meer,
dat
is
jammer.
De
notenbomen
hebben
plaatsgemaakt
voor
lage
eikenbomen.
Minder
bossen
ook
en
de
bruine
Limousin
koeien
zien
we
nog
maar
sporadisch.
Nu
zijn
er
schapen
en
witte
koeien
in
kleinere
aantallen.
We
komen
door
Neuvy
St.Sépulchre.
Dit
heet
zo
omdat
pelgrims
die
uit
Jeruzalem
kwamen
rond
het
jaar
1000,
daar
de
Grafkerk
(Sépulchre)
uit
Jeruzalem
hebben
nagebouwd.
In
Sarzay
staat
een
kasteel
zoals
een
kasteel
eruit
hoort
te
zien.
De
prins
en
prinses
ontbreken…
In
le
Châtre
zoeken
we
de
camping,
die
we 4
km.
buiten
de
stad
vinden.
Op
de
rekening
staat:
Naam:
Erkelens,
Marianne.
Adres:
Burgemeester….
We
hebben
wel
een
uurtje
nodig
om
bij
te
komen
van
de
tocht
en
de
hitte.
De
douche
is
altijd
een
hoogtepunt
van
de
dag!
’s
Avonds
fietsen
we
nog
weer
naar
het
centrum,
wat
overigens
erg
mooi
is,
waar
Theo
trakteert
op
een
heerlijk
etentje.
Naast
ons
zitten
een
man
en
twee
dames.
De
man
begint
een
praatje
met
ons
en
blijkt
Nederland
wel
te
kennen
door
vrienden
die
in
Hillegom
wonen.
Hij
was
onderwijzer
en
al
met
55
jaar
met
pensioen.
Nu
is
dat
naar
60
jaar
gegaan
en
zijn
er
in
Frankrijk
stakingen
omdat
de
regering
voornemens
is
de
pensioenleeftijd
naar
62
te
verschuiven.
Hij
heeft
een
website:
http://oullie.e-monsite.com
_small.jpg)
_small.jpg)
_small.jpg)
_small.jpg)
Maandag
28
juni.
ZON
32-33
graden.
Le
Châtre
–
St.Amand
–
Montrond.
62
km.
Totaal
979
km.
Voor
negen
uur
rijden
we
weer
verder.
Het
is
nu
nog
niet
zo
heet.
De
smalle
rustige
wegen
voeren
ons
langs
stille
dorpen
en
mooie
kastelen.
In
Châteaumeillant
vinden
we
eindelijk
een
café
dat
open
is.
Terwijl
we
koffie
drinken
komt
een
man
op
zo’n
Frans
fietsje
even
met
ons
praten.
Wij
hebben
van
die
‘idioot
grote’
fietsen.
Hij
woont
in
Rennes
(Bretagne),
is
hier
op
vakantie
en
fietste
vroeger
veel
in
Europa
met
de ‘Franse
fietsclub”.
Het
wordt
weer
flink
heet
en
weinig
wind.
In
Châtelet
vinden
we
een
eenvoudig
restaurant.
We
krijgen
een
tafeltje
toegewezen.
“Manger?”
vraagt
de
mollige
waardin.
“Oui,
s’il
vous
plait”,
zeggen
wij
en
in
plaats
van
de
kaart
krijgen
we
een
minuutje
later,
ongevraagd
de
entrée
voorgezet.
Een
heerlijke
zelfgemaakte
aardappelsalade.
Zodra
we
ons
bord
leeg
hebben,
verschijnt
er
een
soort
karbonade
met
een
plens
aardappelpuree.
Als
laatste
kwam
er
een
kaasplankje
met
wel
12
soorten
kaas
en
een
chocoladepuddinkje.
Dit
alles
voor
11
euro
p.p.
inclusief
wijn!!
We
lezen
er
een
plaatselijke
krant
die
meldt
dat
per
1
juli
de
maximum
snelheid
voor
FIETSERS
in
de
steden
wordt
beperkt
tot
30
km.
per
uur
J .
Tevens
lezen
we
dat
de
het
de
hele
week
30
tot
33
graden
blijft.
Rolrond
klimmen
we
weer
op
de
fiets.
Het
ruikt
af
en
toe
nog
naar
hooi,
maar
bijna
alle
boeren
zijn
klaar.
Bloedhete
lucht
golft
op
uit
het
asfalt
en
we
ruiken
het
natte
teer.
Rond
vier
uur
steken
we
de
Cher
over
bij
het
stadje
St.
Amand
–
Montrond.
Als
we
nog
even
een
verkoelend
drankje
halen
in
een
café,
zien
we
dat
Nederland
gaat
winnen
van
Tsjecho-Slowakije.
Prima
camping
(alweer
een
municipal)
ligt
tussen
de
Cher
en
het
Canal
du
Berry.
Wel
veel
muggen!
_small.jpg)
_small.jpg)
_small.jpg)
Dinsdag
29
juni.
ZON
30
graden
St.
Amand-Montrond
–
Névers.
78
km.
Totaal
1057
km.
Lek
geprikt
door
de
muggen
vertrekken
we
vroeg.
In
het
stadje
St.Amand
doen
we
de
gebruikelijke
boodschappen
en
koffie
op
terras.
Als
we
daar
zitten
met
een
heerlijke
croissant,
zien
we
aan
de
overkant
een
“cyberspace”
café,
een
internetcafé
dus.
We
hebben
net
weer
vier
verhalen
en
foto’s
klaar,
dus
duiken
we
het
donkere
hol
binnen.
Ook
heel
wat
mailtjes
beantwoorden.
Over
elven
vertrekken
we
uiteindelijk.
Het
wordt
een
dag
langs
veel
oude
oude
kanalen,
rivieren,
niet
meer
in
gebruik
zijnde
sluisjes,
over
en
onder
bruggen.
Het
is
minder
heet
als
gister,
toch
nog
wel
29/30
graden
en
de
eerste
dag
waarop
we
vlakke
stukken
fietsen.
Het
schiet
dan
ook
lekker
op.
We
besluiten
door
te
fietsen
naar
Névers.
Natuurlijk
nog
wel
af
en
toe
dorpjes
bekijken.
Eén
dorp,
ook
weer
doodstil,
met
antieke
scheefgezakte
auto’s
en
leegstaande,
prachtige
huizen.
Bijna
bouwvallen,
maar
toch
erg
mooi.
Na
21
km.
drinken
we
symbolisch
champagne
uit
onze
bidon:
de
teller
staat
op
1000
km.!
J We
moeten
ongeveer
twee
kilometer
over
een
zeer
drukke
weg.
De
vrachtwagens
denderen
vlak
langs
ons
en
we
worden
door
de
luchtdruk
bijna
de
berm
ingeblazen.
Als
we
afslaan,
waarderen
we
extra
de
rust
en
stilte
van
de
kleine
wegen
en
horen
de
vogels
weer.
Vóór
Nevers
komen
we
door
een
oud
poppig
dorpje.
Met
zegt
één
van
de
mooiste
van
Frankrijk.
We
willen
wel
blijven,
maar
vinden
geen
onderdag.
We
mogen
wel
onze
tent
opzetten
achter
de
kerk,
maar
dat
blijkt
een
parkeerterrein
in
de
brandende
zon
op
zand,
dus
dat
is
geen
optie.
Het
is
nog
20
km.
naar
Névers
langs
de
Cère
en
over
een
aquaduct.
Het
Canal
du
Berry
wordt
hier
over
de
mooie
brede
Cère
geleid.
Even
verder
komt
de
Cère
in
de
Loire.
Oorverdovend
kabaal
maakt
al
dat
water.
Half
negen
komen
we
aan
op
de
camping
even
ten
zuiden
van
Névers.
We
staan
op
de
oever
van
de
Loire
en
zien
aan
de
overkant
de
kathedraal
en
mooie
huizen
van
Névers
bij
zonsondergang.
_small.jpg)
_small.jpg)
_small.jpg)
_small.jpg)
_small.jpg)
Woensdag
30
juni.
ZON
32
graden.
Névers
–
Avallon
(trein)
–
Vézelay
(fiets)
25
km.
Totaal
1082
km.
We
hoeven
dus
alleen
de
lange
brug
over
de
Loire
over
te
steken
om
direct
de
stad
in
te
rijden.
Het
wordt
wat
afgezaagd
misschien,
maar
ook
dit
is
weer
een
mooie
stad.
Grote
kathedraal
en
prachtige
oude
huizen.
Wat
bij
ons
als
“oude
troep”
wordt
bestempeld,
zoals
afgebladderde
deuren
en
kozijnen,
scheuren
in
de
muren
en
kapotte
dakpannen,
is
hier
idyllisch,
authentiek
en
pure
romantiek.
Névers
is
ook
het
eindpunt
van
deel
II
van
onze
route
(eigenlijk
van
deel
I
omdat
de
route
is
geschreven
voor
fietsen
van
noord
naar
zuid).
We
hebben
nog
ruim
700
km
te
gaan
tot
Maastricht.
We
hebben
nog
9
dagen
en
willen
nog
naar
vrienden
bij
Roermond
en
nog
één
dag
rust.
Dát
gaan
we
dus
niet
halen.
We
besluiten
vandaag
een
stukje
met
de
trein
te
gaan
richting
Vézelay.
De
trein
gaat
tot
Avallon,
de
rest
fietsen
we.
Helaas
zullen
we
later
nog
een
keer
met
de
trein
moeten
gaan.
De
burgerlijke
ongehoorzaamheid
van
Theo
op
het
station,
die
twee
keer
de
rails
oversteekt
met
de
fiets
wat
natuurlijk
niet
mag
(mijn
fiets
hebben
we
al
met
veel
moeite
de
trappen
af
en
op
gesjouwd
en
de
trein
stond
al
klaar!!),
leidde
tot
een
zeer
boze
perronchef
(bij
ons
een
uitgestorven
beroep)
die
ons
tot
in
de
trein
achterna
liep.
Schreeuwend
wilde
hij
ons
met
fiets
en
al
weer
uit
de
trein
sleuren
om
ons
aan
te
geven
bij
de
politie.
Regelmatig
wees
hij
op
zijn
smetteloze
witte
pet
die
hem
kennelijk
de
status
gaf
om
ons
op
de
bon
te
slingeren.
Door
de
zeer
vriendelijke
conducteur
die
de
trein
wilde
laten
vertrekken
en
die
het
alle
drukte
duidelijk
niet
waard
vond,
liep
het
met
een
sisser
af,
maar
o,
wat
ging
die
witte
pet
tekeer!!
Een
heerlijk
uurtje
in
de
airco-koelte
van
de
trein
later,
moeten
we
overstappen
op
een
klein
stationnetje
waar
we
gewoon
LEGAAL
over
de
rails
mogen
wandelen
met
de
fiets
omdat
er
geen
over-
of
onderdoorgang
is…
Vervolgens
boemelen
met
een
klein
treinstel
2
uur
verder.
Het
is
leuk
om
op
deze
manier
door
het
landschap
te
rijden.
De
machinist
zit
achter
glas
en
daardoor
kan
je
alle
kanten
op
kijken.
Langzaam
tjoekt
de
diesel
naar
boven
en
vrolijk
gedeng-gedengt
hij
snel
heuvelafwaarts.
Ook
Avallon
blijkt
een
verrassend
mooi
stadje!
We
wanen
ons
(afgezien
van
de
eeuwige,
ontelbare,
stinkende
auto’s)
weer
honderden
jaren
terug
in
de
tijd.
Na
een
salade
en
gegratineerde
aubergines,
zwoegen
we
bergopwaarts
richting
Vézelay.
Het
is
maar
22
km,
maar
het
is
peentjes
zweten,
zo
steil.
Hoewel
de
zon
al
laag
staat,
het
is
al
acht
uur,
is
het
nog
steeds
30
graden.
Eén
km.
ten
zuiden
van
Vézelay
zetten
we
de
tent
op,
op
een
leuke
kleine
camping
met
een
schitterend
uitzicht.
Volop
Nederlanders
met
hun
verhalen.
We
merken
dat
het
hoogseizoen
op
gang
komt.
Ontelbare
sterren
en
één
vallende,
zie
ik
als
ik
plat
op
mijn
rug
naar
de
hemel
kijk.
Een
tjilpende
cicade
en
de
zwoele
temperatuur,
maakt
het
echte
Franse
gevoel
compleet.
’s
Nachts
zonder
lamp
naar
het
toilet
want
de
maan
maakt
zelfs
schaduwen
op
de
grond.
_small.jpg)
_small.jpg)
_small.jpg)
_small.jpg)
_small.jpg)
Donderdag
1
juli.
ZON
33
graden.
Rustdag.
Erg
heet
vandaag.
De
gebruikelijke
dingen
zoals
kleren
wassen,
lezen,
route
plannen
voor
de
laatste
week
en
even
naar
Vézelay.
Wel
mooi,
maar
zeer
toeristisch.
_small.jpg)
_small.jpg)
Vrijdag
2
juli.
ZON
36
graden.
Vézelay
–
Auxerre
60
km.
Totaal
1142.
Half
acht
rijden
we
weg.
Het
is
dan
nog
niet
zo
warm!
Bovendien
maakt
de
dan
nog
laag
staande
zon
prachtig
strijklicht
over
het
mooie
landschap.
De
weg
slingert
eerst
over
heuvels
met
graan
en
bossen.
Daarna
komen
we
in
het
dal
van
de
Yonne.
Een
ingewikkeld
systeem
van
kanalen,
Canal
du
Nivernais
en
sluizen,
dat
begin
1800
is
aangelegd.
Door
de
komst
van
de
spoorwegen
is
het
kanalensysteem
al
honderd
jaar
niet
meer
in
gebruik.
Bij
de
sluizen
staan
allemaal
antieke
huisjes
waar
vroeger
de
sluiswachters
woonden.
Zijn
de
sluizen
van
het
Canal
du
Berry
helemaal
verpauperd,
hier
worden
ze
tegenwoordig
gebruikt
voor
de
pleziervaart.
Veel
van
de
woninkjes
zijn
weer
bewoond
en
van
het
oude
jaagpad
is
een
fietspad
gemaakt.
Bij
Vincelles
(15
km
voor
onze
bestemming
Auxerre)
poeffff!
De
achterband
van
Theo
is
leeg.
De
eerste
lekke
band
deze
vakantie.
Een
fiks
gat
in
de
buiten
en
binnenband.
Na
de
reparatie,
5 km
verder
weer
de
zelfde
band
op
de
zelfde
plek
piieuw!!
Een
nog
groter
gat!
Nu
wordt
het
lastig.
De
buitenband
wordt
verstevigd
aan
de
buiten
en
binnenkant.
Als
we
Auxerre
maar
halen.
Daar
is
een
fietswinkel.
Helaas
begeeft
de
band
het
al
gauw
weer.
Er
komt
een
man
met
kleindochter
langs
op
de
fiets
en
vraagt
of
we
problemen
hebben.
Als
we
het
uitleggen,
erg
moeilijk
is
dat
niet
want
de
fiets
staat
op
de
kop
…legt
hij
uit
waar
de
fietsenmaker
is
en
rijdt
verder.
Een
minuut
later,
keert
hij
terug
en
zegt
dat
hij
een
van
ons
met
zijn
auto,
die
twee
km
verder
op
staat,
naar
Auxerre
kan
rijden,
om
een
band
te
kopen
en
terug
kan
brengen.
Super
vriendelijk
maar
weer.
Ik
ga
dus
mee
en
Theo
blijft
achter
bij
zijn
fiets
en
bagage.
Ik
fiets
met
hem
en
zijn
kleindochter
naar
zijn
auto
en
in
Auxerre
koop
ik
een
nieuwe
band.
Veel
keuze
is
er
niet,
de
meeste
zijn
26
inch.
Gelukkig
is
er
een
van
28
inch
bij,
weliswaar
een
band
met
veel
profiel
voor
een
mountainbike,
maar
zo
zijn
we
binnen
anderhalf
uur
uit
de
brand
en
rijden
we
verder.
Het
is
schroeiend
heet.
Een
temperatuurmeter
in
de
schaduw
geeft
36
graden
aan!
Om
half
vijf
komen
we
aan
de
op
de
camping,
waar
we
na
het
douchen,
in
de
kantine
nog
net
het
laatste
half
uur
Nederland
tegen
Brazilië
kunnen
zien
dat
Nederland
zo
verrassend
wint.
We
zetten
die
avond
om
19.00
uur
pas
de
tent
op
vanwege
de
hitte.
_small.jpg)
_small.jpg)
_small.jpg)
_small.jpg)
Zaterdag
3
juli.
ZON
30
graden.
Auxerre
–
Troyes.
93
km.
Totaal
1235
km.
Ook
vandaag
gaat
de
wekker
om 6
uur
en
als
we
om
half
elf
aan
de
gebruikelijke
“café
au
lait”
zitten,
hebben
we
er
al
ruim
35
km
op
zitten
ondanks
wat
pittig
klimwerk
om
uit
het
dal
te
komen.
Verder
gaat
de
tocht
over
smalle
landwegen
door
golvende
graanvelden.
Het
hooien
is
klaar,
nu
zijn
de
boeren
het
graan
aan
het
oogsten.
Druk
tractorverkeer
en
enorme
combines
met
zandwolken
achter
zich
aan
op
het
veld.
Ook
komen
er
nu,
na
lange
tijd,
weer
druivenakkers.
Het
is
hier
het
gebied
van
de
Chablis
wijn.
We
steken
het
riviertje
de
Armancon
over
en
zien
dat
het
water
helder
en
schoon
is.
Er
is
een
mooie
oever
om
te
water
te
gaan,
dus
we
gaan
even
zwemmen.
Nou
ja,
zwemmen.
. .
.
het
is
meer
liggen
want
het
water
is
knie
diep
en
de
stroming
flink.
Met
handen
en
voeten
je
schrap
zetten
dus
en
het
koele
water
heerlijk
langs
je
heen
laten
stromen.
We
gaan
nog
net
geen
dammetjes
bouwen,
maar
daar
is
het
een
prima
riviertje
voor.
Twee
vliegvissers
met
hun
lieslaarzen
komen
net
terug
onder
de
mooie
brug
door
om
weer
naar
hun
auto
te
lopen.
Heerlijk
opgefrist
gaan
we
weer
verder.
Langs
graansilo’s
van
wel
70
meter
hoog!
De
tractoren
die
het
graan
komen
brengen,
lijken
er
speelgoedauto’s
bij.
Uiteindelijk
komen
we
na
85
km
rijden
aan
op
de
plek
waar
een
camping
zou
zijn.
Het
is
een
veldje
naast
de
jeugdherberg
en
een
drukte
van
belang
want
er
wordt
een
rockavond
gegeven
door
jonge
muzikanten.
Er
is
dus
geen
plaats
en
bovendien
zullen
we
door
de
decibellen
weggeblazen
worden.
We
moeten
dus
nog
12
km.
dwars
door
de
grote
stad
Troyes
rijden
om
naar
een
andere
camping
te
gaan.
Dat
is
geen
straf
want
we
voelen
ons
nog
niet
echt
moe
en
Troyes
blijkt
een
prachtige
stad.
We
besluiten
er
de
volgende
dag
uitgebreid
rond
te
kijken
en
dan
met
de
trein
naar
Châlons
en
Champagne
te
gaan.
Als
we
een
man
de
weg
vragen
naar
het
station,
meldt
hij
eerst
dat
hij
deze
dag
jarig
is!
Hij
is
onvast
ter
been
en
moet
steeds
giechelen.
Hij
heeft
duidelijk
al
diverse
glaasjes
pastis
en
wijn
op
zijn
verjaardag
getoast,
maar
hij
weet
nog
wel
de
weg
naar
het
station.
Graag
wil
hij
nog
meer
vertellen,
zoals
dat
zijn
vriendin
in
Hengelo
woont,
maar
wij
moeten
echt
verder.
Het
is
al
half
negen
en
we
moeten
nog
naar
de
trein
informeren,
de
camping
zoeken
en
eten!
Het
lukt
allemaal
en
even
na
tien
uur
zitten
we
aan
de
koffie
bij
ene
Richard
en
Ingrid
die
ook
“onze”
route
fietsen.
_small.jpg)
_small.jpg)
_small.jpg)
Zondag
4
juli.
ZON
28
graden.
Troyes
–
Châlons
en
Champagne.
15
km
fiets.
2
uur
trein.
Totaal
fiets:
1250
km.
Graag
willen
we
Troyes
nog
bekijken,
maar
er
is
eigenlijk
geen
tijd
omdat
we
dan
een
fietsdag
missen.
We
besluiten
toch
de
stad
in
te
gaan
en
dan
met
de
trein
naar
Châtelons
en
Champagne
te
gaan.
Troyes
is
een
bijzondere
stad
met
een
enorme
geschiedenis.
De
Seine
stroomt
erdoor,
maar
is
hier
nog
maar
smal.
In
de
stad
wordt
de
Seine
in
en
patroon
geleid
en
midden
in
de
stad
door
een
vijver
met
fontein.
Troyes
was
al
belangrijk
voor
de
jaartelling
en
werd
in
890
totaal
verwoest
door
de
Noormannen,
in
1540
weer
door
een
grote
brand
en
in
WO 2
opnieuw
platgegooid.
Ondanks
dat
alles,
staan
de
kathedraal
en
de
kerken
in
Renaissance
stijl
nog
protserig
overeind,
zij
het
gerestaureerd.
In
de
binnenstad
smalle
straatjes
met
veel
vakwerkhuizen
in
vele
kleuren,
heel
erg
mooi.
De
trein
naar
Châlons
gaat
maar
één
keer
op
zondag,
om
half
vier.
Het
is
duur
om
met
de
trein
te
reizen
ondanks
dat
de
fietsen
gratis
mee
mogen.
We
betalen
62
euro
voor
2 x
enkele
reis.
Tegen
de
avond
fietsen
we
vanuit
het
station
van
Châlons
naar
de
camping
waar
we
Richard
en
Ingrid
weer
treffen,
die
het
gefietst
hebben.
_small.jpg) 
Maandag
5
juli.
Zon/wolken.
26
gr.
Châlons
en
Champagne
-
Dun-sur-Meuse.
112
km.
Totaal
1362
km.
Deze
dag
hebben
we
een
tocht
van
over
de
100
km
gepland.
Het
weer
is
prima.
Niet
zo
heet,
met
wolkjes.
Eerst
de
stad
uit
en
weer
de
route
volgen.
Het
wordt
weer
een
gouden
dag
!!
We
trappen
als
vanzelf
door
dit
prachtige
land
en
als
we
tegen
half
twaalf
koffie
maken
in
de
berm
(de
dorpjes
hebben
hier
niets,
geen
winkels/geen
cafés)
hebben
we
al
50
km.
afgelegd.
Akelig
zijn
op
een
gegeven
moment
de
aanvallen
van
blinde
steekvliegen
(dazen).
Vooral
tijdens
het
klimmen,
vliegen
er
tientallen
om
ons
heen
en
steken
lelijk.
Gewapend
met
een
handdoek
waar
we
mee
rondzwaaien,
slaan
we
ons
erdoorheen.
Ze
vliegen
best
hard.
Pas
als
we
dalen
en
harder
gaan
dan
22
km.
per
uur,
houden
ze
ons
niet
meer
bij,
maar
bij
elke
stijging
komen
ze
terug.
In
een
dorpje
zijn
mannen
met
de
weg
bezig
en
de
borden
zijn
weg.
Ik
vraag
ze
naar
de
weg
en
ze
wijzen
ons
rechtdoor.
Achteraf
was
dat
verkeerd
en
we
rijden
helaas
zo’n
7
km.
om.
Het
gaat
lekker
en
de
kilometers
vliegen
onder
onze
banden
vandaan.
Hier
in
het
dal
van
de
Andou
en
de
Maas,
vlakbij
Verdun,
zien
we
vele
standbeelden
van
soldaten
(WO
I)
en
andere
herdenkingsbeelden.
Deze
loopgravenoorlog
heeft
vooral
hier
vele
slachtoffers
gemaakt.
Veel
Duitse,
Franse
en
Amerikaanse
begraafplaatsen
(de
grootste
van
Europa)
zijn
hier
te
vinden
(bij
Romagne
s.
Montfaucon).
Vooral
in
het
avondlicht
is
het
weer
prachtig
fietsen
met
de
lage
zon.
Het
licht
voor
warmer
en
we
genieten
enorm
van
de
mooie
uitzichten.
We
zien
het
tentje
van
Richard
en
Ingrid
staan
op
een
camping,
maar
wij
willen
nog
even
verder.
Bij
Dun
sur
Meuse
is
een
camping
die
bevolkt
wordt
door
een
omvangrijke
“Tokkie
familie”.
Tientallen,
zo
niet
honderden
caravans,
partytenten
en
andere
bouwsels.
Een
hoog
bierbuik
en
tatoo
gehalte.
Wc’s
zijn
kapot
en
smerig.
In
de
douches
ligt
rommel
en
zelfs
poep!!
Toch
denken
we
nog
een
aardig
plekje
te
vinden
achterin
aan
het
meertje.
Helaas
treffen
we
na
het
eten
in
een
nabije
Auberge,
vlak
achter
onze
tent
een
groepje
mannen
uit
Roemenië
(of
zo)
de
volumeknop
van
de
radio
in
de
auto
op
maximaal
hebben
staan.
De
muziek
is
wel
gezellig,
maar
de
grond
waarop
onze
slaapmatjes
liggen,
dreunt
ervan.
Een
Belgisch
stel
op
een
tandem
is
onderweg
naar
het
zuiden
met
een
tent
van
10
kilo,
een
tafel
en
stoelen
én
een
hond
!!
Ze
vonden
het
wel
erg
zwaar
fietsen.
_small.jpg)
_small.jpg)
_small.jpg)
Dinsdag
6
juli.
Zon
en
wolken.
25
graden.
Dun-sur-Meuse
–
Lesheret
(B)
88
km.
Totaal
1450
km.
Om
zeven
fietsen
we
de
Tokkie
camping
af.
Kantoor
is
dicht,
dus
we
betalen
niet.
Vinden
we
niet
erg
dit
keer.
De
bakker
is
al
open,
dus
kunnen
we
lekker
maïsbrood
en
amandelcroissants
halen.
Ook
vandaag
een
stevige
tocht
gepland.
Het
is
nog
270
km.
naar
Maastricht
en
we
hebben
nog
drie
dagen
de
tijd.
Vanuit
Montmédy
gaan
we
klimmen
omdat
de
Ardennen
voor
ons
liggen.
Het
is
prachtig
fietsweer.
Zelfs
nog
met
trui
aan
’s
morgens
vroeg.
Na
ruim
1400
km.
Frankrijk,
komen
we
België
binnen.
Het
douanekantoortje
is
tot
bushokje
gedegradeerd
midden
in
een
donker
bos.
We
voelen
direct
een
groot
verschil
tussen
Frankrijk
en
België.
Het
asfalt
is
slecht,
vol
gaten
en
de
auto’s
rijden
keihard
vlak
langs
ons.
Er
wordt
niet
meer
gegroet
en
de
bouwstijl
is
deprimerend
grijs,
lelijk
en
saai.
Gelukkig
veranderd
het
wel
wat
als
we
bijna
bij
onze
bestemming
zijn.
Even
ten
noordoosten
van
Neufchâteau
ligt
een
dorpje
Lescheret
waar
we
een
leuke
camping
vinden.
We
kunnen
mee
eten
en
de
voetbalwedstrijd
zien
van
Nederland
–
Uruguay.
Het
was
weer
een
prachtige,
maar
pittige
dag.
_small.jpg)
_small.jpg)
Woensdag
7
juli.
ZON
29/30
graden.
Leschert
–
Sart
(bij
Vielsalm)
75
km. Totaal
1525
km.
Vandaag
een
dag
van
weinig
anders
dan
fietsen.
Kleine
pauze
in
Bastogne
om
wat
boodschappen
te
doen.
Onder
andere
een
nieuwe
USB
stick.
In
een
internetcafé
in
Auxerre
lieten
we
de
onze
liggen.
Het
is
weer
flink
warm
en
de
zon
brandt
op
ons
vel.
Het
asfalt
is
vaak
in
slechte
staat.
Enorme
gaten,
ribbels
en
bobbels.
We
worden
soms
flink
door
elkaar
gerammeld.
Vooral
bij
afdalingen
is
het
uitkijken
geblazen.
De
hellingen
hier
in
de
Ardennen
zijn
flink,
maar
onze
benen
zijn
inmiddels
behoorlijk
getraind
dus
het
gaat
langzaam
maar
zeker
bergopwaarts
en
zwierend
door
de
bochten
naar
beneden.
Een
paar
kilometer
rijden
we
in
het
dal
van
de
Ourthe.
Door
donkere
dennenbossen
langs
het
kleine
riviertje.
We
zitten
er
nog
een
tijdje
naast.
Vanwege
tijdnood
en
gebrek
aan
treinen
hier,
moeten
we
flink
doortrappen.
We
halen
Sart
(bij
Vielsalm)
na
75
km.
te
moe
om
verder
te
gaan.
Het
is
ook
al
zeven
uur.
We
krijgen
in
de
kantine
een
bord
spaghetti
Bolognese.
_small.jpg)
_small.jpg)
Donderdag
8
juli.
ZON
32
graden.
Sart
–
Eijsden
(Maastricht).
105
km.
Totaal
1630
km.
Ook
vandaag
valt
er
niet
veel
meer
te
melden
dan:
fietsen,
fietsen,
fietsen.
Het
is
erg
heet.
Gelukkig
zijn
de
Ardennen
rijk
aan
bossen,
dus
er
is
veel
schaduw.
Vooral
de
afdaling
langs
het
riviertje
de
Liënne
is
puur
genieten:
bijna
25
kilometer
lang
alleen
maar
langzaam
afdalen.
Helaas
moeten
we
later
nog
een
“bult”
over
van
525
meter
hoog:
6
kilometer
hebben
we
omhoog
gelopen.
De
wegen
zijn
vaak
erg
slecht,
wat
het
omhoog
fietsen
veel
zwaarder
maakt.
De
dorpjes
zijn
niet
de
moeite
waard
om
te
bekijken
op
Oud
Limbourg
na.
Dat
is
nog
heel
authentiek
en
mooi.
We
komen
daar
ook
Egge
tegen,
een
man
uit
Leek
die
onderweg
is
naar
Bordeaux.
Hij
heeft
de
route
alleen
op
zijn
GPS
bij
zich
waar
de
campings
niet
op
staan.
Wij
geven
hem
onze
routeboekjes
die
we
niet
meer
nodig
hebben.
Hij
zal
ze
wel
terug
geven
als
hij
half
augustus
terug
is.
Nieuwe
huizen
worden
veelal
gebouwd
van
grijze
betonblokken
die
aan
de
buitenkant
niet
worden
afgewerkt.
Honderden
huizen
zien
we
waar
een
zwarte
‘bobbelfolie’
isolatiemateriaal
aan
de
buitenkant
tegenaan
getimmerd
is.
Ook
zonder
afwerking.
Vreemd,
lelijk
gezicht.
De
mensen
zijn
meestal
ongeïnteresseerd.
Zou
het
komen
door
de
armoede??
We
proberen
rond
19/20
uur
nog
bij
een
paar
B&B’s
een
kamer
te
vinden,
maar
dat
lukt
niet.
We
racen
de
laatste
35
km.
naar
Eijsden
(net
onder
Maastricht)
in
anderhalf
uur
tijdens
een
mooie
zonsondergang
en
komen
tegen
half
elf,
nog
net
voor
donker,
aan
op
de
camping,
waar
we
ook
nog
soep
maken
en
brood
eten,
want
ergens
eten
is
erbij
ingeschoten.
_small.jpg)
_small.jpg)
_small.jpg)
_small.jpg)
_small.jpg)
9 en
10
juli.
ZON
36
graden.
Eijsden
–
Maastricht
–
Roggel
–
Roermond
–
Emmen
–
Zuidhorn.
60
km.
Totaal
1690
km.
Rustig
aan
vanmorgen.
Als
we
willen
wegrijden,
vraagt
de
overbuurvrouw
op
de
camping
of
we
nog
een
kopje
koffie
willen
voordat
we
gaan.,
Gezellig
natuurlijk.
Een
lief
echtpaar
van
eind
zeventig
met
een
kleine
caravan.
Daarna
nog
even
in
de
heerlijke
airco-koelte
van
de
camping
receptie
om
te
internetten.
Het
is
niet
leuk
meer,
zo
heet
is
het
buiten.
Dan
beginnen
we
aan
de
laatste
10
km.
van
de
route:
naar
Maastricht.
Na
een
lunch
aan
de
Maas
op
een
terras,
nemen
we
de
trein
naar
Roermond.
Eind
van
de
middag
hebben
we
afgesproken
met
Ed
en
Thea,
vrienden
die
we
twee
jaar
geleden
hebben
ontmoet
in
Griekenland.
We
fietsen
het
stuk
van
Roermond
naar
Roggel,
waar
ze
wonen.
We
worden
zoals
gewoonlijk
zeer
hartelijk
ontvangen,
eten
heerlijk
en
hebben
een
gezellige
avond
samen
met
nog
een
ander
bevriend
stel
die
ook
op
de
terugreis
uit
Frankrijk
langs
komen.
De
volgende
dag
fietsen
Ed
en
Thea
met
ons
mee,
terug
naar
Roermond
waar
we
op
de
trein
stappen
naar
Emmen.
Theo
reist
door
naar
Zuidhorn,
samen
met
Gwen
(zijn
dochter).
Aantal
dagen 33
Aantal
kilometers
1690
Fietsdagen 25
Gemiddeld
per
dag 67
Hoogste
snelheid
60
Gemiddelde
snelheid
13,6
Overnachting
hotel/B&B
9
Overnachting
camping
24
Reisdagen
(vlieg,trein,auto)
5
Rustdagen 3
Laagste
temperatuur
5
graden
(’s
nachts)
Hoogste
temperatuur
43
graden
(in
de
zon)
_small.jpg)
|
|
|