|
Frankrijk: Avignon - Pisa
Zondag 2 juli, 30 km.
Rotterdam
vliegveld
6
uur.
De
auto
op
de
parkeerplaats
achtergelaten
zodat
Marloes
die
kan
halen.
Rotterdam
is
een
verademing
vergeleken
met
Schiphol.
Rustig,
vriendelijk.
De
dozen
met
de
fietsen
erin
worden
netjes
opgehaald.
We
vertrekken
om
7.35
en
komen
aan
om
9.15
in
Hyeres
(bij
Toulon),
zuid
Frankrijk.
De
dozen
lijken
redelijk
netjes
aangekomen,
maar
toch
is
mijn
lamp
kapot.
We
monteren
de
fietsen
op
het
vliegveld
en
om
11
uur
fietsen
we
naar
Toulon.
Theo
was
nog
niet
eerder
in
Frankrijk
en
schrok
van
het
lawaai
van
de
cicaden.
Ook
het
fietsen
met
de
bagage
moet
wennen.
Het
wiebelt
en
het
is
zwaar.
De
tocht
naar
Toulon
is
niet
mooi
en
het
is
warm.
De
trein
waar
de
fietsen
mee
mogen
naar
Avignon
vertrekt
pas
om 8
uur
s’avonds.
Dat
is
een
tegenvaller,
dus
brengen
we
onze
tijd
door
in
een
park
en
op
een
terras.
De
fietsen
mogen
gratis
mee.
In
het
donker
arriveren
we
in
Avignon.
We
hebben
van
te
voren
een
hotelletje
geregeld,
maar
dit
blijkt
op
het
industrieterrein
te
zijn.
Al
zoekend,
rijden
we
door
een
lugubere
wijk
waar
schijnbaar
alleen
immigranten
wonen.
Zelfs
dames
in
burka’s
lopen
hier,
natuurlijk
onder
begeleiding.
We
worden
aangehouden
door
politie
in
burger,
die
ons
vraagt
wat
we
daar
doen
zo
laat
in
het
donker
in
onze
korte
broek
op
een
fiets..
Ze
zeggen
dat
het
hier
erg
gevaarlijk
is.
We
leggen
uit
dat
we
het
hotel
zoeken
en
de
heren
rijden
netjes
naast
ons
verder
en
wijzen
ons
de
weg.
Keurig
geregeld.
Gesloopt
door
de
reis
en
de
belevenissen,
willen
we
graag
slapen,
maar
het
is
bloedheet
op
het
piepkleine
kamertje.
De
fietsen
mogen
in
een
aparte,
afgesloten
kamer
staan.
Maandag 3 juli, 50 km.
Tijdens
de
vliegreis
moesten
de
banden
half
leeg
gemaakt.
We
hebben
alleen
een
onhandig
klein
pompje
waarmee
de
banden
niet
hard
mee
opgepompt
kunnen.
Op
weg
naar
de
binnenstad
van
Avignon,
komen
we
langs
een
winkel
voor
rolstoelen
e.d.
waar
we
onze
banden
op
mogen
pompen.
Dát
fietst
beter.
Na
een
ontbijtje
en
koffie
in
de
stad,
rijden
we
langzaam
maar
zeker
de
drukt
uit.
Het
wordt
rustiger,
mooier
en
heuvelachtig.
We
moeten
wennen
aan
het
klimmen
en
de
hitte.
We
halen
ons
doel
(Bonnieux)
niet,
maar
vinden
een
leuke,
rustige
camping
in
Maubec.
Heerlijke
avond
met
prachtig
uitzicht.
Dinsdag 4 juli, 55 km.
Vroeg
op
pad.
Schitterende
zonsopgang,
prachtig
landschap.
Via
Bonnieux
naar
Apt.
Deze
Provence
stadjes
zijn
schilderachtig.
Het
is
ruim
32
graden.
De
lavendel
bloeit
en
geurt
heerlijk
!!
Twee
keer
krijgt
Theo
een
lekke
band
door
doornen.
Onderweg
hebben
we
geen
water
meer
en
vragen
bij
een
landhuis
waar
een
Engelse
familie
blijkt
te
wonen
en
we
een
leuk
gesprek
hebben,
om
onze
flessen
te
mogen
vullen.
We
overnachten
op
een
rustige
camping
á la
ferme
vlakbij
Cereste
en
Theo
kijkt
nogmaals
zijn
band
na.
Woensdag 5 juli, 45 km.
Weer
vroeg
vertrokken
vanwege
de
warmte.
Via
de
N100
(waar
een
fietspad
langs
loopt!)
en
later
binnendoor
naar
Villemus.
Een
zware
klim.
Veel
lopen.
Na
de
lunch
(langs
de
kant
stokbrood
smeren
en
koffie
zetten)
dutten
we
even
in.
Wat
is
er
lekkerder
dan
slapen
in
de
open
lucht
?!
Daarna
de
heerlijke
afdaling
van
7
km.
naar
Manosque,
waar
we
uitgebreid
eten
op
een
terras.
We
steken
de
Durance
over
naar
Greoux
les
Bains.
Op
de
brug
krijgt
de
wind
vat
op
de
pet
van
Theo.
Weg
pet.
We
vinden
het
heel
zwaar
om
vanuit
het
dal
weer
naar
boven
te
klauteren
en
moeten
het
laatste
stuk
bijna
helemaal
lopen.
We
halen
ons
doel
weer
niet
vandaag.
Helaas
druk
verkeer
hier.
Camping
in
Creoux
aan
de
Verdon.
Donderdag 6 juli, 35 km.
Na
opbreken
en
opladen
vertrokken
met
dreigende
wolken
en
gerommel.
Via
steile
hellingen
door
de
Gorges
de
Greoux
en
een
prachtig
verstild
stuwmeer
(Lac
de
Esparron)
komen
we
weer
bij
de
Verdon.
Twee
jaar
geleden
was
hier
een
grote
brand
en
de
resten
van
de
bomen
zijn
luguber
zwart.
Enkele
groepen
houthakkers
zijn
aan
het
opruimen.
Ook
zij
zijn
pikzwart….
Hun
motorzagen
brullen.
Zware
stijging
richting
Quinton.
Zwaar
weer
op
komst.
Het
dondert
in
de
verte
en
de
lucht
wordt
zwart.
Gelukkig
krijgen
we
alleen
een
klein
staartje
mee
van
het
onweer.
Om 5
uur
komen
we
aan
op
camping
‘la
domaine
d’enriou’.
Dan
breekt
het
onweer
los
en
wachten
in
een
toiletgebouw
tot
het
droog
wordt,
maar
het
duurt
erg
lang.
We
vragen
een
huisje
te
huur.
Dat
kan.
Een
appartement
met
mooie
blauwe
luiken.
We
eten
op
het
terras
van
de
camping.
Het
is
nu
droog,
maar
flink
afgekoeld.
Vrijdag 7 juli.
We
besluiten
een
dag
te
rusten.
Zaterdag 8 juli 70 km.
Voor dag en dauw vertrokken. Schitterende tocht. Prachtig weer. Via Régusse
naar
Aups,
waar
het
markt
is.
Een
drukte
van
belang.
Heerlijk
om
even
op
een
Provençaalse
markt
te
snuffelen.
Dan
naar
Villecroze
en
Flayosc.
De
kilometers
vliegen
vandaag
onder
onze
banden
weg
en
het
is
iets
minder
zwaar
dan
voorheen.
Schitterende,
kilometers
lange,
dalende
weg
naar
Les
Arcs.
Daar
komen
we
midden
in
een
middeleeuws
feest
bij
een
prachtig
kasteel.
Ook
wij
kunnen
mee
eten.
Middeleeuwse
muzikanten
in
kostuums.
We
vinden
vlak
voor
donker
uiteindelijk
een
nare,
sombere
camping,
maar
hadden
een
heerlijke
dag.
Zondag 9 juli. 25 km.
We
rijden
via
la
Motte,
le
Muy
naar
Rochebrune
s.
l’Argent.
Luxe
camping
met
‘Romeins’
sanitair.
Luie
middag
en
avond.
Maandag 10 juli, 60 km.
Al
vroeg
startklaar,
maar
helaas
heeft
Theo
een
lekke
band.
Dan
de
erg
drukke
weg
naar
Fréjus.
Na
twee
uur
rijden
zijn
we
eindelijk
de
stad
uit
en
langs
de
prachtige
grillige
kust
fietsen
we
verder.
Ook
deze
weg
is
redelijk
druk.
Het
is
nog
steeds
erg
heet
en
we
verbranden
een
beetje.
Tegen
de
avond
vinden
we
met
moeite
een
camping
in
Mandilieu,
vlak
voor
Cannes.
We
ontmoeten
daar
een
fietser
die
op
en
neer
fietst
naar
Rome.
We
nodigen
hem
uit
voor
de
koffie.
Theo
voelt
zich
niet
goed.
Keelpijn
en
koortsig.
Dinsdag 11 juli.
We
willen
graag
vroeg
weg,
maar
de
receptie
gaat
pas
om
half
tien
open!!!
Dus
moeten
we
zitten
wachten
tot
we
er
uit
mogen.
We
rijden
naar
een
voorstad
van
Cannes.
Aangezien
Cannes-Nice
een
aaneenschakeling
is
van
drukte
en
steden
en
Theo
zich
niet
goed
voelt,
besluiten
we
de
trein
te
pakken
naar
Eze
(voorbij
Nice).
Daar
komen
we
tegen
de
middag
aan.
We
zwemmen
en
eten
aan
het
strand.
Tegen
18
uur
beginnen
we
aan
de
klim
naar
boven,
omdat
het
dan
minder
heet
is.
Het
is
een
extreem
steile
klim.
Als
we
net
over
de
helft
zijn,
is
het
al
half
negen
en
wordt
het
donker.
Een
Fransman
neemt
ons
mee
(fietsen
op
het
dak!!)
naar
de
camping,
waar
we
gelukkig
nog
een
pizza
kunnen
bestellen.
We
hebben
op
deze
camping
een
adembenemend
uitzicht
op
de
Middellandse
zee
met
het
schiereiland
Cap
Ferrat.
Woensdag 12 juli, 50 km.
Toch
maar
weer
de
boel
gepakt
en
verder.
Theo
voelt
zich
ziek.
Bij
een
apotheek
halen
we
medicijnen
tegen
keelontsteking.
Mooie
tocht
naar
beneden.
Dan
via
Monaco
–
Menton
(waar
we
een
uurtje
zwemmen)
naar
Italië.
Ventimiglia.
Een
camping
in
Vallicrossa.
Donderdag 13 juli.
Na
een
slapeloze
nacht
vol
flitsen
en
donder
twijfelen
we
of
we
weer
verder
gaan,
maar
we
besluiten
te
blijven
om
te
rusten.
Hopelijk
knap
Theo
wat
op.
We
doen
de
was,
lezen,
zwemmen.
Theo
heeft
koorts
en
hoest
veel.
Ik
krijg
ook
keelpijn…
Vrijdag 14 juli, 60 km.
Slaap
slecht,
toch
vertrokken.
Langs
de
kust
rijden
we.
Het
is
druk,
druk,
druk.
Last
van
uitlaatgassen.
Weer
langs
een
apotheek
om
pillen
tegen
de
koorts,
en
neusdruppels
te
halen.
We
rijden
tot
San
Bartelomeo
el
mare.
De
camping
(ook
dát
nog)
ligt
heel
hoog.
Veel
trappen
op.
Prachtig
uitzicht,
maar
vlak
naast
een
auto-snelweg
met
veel
lawaai.
Ook
nog
veel
muziek
s’nachts,
dus
we
slapen
weer
slecht.
Zaterdag 15, juli 55 km.
Nu
voel
ík
me
slecht
en
Theo
iets
beter.
Toch
vertrekken
we
maar
weer
en
via
Albenga,
wat
we
gaan
bekijken,
naar
Finale
Ligura.
Bij
het
pinnen,
slikt
de
bank
het
pasje
van
Theo
in,
wat
we
dus
moeten
blokkeren.
Weer
ligt
de
camping
boven
op
een
heuvel
en
weer
een
steile
klim
er
naartoe.
We
eten
in
het
dorp
waar
het
erg
druk
is.
Theo
heeft
weer
koorts
die
tijdens
de
nacht
behoorlijk
oploopt.
Zondag 16 juli, 10 km.
Ik
besluit
om
een
dokter
te
gaan
zoeken.
We
voelen
ons
allebei
ziek.
Het
is
zondag,
dus
na
veel
vragen,
vinden
we
een
vrouwelijke
arts.
Helaas
spreekt
ze
geen
woord
Engels
dus
we
moeten
met
gebarentaal
duidelijk
maken
wat
we
mankeren.
We
krijgen
een
recept
voor
pillen,
die
we
bij
een
apotheek
kunnen
halen.
Dan
besluiten
we
per
trein
verder
te
gaan
naar
Luca
om
daar
een
paar
dagen
in
een
hotel
te
gaan
om
hopelijk
op
te
knappen.
Het
gaat
eigenlijk
niet
meer
en
zijn
bang
om
alleen
maar
zieker
te
worden.
De
fietsen
moeten
we
trappen
op
en
af
zeulen.
In
Genua
moeten
we
overstappen
en
weer
de
fietsen
trappen
op
en
trappen
af.
Helemaal
achterin
de
trein
hijsen
we
de
fietsen
in
een
halletje.
Het
is
een
stoptrein
en
we
stoppen
dus
21
keer
voordat
we
in
Viareggio
aankomen.
Daar
wéér
overstappen.
De
trein
zit
propvol
dagjesmensen
die
naar
het
strand
zijn
geweest.
We
kunnen
er
niet
meer
bij
met
de
fietsen.
We
nemen
de
volgende
trein.
Weer
slepen
met
fietsen
en
o,
wat
voelen
we
ons
ziek
en
zielig..
Om
half
acht
komen
we
aan
in
Lucca.
De
toeristeninfo
is
net
dicht.
We
fietsen
rond
om
een
hotel
te
zoeken
en
zien
een
bord
‘bed
and
breakfast’.
Het
is
uiteindelijk
toch
weer
10
km.
fietsen
en
als
we
aankomen,
blijkt
dat
het
vol
is…
Op
aanwijzing
vinden
we
Hotel
Stipino,
waar
we
heerlijk
kunnen
douchen
en
slapen..
Maandag 17 & dinsdag 18 juli, 20 km.
We
slapen
veel,
nemen
medicijnen,
lezen
en
slapen
weer.
Ziek
en
beroerd.
Tweede
dag
knapt
Theo
op.
Ik
niet
echt.
We
brengen
de
was
naar
een
wasserette
en
maken
een
kleine
fietstocht
over
de
stadsmuren
van
Lucca
en
lopen
door
de
prachtige
stad.
s’
Middags
naar
een
museum.
Woensdag 19 juli, 60 km.
Ondanks
dat
ik
me
nog
slecht
voel,
besluiten
we
vandaag
een
tocht
te
maken
naar
Ponte
del
Davillo
bij
Borgo
á
Mozzano,
een
mooie
Romeinse
brug.
Het
is
lastig
om
de
goede
weg
te
vinden.
Helaas
zijn
ze
aan
het
werk
met
de
weg
en
moeten
we
langs
lange
files
met
auto’s
rijden.
We
bereiken
de
brug
om
12
uur.
Terug
over
een
andere
weg,
maar
die
is
ook
druk.
Er
is
veel
vrachtverkeer
dat
vlak
langs
ons
raast.
We
pauzeren
aan
het
water
en
willen
eigenlijk
wel
zwemmen.
Het
is
erg
warm.
Het
water
is
hier
echter
maar
20
cm
diep
en
vol
algen.
Tegen
de
avond
knap
ik
wat
op.
s’Avonds
willen
we
nog
naar
de
hortus
in
Lucca,
maar
die
is
dicht.
We
hebben
wel
pech.
Donderdag 20 juli, 50 km.
Ik
krijg
s’
nachts
oorpijn.
Zó
erg,
dat
ik
naar
een
dokter
wil.
Helaas
wil
de
dokter
mij
niet
zien
en
moeten
we
naar
het
ziekenhuis
ons
melden
bij
de
‘emergency’.
Het
zit
tjokvol
mensen.
We
zullen
uren
moeten
wachten
en
daar
heb
ik
geen
zin
in.
We
halen
oordruppels
bij
de
apotheek
en
stappen
op
de
fiets.
We
rijden
naar
Montecatini
Terme.
Nemen
weer
een
hotel,
een
camping
is
nog
ver
en
ik
voel
me
nog
beroerd.
Vrijdag 21 juli.
Het
is
buiten
35
graden.
Mijn
oren
suizen
nog,
maar
de
pijn
is
weg.
We
gaan
met
een
kabelbaantje
naar
Montecatini
Alto,
het
oude
dorp
boven
op
de
berg.
Leuk,
oud
dorp.
Zaterdag 22 juli. 70 km.
Vroeg
op.
Ontbijten
met
een
bus
vol
Bulgaren,
betekent
vechten
voor
een
plakje
kaas…
Na
vertrek
wordt
het
bewolkt
en
drupt
het
wat.
Eventjes
maar,
dan
wordt
het
weer
vertrouwd
heet…
Het
wordt
een
prachtige
tocht.
We
zijn
blij
weer
te
fietsen.
Vlak
voor
Pisa
worden
we
door
motorpolitie
naar
de
kant
gedirigeerd.
We
begrijpen
niet
waarom
we
van
de
weg
af
moeten.
Tot
een
paar
seconden
later,
als
in
vliegende
vaart
ons
een
enorme
colonne
racefietsers
voorbij
gaat.
Dat
was
niet
goed
afgelopen
als
we
op
de
weg
waren
blijven
rijden…
We
rijden
naar
Pisa,
waar
we
overnachten
op
de
stadscamping.
Zondag 23 juli.
Het
loopt
tegen
de
40
graden.
Ik
voel
me
naar.
Oorpijn,
bloederige
neus
en
mijn
voorhoofd
zit
vol.
Koortsig.
Ik
blijf
op
de
camping,
slik
paracetamol
en
leg
mijn
slaapzak
achter
de
tent
in
de
schaduw.
Theo
gaat
de
stad
in.
Pisa
is
een
mooie
stad,
maar
dé
toren
wordt
overspoeld
door
toeristen.
Maandag 24 juli.
Vroeg
op.
Alles
ingepakt.
Het
is
gelukkig
wat
minder
warm.
We
rijden
naar
een
grote
supermarkt
en
vragen
daar
lege
dozen
en
kopen
breed
plakband.
Met
die
dozen
kunnen
we
onze
fietsen
inpakken
voor
in
het
vliegtuig.
Als
zwervers
rijden
we
met
de
dozen
opgestapeld
op
de
fietsen
naar
Pisa
Airport.
De
fietsen
moeten
gedeeltelijk
weer
gedémonteerd
en
ingepakt.
Met
wat
strubbelingen
ingecheckt.
Door
de
douane
om
14.15
uur.
We
zullen
om
14.40
vliegen,
echter
er
komt
een
bericht
dat
er
een
uur
vertraging
is.
Twéé
uur
later
verschijnt
er
een
piloot
van
Transavia
die
ons
meedeelt
dat
er
een
bagagekar
tegen
het
vliegtuig
gereden
is
en
dat
er
een
groot
gat
in
de
motor
gekomen
is.
Er
kan
niet
snel
genoeg
gerepareerd
worden
en
er
moet
een
nieuw
toestel
komen
uit
Nederland.
Later
krijgen
we
te
horen
dat
we
s’
nachts
om
drie
uur
kunnen
vertrekken.
Dus
nog
9
uur
wachten
!!
We
besluiten
om
met
de
trein
weer
naar
Pisa
te
gaan
en
hebben
nog
een
gezellige
avond
samen
met
een
echtpaar
uit
Oegstgeest,
die
mijn
broer
blijken
te
kennen,
die
ook
in
Oegstgeest
woont.
Uiteindelijk
stijgen
we
om 4
uur
op
en
haalt
Marloes
ons
om 7
uur
van
Schiphol.
Gezamenlijk
ontbeten
en
om
12
uur
komen
we
(na
bijna
30
uur
in
touw)
in
Zuidhorn
aan.
Het
eerste
wat
ik
doe,
is
een
dokter
bezoeken…
Totaal
870
km.
|